Toen Martin Schulz zich begin dit jaar namens de sociaaldemocratische partij SPD outte als kandidaat-bondskanselier, gebeurde er iets wat in Duitsland zelden is vertoond. De wat zieltogende volkspartij die nog nauwelijks 20 procent van de stemmen waard was, schoot pijlsnel de hoogte in. Het zogenaamde Schulzeffect zorgde ervoor dat de SPD plots weer de evenknie was van de CDU/CSU, het kartel van de volgens velen moegestreden Angela Merkel. Zo was het althans in de peilingen.
...

Toen Martin Schulz zich begin dit jaar namens de sociaaldemocratische partij SPD outte als kandidaat-bondskanselier, gebeurde er iets wat in Duitsland zelden is vertoond. De wat zieltogende volkspartij die nog nauwelijks 20 procent van de stemmen waard was, schoot pijlsnel de hoogte in. Het zogenaamde Schulzeffect zorgde ervoor dat de SPD plots weer de evenknie was van de CDU/CSU, het kartel van de volgens velen moegestreden Angela Merkel. Zo was het althans in de peilingen. Vandaag, twee deelstaatverkiezingen later, is de Schulzeuforie alweer grotendeels weggeëbd. Want het nog prille succes in de peilingen wil zich voorlopig niet omzetten in verkiezingsresultaten. Zo was er, eind maart, de verkiezing in de kleine deelstaat Saarland. De SPD ging er (een beetje) achteruit, de CDU kwam als de grote winnaar uit de bus. Nog een stuk teleurstellender was de verkiezing in de noordelijke deelstaat Sleeswijk-Holstein, vorige week. Tegenover een verrassend verlies voor de SPD stond een buiten verwachting grote winst voor de CDU. Of dat resultaat representatief is voor de stemming in héél Duitsland, valt nog te bezien. Maar het scheelt wel in de perceptie. Vijf maanden voor de grote clash lijkt het plots of niet 'nieuwkomer' Schulz, wel de 'uitgebluste' Merkel de wind in de zeilen heeft. 'Zoiets kruipt onder de huid', gaf Schulz afgelopen zondag onomwonden toe. De hoop van de sociaaldemocraten ligt nu bij de populaire Hannelore Kraft, als minister-president van Noord-Rijnland-Westfalen de chef van een minderheidsregering met de SPD en de groenen. Veel meer nog dan de twee vorige verkiezingen kan deze stembusgang gelden als een indicatie voor de Bondsdagverkiezingen op 24 september. Met ongeveer 18 miljoen inwoners is Noord-Rijnland-Westfalen electoraal de belangrijkste deelstaat van het land. Daarbovenop komt nog een groot symbolisch belang. De SPD staat in deze industriële regio traditioneel sterk. Als de partij zondag niet als overwinnaar uit de bus komt, heeft Martin Schulz een probleem. Onrealistisch is dat scenario trouwens allerminst. Stond de SPD van Hannelore Kraft tot voor kort nog op ruime voorsprong, dan wijst de laatste peiling op een nek-aan-nekrace: 32 procent voor de SPD, en 32 procent voor de CDU. De clash van de titanen is niet de enige reden om zondag met meer dan gewone belangstelling naar de verkiezingsuitslagen te kijken. Zo is er de voorlopig bescheiden, maar wel significante renaissance van de liberale FDP. Bij de verkiezing in Sleeswijk-Holstein haalde de partij na jaren gesukkel in de marge plots weer 11 procent. Volgens de peilingen zouden de Duitse liberalen het nu zondag mogelijk nog iets beter doen. De tendens is zonder meer opvallend. Waar de traditionele partijen in alle buurlanden forse klappen krijgen, blijven ze in Duitsland aardig overeind, of beleven ze zelfs een comeback. Een stuk minder goed gaat het met de partijen aan de randen van het politieke spectrum. Zo halen het rechtsradicale Alternative für Deutschland (AfD) en de uiterst linkse Die Linke enkel in de oostelijke deelstaten scores boven de tien procent.