Een van de momenten aan de universiteit die me zijn bijgebleven, betrof een discussie met mijn studenten over het gedrag van staten in de internationale politiek. In de theorie van de internationale politiek hanteren we graag metaforen: leeuwen zijn staten die assertief maar beheerst opkomen voor hun belangen, wolven zijn agressieve ordeverstoorders, jakhalzen opportunistische aaseters. Zelf voeg ik daar ook de konijnen aan toe, staten die tevreden zijn met restjes en bij de minste dreiging in hun pijp kruipen. En, o wee, als er een plaag uitbreekt.
...

Een van de momenten aan de universiteit die me zijn bijgebleven, betrof een discussie met mijn studenten over het gedrag van staten in de internationale politiek. In de theorie van de internationale politiek hanteren we graag metaforen: leeuwen zijn staten die assertief maar beheerst opkomen voor hun belangen, wolven zijn agressieve ordeverstoorders, jakhalzen opportunistische aaseters. Zelf voeg ik daar ook de konijnen aan toe, staten die tevreden zijn met restjes en bij de minste dreiging in hun pijp kruipen. En, o wee, als er een plaag uitbreekt. Ik laat het aan Dirk Draulans over om de zoölogische relevantie van die metaforen te beoordelen, maar toen ik mijn studenten een jaar geleden vroeg hoe we Europa zouden karakteriseren, zei er eentje: 'We kunnen ons toch helemaal niet meer als een leeuw opstellen?' Die opmerking vond ik zo ontzettend typerend voor onze samenleving. De Europese Unie is nog steeds de op een na grootste economie ter wereld, ze heeft een leiderspositie in tal van technologieën en is een van de meest aantrekkelijke plekken op aarde om te leven. Maar ons kloek en assertief opstellen mogen we niet meer. Europa als één grote angsthazenkolonie. Wat leiders als Donald Trump te veel hebben, hebben wij te weinig. Wat Donald Trump te weinig heeft, hebben wij te veel. Het is natuurlijk prettig als je je kunt begeven tussen bedachtzame, voorkomende mensen. Maar ik heb in Brussel en elders in Europa de indruk dat die Europese bedachtzame welgemanierdheid toch vaak eerder een masker is waarachter een gebrek aan durf en flink wat wereldvreemdheid schuilgaan. Als je een doorsnede neemt van de staatshoofden en regeringsleiders in de Europese Raad of van de eurocraten, dan begin je bijna te begrijpen waarom veel mensen verlangen naar sterke leiders. Ze zijn de angsthazen beu. En gelijk hebben ze. Wellicht denkt u nu: Holslag gaat te kort door de bocht, want politiek is een kwestie van compromissen en niemand heeft baat bij confrontatie. Maar als zelfs compromissen geen vooruitgang meer opleveren - of ze nu betrekking hebben op de economie, de diplomatie of andere beleidsthema's - wat is dan nog hun nut? We mogen ons dan op de borst kloppen dat het allemaal erg fatsoenlijk is, maar als de stasis nog lang aanhoudt, dan gaat dit Europese project kapot - van buitenuit en van binnenuit. De verklaringen zijn legio. Heel wat van die brave leiders en eurocraten zijn opgegroeid in extreme welvaart en opgeleid in een van de Europese scholen of Europacolleges die uitmunten in wereldvreemdheid en gewichtigdoenerij. Je wordt daar op een voetstuk gezet waar je nooit meer afraakt. In die cocon is het amper duidelijk wat er op het spel staat, laat staan dat je er leert in het stof te bijten en weer op te staan. De nieuwe generatie leiders heeft een Kamp Waes nodig, niet in het bos, maar in de echte wereld. Tussen het beleid en de bevolking hangt de dichte mist van juridisering en technocratie. Tezelfdertijd zijn de beleidsmakers compleet vervreemd van de historische horror van de dictatuur en ontberen ze de verbeelding om een toekomstvisie te ontwikkelen. Het volstaat dat een bedrijfsleider als Herbert Diess eens op zijn bureaustoel schuifelt, of zowat heel politiek Brussel gaat plat op de buik. En als de minste Chinese dignitaris een mailtje stuurt, rept de hele eurocratie zich naar haar hol. Duizend-en-een uitvluchten worden gezocht om maar geen potten te breken. Laten we een simpel voorbeeld geven, ik heb er al eerder over geschreven op deze pagina. We zouden onze markt moeten afschermen tegen valse concurrentie door invoerders dezelfde normen qua arbeidsomstandigheden, productveiligheid en ecologie op te leggen als de eigen producenten. Chinese dumping: eruit. Bedrijven die onze energierevolutie willen ondermijnen door zich aan een infuus dictatorolie of schaliegas te hangen: eruit. Gun ze misschien nog enkele jaren om alsnog bij te dragen aan onze Green New Deal, om wat investeringen af te schrijven, maar daarna: geen uitvluchten meer. Maar dan zie je politiek Europa draaien en kronkelen, om uitvluchten te zoeken, om het op de lange baan te schuiven, zich een volstrekt vals aura van gewichtigheid en realpolitik aanmetend om de onhoudbare economische stilstand nog wat te rekken. Ik ben voor hoffelijkheid, maar dan wel hoffelijkheid gekoppeld aan moed en duidelijkheid. De oude ridderlijkheid: hoofs als het kan, hard als het moet. Maar wat zal dat vleugje romantiek me in de konijnenburcht duur komen te staan.