De grootste onthulling vanuit taalkundig onderzoek is misschien wel de langdurige aanwezigheid van de Goten, een volk met Germaanse wortels, een genetische tak waar uiteindelijk ook Vlamingen toe behoren. Hoewel elk spoor van dit volk ondertussen verdwenen is, biedt de talige geschiedenis ervan een uniek inzicht in de gelaagdheid van de identiteit van een bevolking.

Referendum

Het is welbekend dat De Krim een strategische toegangspoort is tot de zeevaart op de Zwarte Zee. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de Russische annexatie veel spanningen met zich meebrengt. Moskou beweert dat de bevolking van de Krim bij referendum voor aansluiting bij Rusland heeft gekozen. Ze zouden de annexatie zien als een natuurlijke terugkeer naar hun vaderland, nadat de Sovjet-Unie in 1954 het schiereiland aan Oekraïne had geschonken.

Oekraïne erkent het referendum niet en wordt daarin gesteund door de meerderheid van de wereld. Het land mist geen kans om zijn claim symbolisch kracht bij te zetten. Denk maar aan het EK deze maand, waar de Oekraïense voetballers shirtjes droegen met de kaart van Oekraïne op, inclusief de Krim. De Russen waren er niet over te spreken, en dat Oekraïne doorstootte tot de kwartfinales zal niet geholpen hebben. Maar noch de Russen, noch de Oekraïners zijn de eersten die het economisch en militair belang van de Krim naar waarde wisten te schatten. En ondanks de verregaande russificatie tijdens de Sovjetperiode, verraadt de smeltkroes van etnische groeperingen ook vandaag de dag nog de rijkere multiculturele geschiedenis van de regio.

Turkse Tataren

Zo zijn er de Turkse Tataren, de laatste overgeblevenen van het Turks-Ottomaanse rijk dat aan de Russische overheersing voorafging. Tot vandaag de dag hebben zij hun eigenheid bewaard, dankzij hun tradities, maar ook in grote mate door het behoud van hun taal, die vooral nog door de oudere generaties gesproken wordt. Autoriteiten zijn zich er doorgaans goed van bewust dat taal een belangrijk wapen is in territoriale expansie. Oekraïne was sinds de loskoppeling van de Sovjet-Unie volop bezig Oekraïens door te voeren in het tot dan toe door Russisch gedomineerde onderwijssysteem.

De Russen hadden het zelf eerder al gedaan, en met veel succes. Vooral onder Stalin kwam de russificatie van de Krim op kruissnelheid, waardoor, niet in het minst door massale deportaties, het aandeel aan Turkse Tataren drastisch daalde, en hun taal ook minder en minder gesproken werd.

Gothië

Helemaal verleden tijd lijken de Mongoolse en Grieks-Byzantijnse overheersing van de Krim. Maar de realiteit is, zoals gewoonlijk, complexer. Ook wanneer de geschiedenisboeken zwijgen over een volk, kan veldwerk naar hun ondertussen dode taal en cultuur helpen blootleggen dat een etnische groep onder de radar zijn identiteit nog lange tijd blijft koesteren, en zich ook identificeert met de grond waarop hij leeft.

Eén volk kan de claim leggen op de langste aanwezigheid op de Krim: de Goten.

Eén zo'n volk valt op omdat het wellicht de claim kan leggen op de langste aanwezigheid in de Krim in de ons bekende geschiedenis. Dit is het volk van de Goten. Uit historische bronnen weten we dat het Gotische volk begint te migreren uit zijn Scandinavische heimat niet lang na het begin van onze jaartelling, en in de Krim terechtkomt rond de derde eeuw. Opmerkelijk is wel dat die bronnen nooit van de hand van de Goten zelf zijn. We beroepen ons dus noodzakelijkerwijs op informatie uit tweede hand, maar dat is bij etnische minderheden niet ongewoon. Wanneer de Goten in de vijfde eeuw onderdeel van het Grieks-Byzantijnse rijk worden, vermengen beide volkeren zich verregaand. Het gevolg was een rijkje in de Krim dat bekend stond als Gothië, met als hoofdstad Theodoros, genoemd naar de Germaanse eigennaam bij ons bekend als Diederik, maar dan wel in Griekse vertaling.

Toch leken het voornamelijk de Goten die zich aanpasten aan hun overheersers. Zo was de voertaal van het rijkje systematisch het Grieks. De Gotische taal blijft onder de radar, maar van tijd tot tijd doen ooggetuigenverslagen gewag van een Gotisch volk dat z'n eigen taal en cultuur in ere hield, in de Grieks-Byzantijnse periode en ook nadien, na de verovering door de Ottomaanse Turken.

Vlaamse humanisten

In de zestiende eeuw trokken deze berichten de aandacht van de Vlaamse humanist Ogier Van Busbeke, een bijzonder leergierig en veelzijdig geleerde, die onder andere de tulp en de Angorageit in West-Europea heeft geïntroduceerd. Die had hij als ambassadeur in het Turks-Ottomaanse rijk leren kennen. De berichten over een Germaanse taal in de Krim prikkelden zijn nieuwsgierigheid, en hij slaagde erin twee bewoners uit het schiereiland, die naar verluidt de lokale taal spraken, te pakken krijgen in Konstantinopel, de stad waar hij zijn taak als ambassadeur uitvoerde. Hij ondervroeg beide informanten lang en grondig, en stelde een verslag op met daarin een beperkte woordenlijst en wat zinnetjes in hun lokale taal.

Dit leidde tot een eeuwenlange discussie over welke taal deze informanten spraken, niet vergemakkelijkt door de vele fouten die in het verslag waren geslopen. Verschillende wetenschappers beweerden dat het om een Gotisch dialect ging, wat erop zou wijzen dat de Gotische taal en cultuur ononderbroken bewaard zouden zijn sinds de derde eeuw helemaal tot aan de renaissance. Anderen meenden dat de informanten wellicht migranten uit een recenter verleden waren en een Duits dialect spraken.

Meer dan duizend jaar lang werd de stille continuïteit van de tradities en taal van de Goten gemaskeerd door hun aanpassingsvermogen naar de buitenwereld toe.

Tot 2013 stond er in toonaangevende studies nog te lezen dat de precieze identiteit van Van Busbeke's informanten niet aangetoond was. In dat jaar werden in Mangoep, zoals de Turken Theodoros noemden, inscripties uit de tiende eeuw gevonden, en in 2016 konden taalwetenschappers aantonen dat zij onmiskenbaar in het Gotisch waren opgesteld. Sommige ervan tonen aan dat de Krimgoten vertrouwd waren met de bijbelvertaling die een zekere Wulfila zes eeuwen eerder in een ander Gotisch dialect had opgesteld zo'n 1200 kilometer van de Krim vandaan, in het huidige Bulgarije. Deze recente vaststelling gaf op haar beurt meer geloofwaardigheid aan de bewering in 1606 door een ander notoir Vlaams humanist, Jozef Scaliger, dat de Krimgoten een bijbelvertaling tot hun beschikking hadden.

Vaste plek verdiend

Meer dan duizend jaar lang werd de stille continuïteit van de tradities en taal van de Goten gemaskeerd door hun aanpassingsvermogen naar de buitenwereld toe. Eerst namen ze met de expansie van het Byzantijnse rijk het Grieks over als voertaal. Toen de Ottomanen kwamen in 1475, pasten ze zich opnieuw aan. De lijst met telwoorden in Van Busbekes verslag is daar verder bewijs van. Kleinere telwoorden zijn duidelijk Germaans van oorsprong. Herkenbare voorbeelden zijn twa 'twee' of sevene 'zeven'. (Overigens, verwijzend naar de doffe e op het einde van sevene merkte Ogier terloops op dat de Brabanders nu maar eens moesten stoppen met de West-Vlamingen om hun uitspraak uit te lachen.) In schril contrast daarmee staan de exotische woorden voor 100, namelijk sada, en 1000 (hazer), allebei ontleningen uit het Ottomaanse Turks. Dat de Goten voor grote getallen de mosterd gingen halen bij hun Ottomaanse overheersers ligt voor de hand. Het grote geld was vanzelfsprekend in handen van die overheersers, en de Goten spraken dus naar alle waarschijnlijkheid Turks als ze zaken met hen deden.

Het grote aanpassingsvermogen van de Goten zal ongetwijfeld van tijd tot tijd een handje geholpen zijn door politieke druk vanuit de machthebbers. Toch bleven ze nog lange tijd een duidelijk idee hebben van hun etnische identiteit. Dit schemert nog door in 1780, wanneer de Krim op het punt stond Russisch te worden. Een Russische bisschop bezoekt in dat jaar de regio en rapporteert nadien dat er in Mangoep een aantal Tataren zijn, die een op het Duits lijkend dialect spreken. Hij vermeldt ook dat ze, hoewel ze officieel moslim zijn, zich nog herinnerden dat ze van oorsprong christenen waren.

Twintig jaar later is er van deze laatste nazaten van de Goten geen spoor meer te vinden. Vandaag spelen ze dus geen enkele rol meer. Maar als het om volharding en aanpassingsvermogen gaat, hebben ze misschien, met een gedocumenteerde aanwezigheid van anderhalf millennium, toch hun vaste plek verdiend in de etnografie van de Krim.

De grootste onthulling vanuit taalkundig onderzoek is misschien wel de langdurige aanwezigheid van de Goten, een volk met Germaanse wortels, een genetische tak waar uiteindelijk ook Vlamingen toe behoren. Hoewel elk spoor van dit volk ondertussen verdwenen is, biedt de talige geschiedenis ervan een uniek inzicht in de gelaagdheid van de identiteit van een bevolking. Het is welbekend dat De Krim een strategische toegangspoort is tot de zeevaart op de Zwarte Zee. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de Russische annexatie veel spanningen met zich meebrengt. Moskou beweert dat de bevolking van de Krim bij referendum voor aansluiting bij Rusland heeft gekozen. Ze zouden de annexatie zien als een natuurlijke terugkeer naar hun vaderland, nadat de Sovjet-Unie in 1954 het schiereiland aan Oekraïne had geschonken. Oekraïne erkent het referendum niet en wordt daarin gesteund door de meerderheid van de wereld. Het land mist geen kans om zijn claim symbolisch kracht bij te zetten. Denk maar aan het EK deze maand, waar de Oekraïense voetballers shirtjes droegen met de kaart van Oekraïne op, inclusief de Krim. De Russen waren er niet over te spreken, en dat Oekraïne doorstootte tot de kwartfinales zal niet geholpen hebben. Maar noch de Russen, noch de Oekraïners zijn de eersten die het economisch en militair belang van de Krim naar waarde wisten te schatten. En ondanks de verregaande russificatie tijdens de Sovjetperiode, verraadt de smeltkroes van etnische groeperingen ook vandaag de dag nog de rijkere multiculturele geschiedenis van de regio. Zo zijn er de Turkse Tataren, de laatste overgeblevenen van het Turks-Ottomaanse rijk dat aan de Russische overheersing voorafging. Tot vandaag de dag hebben zij hun eigenheid bewaard, dankzij hun tradities, maar ook in grote mate door het behoud van hun taal, die vooral nog door de oudere generaties gesproken wordt. Autoriteiten zijn zich er doorgaans goed van bewust dat taal een belangrijk wapen is in territoriale expansie. Oekraïne was sinds de loskoppeling van de Sovjet-Unie volop bezig Oekraïens door te voeren in het tot dan toe door Russisch gedomineerde onderwijssysteem. De Russen hadden het zelf eerder al gedaan, en met veel succes. Vooral onder Stalin kwam de russificatie van de Krim op kruissnelheid, waardoor, niet in het minst door massale deportaties, het aandeel aan Turkse Tataren drastisch daalde, en hun taal ook minder en minder gesproken werd. Helemaal verleden tijd lijken de Mongoolse en Grieks-Byzantijnse overheersing van de Krim. Maar de realiteit is, zoals gewoonlijk, complexer. Ook wanneer de geschiedenisboeken zwijgen over een volk, kan veldwerk naar hun ondertussen dode taal en cultuur helpen blootleggen dat een etnische groep onder de radar zijn identiteit nog lange tijd blijft koesteren, en zich ook identificeert met de grond waarop hij leeft. Eén zo'n volk valt op omdat het wellicht de claim kan leggen op de langste aanwezigheid in de Krim in de ons bekende geschiedenis. Dit is het volk van de Goten. Uit historische bronnen weten we dat het Gotische volk begint te migreren uit zijn Scandinavische heimat niet lang na het begin van onze jaartelling, en in de Krim terechtkomt rond de derde eeuw. Opmerkelijk is wel dat die bronnen nooit van de hand van de Goten zelf zijn. We beroepen ons dus noodzakelijkerwijs op informatie uit tweede hand, maar dat is bij etnische minderheden niet ongewoon. Wanneer de Goten in de vijfde eeuw onderdeel van het Grieks-Byzantijnse rijk worden, vermengen beide volkeren zich verregaand. Het gevolg was een rijkje in de Krim dat bekend stond als Gothië, met als hoofdstad Theodoros, genoemd naar de Germaanse eigennaam bij ons bekend als Diederik, maar dan wel in Griekse vertaling. Toch leken het voornamelijk de Goten die zich aanpasten aan hun overheersers. Zo was de voertaal van het rijkje systematisch het Grieks. De Gotische taal blijft onder de radar, maar van tijd tot tijd doen ooggetuigenverslagen gewag van een Gotisch volk dat z'n eigen taal en cultuur in ere hield, in de Grieks-Byzantijnse periode en ook nadien, na de verovering door de Ottomaanse Turken. In de zestiende eeuw trokken deze berichten de aandacht van de Vlaamse humanist Ogier Van Busbeke, een bijzonder leergierig en veelzijdig geleerde, die onder andere de tulp en de Angorageit in West-Europea heeft geïntroduceerd. Die had hij als ambassadeur in het Turks-Ottomaanse rijk leren kennen. De berichten over een Germaanse taal in de Krim prikkelden zijn nieuwsgierigheid, en hij slaagde erin twee bewoners uit het schiereiland, die naar verluidt de lokale taal spraken, te pakken krijgen in Konstantinopel, de stad waar hij zijn taak als ambassadeur uitvoerde. Hij ondervroeg beide informanten lang en grondig, en stelde een verslag op met daarin een beperkte woordenlijst en wat zinnetjes in hun lokale taal. Dit leidde tot een eeuwenlange discussie over welke taal deze informanten spraken, niet vergemakkelijkt door de vele fouten die in het verslag waren geslopen. Verschillende wetenschappers beweerden dat het om een Gotisch dialect ging, wat erop zou wijzen dat de Gotische taal en cultuur ononderbroken bewaard zouden zijn sinds de derde eeuw helemaal tot aan de renaissance. Anderen meenden dat de informanten wellicht migranten uit een recenter verleden waren en een Duits dialect spraken. Tot 2013 stond er in toonaangevende studies nog te lezen dat de precieze identiteit van Van Busbeke's informanten niet aangetoond was. In dat jaar werden in Mangoep, zoals de Turken Theodoros noemden, inscripties uit de tiende eeuw gevonden, en in 2016 konden taalwetenschappers aantonen dat zij onmiskenbaar in het Gotisch waren opgesteld. Sommige ervan tonen aan dat de Krimgoten vertrouwd waren met de bijbelvertaling die een zekere Wulfila zes eeuwen eerder in een ander Gotisch dialect had opgesteld zo'n 1200 kilometer van de Krim vandaan, in het huidige Bulgarije. Deze recente vaststelling gaf op haar beurt meer geloofwaardigheid aan de bewering in 1606 door een ander notoir Vlaams humanist, Jozef Scaliger, dat de Krimgoten een bijbelvertaling tot hun beschikking hadden. Meer dan duizend jaar lang werd de stille continuïteit van de tradities en taal van de Goten gemaskeerd door hun aanpassingsvermogen naar de buitenwereld toe. Eerst namen ze met de expansie van het Byzantijnse rijk het Grieks over als voertaal. Toen de Ottomanen kwamen in 1475, pasten ze zich opnieuw aan. De lijst met telwoorden in Van Busbekes verslag is daar verder bewijs van. Kleinere telwoorden zijn duidelijk Germaans van oorsprong. Herkenbare voorbeelden zijn twa 'twee' of sevene 'zeven'. (Overigens, verwijzend naar de doffe e op het einde van sevene merkte Ogier terloops op dat de Brabanders nu maar eens moesten stoppen met de West-Vlamingen om hun uitspraak uit te lachen.) In schril contrast daarmee staan de exotische woorden voor 100, namelijk sada, en 1000 (hazer), allebei ontleningen uit het Ottomaanse Turks. Dat de Goten voor grote getallen de mosterd gingen halen bij hun Ottomaanse overheersers ligt voor de hand. Het grote geld was vanzelfsprekend in handen van die overheersers, en de Goten spraken dus naar alle waarschijnlijkheid Turks als ze zaken met hen deden. Het grote aanpassingsvermogen van de Goten zal ongetwijfeld van tijd tot tijd een handje geholpen zijn door politieke druk vanuit de machthebbers. Toch bleven ze nog lange tijd een duidelijk idee hebben van hun etnische identiteit. Dit schemert nog door in 1780, wanneer de Krim op het punt stond Russisch te worden. Een Russische bisschop bezoekt in dat jaar de regio en rapporteert nadien dat er in Mangoep een aantal Tataren zijn, die een op het Duits lijkend dialect spreken. Hij vermeldt ook dat ze, hoewel ze officieel moslim zijn, zich nog herinnerden dat ze van oorsprong christenen waren. Twintig jaar later is er van deze laatste nazaten van de Goten geen spoor meer te vinden. Vandaag spelen ze dus geen enkele rol meer. Maar als het om volharding en aanpassingsvermogen gaat, hebben ze misschien, met een gedocumenteerde aanwezigheid van anderhalf millennium, toch hun vaste plek verdiend in de etnografie van de Krim.