Een jaar geleden werd Joe Biden verkozen met meer stemmen dan elke andere Amerikaanse president voor hem. Toch is de waardering voor zijn presidentschap op dit moment lager dan die van elke president voor hem, op die van Donald Trump na. Dat die ontwikkeling een probleem is voor zijn partij, bleek vorige week, toen de Democraten bij verkiezingen een tik op de neus kregen. Zo verloren ze het gouverneurschap van Virginia, een staat die Biden vorig jaar won met de vingers in de neus.
...

Een jaar geleden werd Joe Biden verkozen met meer stemmen dan elke andere Amerikaanse president voor hem. Toch is de waardering voor zijn presidentschap op dit moment lager dan die van elke president voor hem, op die van Donald Trump na. Dat die ontwikkeling een probleem is voor zijn partij, bleek vorige week, toen de Democraten bij verkiezingen een tik op de neus kregen. Zo verloren ze het gouverneurschap van Virginia, een staat die Biden vorig jaar won met de vingers in de neus. Met het oog op de tussentijdse parlementsverkiezingen van volgend jaar is dat scenario voor de Democraten een nachtmerrie. De partij van een nieuwe president verliest bij die verkiezingen altijd zetels. Dat kunnen de Democraten zich nu, met hun kleine meerderheden in zowel het Huis van Afgevaardigden als de Senaat, niet permitteren. Er wordt voor het verlies eerst naar Biden gekeken: het desastreuze vertrek uit Afghanistan, de stijging van de kosten van levensonderhoud en de aanslepende coronapandemie worden hem aangewreven. Maar wellicht speelt toch vooral het gekissebis tussen de progressieve en de gematigde vleugel van de Democratische Partij een rol. Die zette lang een rem op de belangrijke wetgevende agenda van de president. Er lagen twee enorme wetten op tafel. De eerste maakt 1000 miljard dollar vrij om de Amerikaanse infrastructuur te moderniseren. Met de tweede zou op halflange termijn zo'n 1700 miljard dollar besteed worden aan sociale programma's en klimaatmaatregelen. Progressieve Democraten weigerden maandenlang om de eerste wet goed te keuren als ze niet zeker wisten dat ook de tweede, al fel afgeslankte sociale wet, door het Congres zou raken. De schok van het verlies vorige week was zo groot dat snel een gedeeltelijke oplossing werd gevonden: de progressieve vleugel kreeg zekerheid dat de wet voor sociale uitgaven en klimaat wordt goedgekeurd zodra er voldoende garanties zijn voor de financiering ervan. Zo werd alvast de infrastructuurwet vlot getrokken. De twee wetten samen moeten Democratische kandidaten volgend jaar munitie geven in hun campagne. Maar daarmee zijn de problemen van de Democratische Partij niet van de baan. Onderzoek leert dat ze nu te veel op het hoogopgeleide deel van de urbane bevolking steunt en die basis is smal. Biden wordt verweten dat hij zijn oren naar de rumoerige linkerzijde liet hangen, en nogal wat Democraten vinden dat de partij naar het centrum moet opschuiven. De vraag is daarbij of Biden de kampioen is waarop de partij wacht. De verwachtingen bij zijn aantreden waren groot. Ze waren misschien te groot.