Enkele dagen voor de verkiezingen in Iran bracht de Amerikaanse president Donald Trump een bezoek aan Saudi-Arabië. Hij kondigde er aan Iran te zullen indammen met een NAVO-equivalent voor het Midden-Oosten en keurde voor honderd miljard dollar aan wapenleveringen goed. Een beter argument in de Iraanse verkiezingsstrijd hadden de conservatieve haviken zich ongetwijfeld niet kunnen voorstellen. Iran zal zich blijven roeren in de regio, maar het land is gedoemd tot een uitputtende guerrillastrijd. De verkiezingsuitslag zal daar niet veel aan veranderen. De grote vraag is of het op langere termijn front zal vormen met andere grootmachten, zoals China en Rusland.
...

Enkele dagen voor de verkiezingen in Iran bracht de Amerikaanse president Donald Trump een bezoek aan Saudi-Arabië. Hij kondigde er aan Iran te zullen indammen met een NAVO-equivalent voor het Midden-Oosten en keurde voor honderd miljard dollar aan wapenleveringen goed. Een beter argument in de Iraanse verkiezingsstrijd hadden de conservatieve haviken zich ongetwijfeld niet kunnen voorstellen. Iran zal zich blijven roeren in de regio, maar het land is gedoemd tot een uitputtende guerrillastrijd. De verkiezingsuitslag zal daar niet veel aan veranderen. De grote vraag is of het op langere termijn front zal vormen met andere grootmachten, zoals China en Rusland. 'Vijandschap verkoopt zichzelf in dit land', formuleerde de auteur Shahriar Mandanipour het ooit. Het moderne Iran heeft een lange geschiedenis van vernedering, met de westerse staatsgreep tegen zijn eerste democratisch verkozen president, Mohammad Mosaddegh, als belangrijkste startpunt. Het land koestert een historische rol als grootmacht, maar voelt zich ingedamd door rivalen zoals Israël en Saudi-Arabië met de steun van hun vermeende imperiale broodheer, de Verenigde Staten. Met die frustratie organiseerde ayatollah Khomeini in 1979 zijn revolutie en blijven ook de huidige religieuze leiders de bevolking mobiliseren. Je kunt de Iraanse buitenlandse politiek niet vatten zonder die historische achtergrond, maar minstens even belangrijk zijn de huidige belangen. Sinds 1979 hebben de revolutionaire krachten zich ontpopt tot een machtsbastion met naast de religieuze top een revolutionaire garde, revolutionaire televisiestations en een strak gecontroleerde revolutionaire economie. Nadat westerse landen economische sancties hadden getroffen, is die positie alleen nog maar versterkt en heeft zich een smokkeleconomie ontwikkeld waarvan de inkomsten vooral naar de revolutionaire elite vloeien en vervolgens worden uitgedeeld om de steun van de bevolking veilig te stellen. De sancties hebben de conservatieve leiders dus allerminst verzwakt, net zomin als het akkoord van 2015 dat de sancties terugschroefde in ruil voor het stopzetten van het kernwapenprogramma. Liefst 72 procent van de Iraniërs gaf te kennen dat hun levensomstandigheden niet zijn verbeterd sinds het akkoord. De werkloosheid ligt nog steeds boven de 12 procent en de industrie slabakt. Het conservatieve religieuze leiderschap blijft evenwel veerkrachtig omdat het de verantwoordelijkheid kan doorschuiven naar de regering als het economisch misgaat en de bevolking dan te hulp kan snellen met subsidies. Hoe meer armen, hoe beter. Hoewel de binnenlandse macht van de elite niet is afgenomen, staat de internationale invloed van Iran zwaar onder druk. De economie van Saudi-Arabië is nu bijna dubbel zo groot en ook aartsrivaal Israël loopt in. Iran voert nu wel meer energie uit naar China en India, maar door de dalende energieprijzen is dat niet genoeg om de terugvallende uitvoer naar Europa te compenseren. Dat heeft militaire gevolgen. In 2013 sprong het Israëlische defensiebudget over dat van Iran. Riyad besteedt nu zelfs vijf keer meer aan defensie. De positie van Iran als regionale grootmacht taant, zoveel is duidelijk, maar het vindt verdere diplomatieke ontspanning wenselijk noch haalbaar. De Amerikaanse buitenlandminister stelde onlangs nog dat Iran net zoals Noord-Korea ingedamd moet worden. Daardoor zit er voor Teheran niets anders op dan nog meer zijn toevlucht te zoeken tot de guerrilla. Hebben Riyad en Jeruzalem superieure wapens, dan deelt Iran speldenprikken uit door hun rivalen te steunen. Hezbollah, bijvoorbeeld, of de sjiitische Houthi-strijders in Jemen en de Al-Ashtar-brigades in Bahrein. Daarnaast proberen de Iraniërs de slagkracht van de Amerikanen te ondermijnen door asymmetrische afschrikking. Sinds 2011 heeft het verschillende wapens in gebruik genomen waarmee het de scheepvaart door de strategische Zeestraat van Hormuz kan treffen, zoals supersonische ballistische antischipraketten, kleinere raketten die op burgertrucks worden verborgen, razendsnelle torpedo's, geavanceerde zeemijnen, kamikazedrones en een twintigtal kleine onderzeeboten. Goedkoop, maar doeltreffend. Iran kan de regio daarmee destabiliseren maar niet langer domineren. Rusland heeft de invloed van Teheran in Syrië bijvoorbeeld een flinke deuk gegeven. China voert nu meer aardgas en olie in uit Saudi-Arabië dan uit Iran en zet veel meer in op Sri Lanka, Pakistan en Djibouti als steunpunt in de Indische Oceaan. De drie hebben hun aversie ten aanzien van de Verenigde Staten weliswaar gemeen, maar voorlopig verschillen de andere belangen te zeer om front te vormen. Iran is dus verzwakt en staat bovendien ook nog eens erg alleen.