Het zit er bovenarms op tussen China en India. Grenswachters raakten de voorbije weken verwikkeld in een handgemeen en gooiden voorwaar zelfs met stenen naar elkaar. Vervolgens werden gevechtsvliegtuigen en helikopters naar de grens gestuurd. Als twee nucleaire mogendheden elkaar in de haren vliegen, dan is dat altijd ernstig, zeker omdat zij in 1962 een kortstondige grensoorlog voeren. Maar terwijl India zich opnieuw opwindt over een langdurig geschil om enkele stukken schaars bewoond grensgebied, wint China stilletjes de strijd waar het écht om gaat, de strijd om welvaart en macht.
...

Het zit er bovenarms op tussen China en India. Grenswachters raakten de voorbije weken verwikkeld in een handgemeen en gooiden voorwaar zelfs met stenen naar elkaar. Vervolgens werden gevechtsvliegtuigen en helikopters naar de grens gestuurd. Als twee nucleaire mogendheden elkaar in de haren vliegen, dan is dat altijd ernstig, zeker omdat zij in 1962 een kortstondige grensoorlog voeren. Maar terwijl India zich opnieuw opwindt over een langdurig geschil om enkele stukken schaars bewoond grensgebied, wint China stilletjes de strijd waar het écht om gaat, de strijd om welvaart en macht. Dat valt al meteen op in de grensstreek zelf. De afgelopen jaren heeft China in Tibet razendsnel moderne infrastructuur aangelegd. Vorig jaar alleen al werden er 2000 kilometer weg, 150 kilometer spoorweg en meer dan honderd bruggen en tunnels gebouwd. Plaatsen als Nyingchi, Shigatse en Ngari waren tot voor enkele jaren nog ontmoetingsplekken van herders, jaks en enkele handelaars. Vandaag zijn het grote steden met een vliegveld. Die civiele infrastructuur is uiteraard ook militair relevant, om onrust onder de Tibetanen in de kiem te smoren én om India in de gaten te houden. De Chinese president Xi Jinping vatte het als volgt samen: 'Om het land te besturen moet men de grenzen besturen en om de grenzen te besturen moet men eerst Tibet stabiliseren.' Daar is China dus in geslaagd. Aan de Indiase zijde loopt het moeilijker. De 73 nieuwe wegen die langs de grens gebouwd moesten worden, hebben tien jaar vertraging opgelopen. Het verschil tussen de keurige nieuwe steden in Tibet met hun nagelnieuwe appartementen, voetbalvelden in kunstgras en brede lanen, en de Indiase steden aan de andere kant, is enorm. Dat hoeft niet te verwonderen. Ofschoon Tibet een van de armste plekken in China is, is een Indiaas gemiddeld drie keer armer. India probeert aan te klampen. Premier Narendra Modi heeft de militaire machtsopbouw langs de grens versneld. Maar de Indiase troepen kampen met tekorten. Het Zeventiende Bergkorps, bedoeld om China af te schrikken, heeft onvoldoende manschappen, artillerie, helikopters en munitie. China heeft dozijnen bewapende onbemande vliegtuigen boven Tibet vliegen, India heeft er amper. Het Chinese officiële defensiebudget is vandaag vijf keer groter dan het Indiase. Ook in en rondom de hele Indische Oceaan wint China razendsnel invloed. Jawaharlal Nehru, zowat de politieke vader van het hedendaagse India, stelde ooit dat wie de Indische Oceaan domineert de toekomst van de maritieme handel en die van India zelf bepaalt. Chinese rederijen zijn dominante spelers geworden in de Indische Oceaan. Chinese vissers zijn in de hele regio actief. Een handvol havens worden gecontroleerd door China. Een Chinese investeerder kocht enkele jaren geleden een klein eiland op de Malediven, Feydhoo, vlak bij de zuidelijke tip van India. Chinese baggeraars maakten het eiland intussen vier keer groter. De Chinese marine is er permanent aanwezig. In de wedloop om de macht tussen de twee Aziatische reuzen is China aan de winnende hand. Was hun economische productie in 1990 nog min of meer gelijk, dan is de Chinese economie vandaag vijf keer groter. Hoewel de wereld veel verwachtte inzake economische hervormingen van de huidige premier Modi, lag de economische groei in India de afgelopen twee jaar lager dan in China. Vorig jaar trok China nog steeds drie keer meer buitenlandse investeerders aan. Zelfs voor dit jaar hebben Europese, Japanse en Amerikaanse investeerders meer projecten op stapel staan in China. Het is twijfelachtig dat India die kentering in de machtsbalans weldra zal goedmaken. Modi lijkt dat te beseffen. Europeanen en Amerikanen zijn goed in het beloven van samenwerking. Hun bedrijven laten zich evenwel makkelijker afschrikken door de corruptie en onstabiliteit in India dan door het Chinese autoritarisme. Terwijl zijn soldaten hun spierballen lieten rollen, aanvaardde India stilletjes twee grote kredietlijnen van de Aziatische Infrastructuurinvesteringsbank en de BRICS-bank, twee instellingen met China als belangrijkste geldschieter. Modi heeft het Chinese telecombedrijf Huawei voorlopig ook niet de wacht aangezegd, ondanks de gebruikelijke Amerikaanse druk. De relatieve zwakte van India heeft immense gevolgen voor de wereldpolitiek. Indien China en India gelijke tred zouden houden, dan zou de machtsbalans in Eurazië veel meer in evenwicht blijven en was de groeiende invloed van China ook niet zozeer een bedreiging. En zolang westerse bedrijven de zekerheid van de Chinese dictatuur blijven verkiezen boven de bokkensprongen van een fragiele democratie, komt daar geen verandering in.