De politieke moord is een fenomeen van alle tijden - van gisteren en vandaag, en helaas ook van morgen. Want macht doet iets met een mens: als gewone politieke middelen niet meer volstaan, wordt de strijd om de macht dan ook beslist met de loop van een geweer, of het lemmet van een mes. Deze zomer blikken we terug op de meest markante politieke moorden en aanslagen uit de geschiedenis.
...

Na een succesvolle veroveringstocht in Gallië keerde Julius Caesar met zijn troepen terug naar Rome in 49 v. C. Hij eiste de absolute macht op en bond de strijd aan met zijn rivaal, de even roemrijke legeraanvoerder Pompeius. Als legeraanvoerders waren Caesar en Pompeius aan elkaar gewaagd, maar als politicus kon de wat uitgebluste Pompeius niet tippen aan zijn rivaal. Caesars geslepenheid blijkt uit de manier waarop hij aanhangers voor zich wist te winnen. Pompeius boezemde meer angst dan vertrouwen in: 'Wie niet voor mij is, is tegen mij.' Caesar maakte daarvan: 'Wie niet tegen mij is, is voor mij.' En dat bleek een veel slimmere keuze te zijn.Pompeius die zijn grootste triomfen had geoogst in het oostelijk rijksdeel, durfde het niet aan om Caesar in Italië aan te pakken. Hij ging aan het hoofd van zijn troepen postvatten aan de overkant van de Adriatische Zee, in Noord-Griekenland. Tegen zijn verwachtingen in trok Caesar zijn tegenstander onmiddellijk achterna. Begin augustus 48 v.C. stonden de legers van de twee kemphanen tegenover elkaar in Pharsalus in de provincie Thessalië. Pompeius had eens zoveel soldaten onder zijn bevel als Caesar, maar toen zijn cavalerie uiteen werd geslagen door Caesars reserveeenheden was het pleit snel beslecht. Het grootste deel van Pompeius' infanterie liep over naar de rangen van Caesar en de verslagene zelf haastte zich om in te schepen naar Egypte, waar hij een bondgenoot dacht te kunnen vinden.In het verleden had Pompeius belangrijke diensten verleend aan farao Ptolemaeus XII, bijgenaamd de Fluitspeler. De farao was echter een jaar voor de slag bij Pharsalus gestorven. Zijn veertienjarige zoontje Ptolemaeus XIII deelde nu de macht in Alexandrië met zijn zeven jaar oudere zuster Cleopatra, met wie hij naar Egyptische gewoonte in het huwelijk was getreden. De twee hadden geen zin om het op te nemen voor de verliezer en schaarden zich achter Caesar.Toen Pompeius met zijn schip in de buurt van de oostelijke arm van de Nijldelta kwam, stonden de farao en zijn gevolg hem daar op te wachten. Het werd niet de ontvangst waarop Pompeius gehoopt had. Een van zijn vroegere officieren Septimius - nu adviseur in dienst bij de farao - zeilde hem tegemoet en heette hem in naam van Ptolemaeus XIII welkom in Egypte. Toen Pompeius niets vermoedend aanstalten maakte om voet aan de grond te zetten, stootte de verraderlijke Septimius zijn zwaard in Pompeius' rug. De verslagen en bedrogen veldheer kreunde, trok zich de toga over het hoofd en zeeg in elkaar. Hij was op slag dood.Nu Pompeius er niet meer was, kon niemand in Rome Caesar nog een strobreed in de weg leggen. Maar toch dacht Caesar er niet aan om zich tot koning te laten kronen. Hij wist goed genoeg dat er binnen de Senaat tal van onverzoenlijke republikeinen zaten die het hem nooit zouden vergeven mocht hij in de voetsporen willen treden van de Romeinse koningen die vijf eeuwen eerder aan de dijk waren gezet. Daarom nam hij er vrede mee om via titels als consul, dictator en imperator de touwtjes stevig in handen te houden. De Senaat mocht enkel nog als een soort Raad van State optreden, adviserend en de wetten bekrachtigend die de sterke man had uitgevaardigd.Caesar hield niet enkel onvervalste republikeinen als Cato en Cicero in de gaten, maar ook mannen als Cassius en Brutus die in Pharsalus met Pompeius hadden meegevochten. Beide laatsten hadden zich met Caesar verzoend, maar vonden dat de gunsten die ze hadden binnengehaald niet opwogen tegen de diensten die ze de overwinnaar moesten verlenen. Brutus ging er overigens prat op dat hij een rechtstreekse afstammeling was van de Junius Brutus die destijds een beslissende rol had gespeeld bij de eliminatie van de laatste koning van Rome.Er zaten dus senatoren van alle slag bij de samenzweerders die uiteindelijk beslisten zich met geweld van Caesar te ontdoen. De groep van zestig kwam overeen dat ze ten laatste op de Idus van maart (15 maart 44 v.C.) ging toeslaan. Daarna zou Caesars veldtocht in het oosten tegen de Parthen beginnen en zou hij voor enige tijd onbereikbaar zijn. Caesar stoorde zich niet aan de waarschuwingen van de waarzeggers. Zoals afgesproken was hij die bewuste vijftiende maart op de afspraak in de Curia, het Senaatsgebouw. Daar nam hij plaats op zijn gouden stoel vlak bij het standbeeld van zijn ongelukkige tegenstander Pompeius. De samenzweerders schaarden zich om hem heen. Bij het aanbieden van een verzoekschrift omklemde een van hen Caesars benen, waardoor die zich niet meer kon bewegen. Publius Servilius Casca was de eerste om toe te slaan. In de ogenblikken daarna kreeg Caesar maar liefst drieentwintig dolksteken te verwerken. Net als zijn rivaal Pompeius was hij omgebracht door landgenoten in wie hij zijn vertrouwen had gesteld.De samenzweerders dachten hun slag te hebben thuisgehaald, maar slaagden er niet in om het gros van de Romeinen achter zich te krijgen. De meeste van hen kwamen op een gewelddadige manier om het leven in de maanden die volgden. De zachte dictatuur die Caesar aan zijn landgenoten had opgelegd, maakte plaats voor een nieuwe burgeroorlog waarin Octavianus het laken naar zich toehaalde in de slag bij Actium. Daar maakte hij komaf met zijn laatste tegenstander, Marcus Antonius. Vier jaar na Actium werd Octavianus als Augustus (27 v.C.-14 n.C.) erkend als de eerste keizer van Rome.