Economische stabiliteit kan gedefinieerd worden als de periode tussen twee crisissen. Dat schreef onlangs Wolfgang Münchau, columnist van de zakenkrant Financial Times en van Corriere della Sera, een van de grootste kranten in Italië. Dat laatste is niet geheel onbelangrijk, want Münchau had het in zijn column over een 'tijdbom die onder de eurozone ligt', nu de populisten in Italië 60 procent van de parlementsleden en senatoren mogen leveren. Zij hebben al laten verstaan dat ze de Europese begrotingsregels aan hun - excuus voor het woordgrapje - laars zullen lappen. Na Duitsland en Frankrijk is Italië de grootste economie binnen de eurozone, dus wat daar gebeurt, belangt de rest van de eurozone aan. Zeker een klein landje met een grote overheidsschuld als België.
...

Economische stabiliteit kan gedefinieerd worden als de periode tussen twee crisissen. Dat schreef onlangs Wolfgang Münchau, columnist van de zakenkrant Financial Times en van Corriere della Sera, een van de grootste kranten in Italië. Dat laatste is niet geheel onbelangrijk, want Münchau had het in zijn column over een 'tijdbom die onder de eurozone ligt', nu de populisten in Italië 60 procent van de parlementsleden en senatoren mogen leveren. Zij hebben al laten verstaan dat ze de Europese begrotingsregels aan hun - excuus voor het woordgrapje - laars zullen lappen. Na Duitsland en Frankrijk is Italië de grootste economie binnen de eurozone, dus wat daar gebeurt, belangt de rest van de eurozone aan. Zeker een klein landje met een grote overheidsschuld als België. Er was de voorbije tijd enig optimisme gegroeid over Europa. Bij de verkiezingen in Nederland en Frankrijk haalden de eurosceptische partijen niet de gevreesde overwinning. De Frans-Duitse as zou met Macron en Merkel Europa opnieuw op sleeptouw nemen. 'De eurozone leek het voorbije jaar op een roze wolk te zitten', noteerde Bart Van Craeynest, hoofdeconoom van Econopolis, om er snel 'maar de realiteit is minder rooskleurig' aan toe te voegen. Met reden, want bij zowat alle verkiezingen in Europa boekten de extreme partijen winst. In Nederland, Frankrijk en Duitsland haalden ze tussen de 10 en de 20 procent. In Italië werd de antipartij Vijfsterrenbeweging de grootste met ruim 30 procent van de stemmen. Extreemrechts haalde er meer dan 20 procent. De onvrede ín Europa, die vaak gaat óver Europa, is veel groter dan tot voor kort werd gedacht of gehoopt. Economisch gaat het nog vrij goed, de economie in de eurozone groeide in 2017 met 1,5 procent en dat was lang geleden. De Europese Centrale Bank (ECB) heeft de rente kunstmatig laag gehouden en wist zo de financieel-economische crisis te bezweren. Maar het fundamentele probleem van de eurozone is nog steeds niet opgelost: de economieën van noord en zuid groeien steeds verder uit elkaar. Terwijl er in Duitsland nagenoeg volledige tewerkstelling is, bedraagt de werkloosheid in Italië 11 procent. De overheidsschuld ligt in Duitsland onder de 70 procent van het bbp, in Italië boven 130 procent - dat is het dubbele. Het is bijna onmogelijk om daarvoor één passend monetair beleid uit te tekenen. Bovendien heeft een muntunie niet alleen nood aan één monetair beleid, maar ook aan een eensgezinde economische, budgettaire en financiële politiek. Die is niet in zicht, integendeel. De komende tijd komen daar voor de eurozone nog andere grote uitdagingen bij. Zo zal de ECB de rente ooit opnieuw verhogen. De meeste experten verwachten dat dit begin 2019 zal gebeuren. Dat is geen goed nieuws voor de landen met een hoge overheidsschuld en het kan ook de economische groei afremmen. Daarnaast is er nog de handelsoorlog die president Donald Trump wil opstarten. Als Europa daardoor getroffen wordt, kan dat onze economie nog meer schade berokkenen. Het is dan ook zeer begrijpelijk dat de zenuwachtigheid over de toekomst van de eurozone en de euro toeneemt. Voor België dreigt dit pijnlijk te worden. Onze werkloosheid mag met 7,5 procent relatief laag liggen, er mogen elke dag nieuwe banen bij komen en het begrotingskort mag verminderd zijn tot 1 procent van het bbp, feit is en blijft: onze overheidsschuld is met 103 procent van het bbp nog altijd torenhoog. Onze overheid betaalde vorig jaar meer dan 11 miljard aan rentelasten. Als de rente terug aantrekt - en vroeg of laat zal dat gebeuren - en we in een economische crisis verzeilen - en vroeg of laat krijgen we te maken met een recessie - zullen we het ons nog beklagen dat we die schuld niet veel meer hebben afgebouwd. En er is nog iets anders. Ondanks de goede conjunctuur heeft de regering-Michel nagelaten om structurele ingrepen door te voeren die onze overheidsschuld de volgende jaren hadden kunnen verlichten. De verhoging van de pensioenleeftijd is bijvoorbeeld op de lange baan geschoven, brugpensioenen zijn nog altijd mogelijk vanaf 56 jaar, de hervorming van het pensioenstelsel is nog steeds niet rond en dreigt uitgehold te worden, want het lijkt erop dat iedereen een 'zwaar beroep' heeft en dus vervroegd op pensioen kan. Het is maar één voorbeeld van uitstelgedrag van de regering-Michel. Als economische stabiliteit de periode is tussen twee crisissen, dan is het aangewezen om in die rustige periode structurele hervormingen door te voeren. De regering-Michel heeft die kans laten voorbijgaan en dat gaat ons geld kosten.