Er bestaat geen Pareto-optimum in de internationale politiek: geen ideale situatie waarvan alle partijen evenveel profiteren. En dus bestaat er ook geen evenwicht. In de internationale politiek bestaat alleen volatiliteit, nimmer aflatende en vaak gewelddadige volatiliteit. Zo ook in Syrië. De beelden van de gifgasslachtoffertjes en de tot ruïnes herschapen steden laten niemand onbewogen. Vaak volgt dan onbegrip: hoe zijn mensen in staat elkaar zoiets aan te doen? Kunnen we de strijdende partijen niet tot vrede bewegen? Helaas is die kans klein. De raketten van dit weekend waren als dennennaalden in een brandhaard. De strijd om Syrië en de Levant zal blijven woeden. Nog decennialang, wellicht. Tot een van de grootmachten in de regio de overmacht behaalt. De wereld blijft een wildernis: alleen wie heel veel macht heeft, kan ze tijdelijk vormgeven.
...

Er bestaat geen Pareto-optimum in de internationale politiek: geen ideale situatie waarvan alle partijen evenveel profiteren. En dus bestaat er ook geen evenwicht. In de internationale politiek bestaat alleen volatiliteit, nimmer aflatende en vaak gewelddadige volatiliteit. Zo ook in Syrië. De beelden van de gifgasslachtoffertjes en de tot ruïnes herschapen steden laten niemand onbewogen. Vaak volgt dan onbegrip: hoe zijn mensen in staat elkaar zoiets aan te doen? Kunnen we de strijdende partijen niet tot vrede bewegen? Helaas is die kans klein. De raketten van dit weekend waren als dennennaalden in een brandhaard. De strijd om Syrië en de Levant zal blijven woeden. Nog decennialang, wellicht. Tot een van de grootmachten in de regio de overmacht behaalt. De wereld blijft een wildernis: alleen wie heel veel macht heeft, kan ze tijdelijk vormgeven. In mijn zoektocht naar een beter begrip van het Syriëconflict heb ik uit het kluwen drie rode draden gehaald: een binnenlandse, een regionale en een globale. Zoals zo veel burgeroorlogen is ook de Syrische ontsprongen uit een lange periode van latente spanning. De explosie van het geweld tijdens de Arabische Lente van 2011 kun je zien als een volksopstand tegen de dictatuur van de Al-Assad-dynastie, die toen exact veertig jaar aan de macht was. Aan de aanvankelijke manifestaties liepen mensen met een uiteenlopende achtergrond te hoop tegen werkloosheid, inflatie, corruptie en discriminatie. Al gauw kreeg het oproer de gedaante van een politiek-religieuze strijd: de Assad-familie had de alawitische minderheid begunstigd, ten nadele van de soennitische meerderheid. De alawieten hebben hun machtspositie deels te danken aan de Fransen, na de opsplitsing van het Turks-Ottomaanse Rijk in 1920. Maar de drang naar macht van die alawieten is op zijn beurt dan weer het resultaat van eeuwenlange onderdrukking door de Turkse soennieten. Zo gaat dat in de wereld: het is heersen of overheerst worden. Zoeken naar historische verantwoordelijkheden heeft weinig zin, want dan kun je, bij wijze van spreken, teruggaan tot de tiende eeuw. Vaststaat dat de Assad-dynastie, met de twee presidenten Hafiz en Bashar, haar minderheidspositie wist te verdedigen door een combinatie van binnenlandse repressie, diplomatiek bochtenwerk en strategische samenwerking met landen als Egypte, de Sovjet-Unie, Iran en Rusland. Economische malaise, snelle bevolkingsgroei, klimaatverstoring, de onrust in Irak en de Arabische Lente hebben die strategie gedwarsboomd. Wat volgde was een gruwelijke burgeroorlog. Hoewel die startte als verzet tegen de Assad-familie, versplinterde het front zich, zoals zo vaak, in kleine fracties. De strijd om rechtvaardigheid werd een strijd om de macht. Er zijn nu meer dan duizend groepen actief in Syrië, veelal afsplitsing van de grote rebellengroepen en vaak niet meer dan bendes in een wijk of dorp. Een neerwaartse spiraal van winst en wraak houdt de strijd aan de gang. Enerzijds bieden wapens nu de snelste weg tot status en een inkomen, vooral voor de 3 tot 4 miljoen jonge mannen. Anderzijds heeft elke familie wel een reden om wraak te nemen. Op een oorspronkelijke bevolking van 23 miljoen hebben tot 12 miljoen mensen hun huis moeten verlaten, zijn er bijna een half miljoen doden gevallen, en zijn er volgens de Verenigde Naties tienduizenden vrouwen seksueel misbruikt. Zelfs al is de bevolking de situatie moe, de drang naar winst en wraak blijft mannen naar rebellengroepen en terrorisme drijven. De drang naar wraak zal nog groeien omdat de meerderheid van soennieten haar aartsrivaal Assad ziet winnen, dankzij superieure wapens en de steun van Rusland en Iran. Terwijl het regime van Assad een tijdlang op sterven na dood leek, heeft het de rebellen in het grootste deel van Syrië ten westen van de Eufraat teruggedrongen. Hoewel miljoenen Syrische burgers Assad, zijn leger, zijn gevreesde luchtmacht, zijn brandbommen en zijn chemische wapens verantwoordelijk achten voor alle kwaad, wil hij van geen wijken weten. De kans is daarom groot dat het verzet in het westen van Syrië ondergronds gaat. Duizenden geharde strijders van de IS of Jabhat al-Nusra zijn in staat de guerrilla verder te zetten en pogingen om een politieke transitie uit te stippelen te doen ontsporen. Een overwinning van Assad zou voor twee regionale grootmachten erg moeilijk liggen: Israël en Turkije. Assad heeft zijn redding deels te danken aan Iran, dat van de burgeroorlog gebruikgemaakt heeft om zijn invloed in Syrië te versterken. In een aantal strategische dorpen heeft het de woningen van gevluchte soennieten door sjiieten laten innemen. Via Irak hebben Iraanse milities en vliegtuigen nu een corridor tot aan de grens met Israël in handen. Iraanse groepen controleren verschillende toegangsroutes tot Libanon, waar Teheran een bondgenootschap heeft met de overwegend sjiitische verzetsorganisatie Hezbollah, en tot aan de strategische Golanhoogten. Hezbollah en Iran zien het als hun historische missie om Israël minstens te verdrijven uit de Golanhoogten en een aantal bezette gebieden in Libanon. Israël op zijn beurt beschouwt het als een zaak van levensbelang om de Iraanse invloed te stuiten. Iran zal blijvende aanwezigheid eisen van Assad in ruil voor zijn steun, en dat zal Tel-Aviv voldoende redenen geven om de oppositie tegen Assad aan te porren. Of zoals de Israëlische defensieminister Moshe Ya'alon zich in 2016 liet ontvallen: 'Als we in Syrië moeten kiezen tussen de IS of Iran, kies ik voor de IS, want Iran is onze grootste vijand.' Veel groter dan de dreiging van een aanvaring tussen Rusland en de Verenigde Staten in Syrië is de dreiging van een confrontatie tussen Israël en Iran. De Russen hebben de voorbije jaren met hun luchtmacht een belangrijk verschil gemaakt, maar Iran heeft minstens een even groot vermogen om via de sjiitische milities de situatie op de grond te doen kantelen. Ook de Turken steunen soennitische rebellen - Arabisch-soennitische rebellen, welteverstaan: opponenten van Assad - om de strijd aan te gaan tegen de Koerdische soennieten. Als de huidige machtsverdeling in Syrië het uitgangspunt zou zijn van een politieke transitie in de richting van een federale staat, zou dat betekenen dat de twee tot drie miljoen Koerden ten oosten van de Eufraat een vrijwel autonome deelstaat zullen vormen. Voor Turkije is dat onaanvaardbaar. Daarom heeft Ankara zo'n 25.000 Arabisch-soennitische rebellen gemobiliseerd. Eerst om de Koerden te verdrijven uit de laatste stukjes bezet gebied ten westen van de Eufraat, zoals de stad Manbij. En vervolgens wellicht ook om de Koerdische dominantie ten oosten van de Eufraat te contesteren. Israël en Turkije hebben er helemaal geen baat bij de huidige situatie in Syrië te aanvaarden. Zij zullen soennitische rebellen blijven aanvuren. Daardoor zullen ook de twee andere grootmachten, Rusland en de VS, zich blijven bemoeien. Voor Rusland is het engagement in Syrië zowel een kwestie van prestige als één van strategie. De Russen willen koste wat het kost hun basis in de Middellandse Zee, Tartus, behouden. Dat wil niet zeggen dat hun relatie met Assad van harte is. De Russen waren naar verluidt woest toen Syrië opnieuw chemische wapens had ingezet. In dat opzicht doet de ongemakkelijke verstandhouding wat denken aan die tussen China en Noord-Korea. Bij de VS spelen er verschillende belangen mee. President Barack Obama koos tegenover het Midden-Oosten voor een politiek van terughoudendheid. Zijn opvolger Donald Trump had aanvankelijk ook die neiging; hij beloofde onder meer het aantal Amerikaanse soldaten in Syrië te zullen afbouwen. Maar in de geest van de nieuwe Amerikaanse Nationale Veiligheidsstrategie is de houding van Washington opnieuw veel offensiever geworden. Om te beginnen delen de Amerikanen nadrukkelijk de Israëlische bezorgdheid over Iran, en willen ze de Iraanse invloed op de Levant indammen en zelfs terugdringen. Zowel Trump als zijn nieuwe veiligheidsadviseur John Bolton onderstreepte ook het belang om de IS te blijven bestrijden. Verder vinden mensen als Bolton en Mike Pompeo, de nieuwe Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, dat Amerika elke indruk van verzwakking moet vermijden, zeker gezien de groeiende invloed van rivaal China. Dat betekent, zoals de Amerikaanse VN-ambassadeur Nikki Haley het stelde, dat rode lijnen moeten afgedwongen worden, maar ook dat Amerika zich door de hybride oorlogvoering landen als Iran en Rusland niet mag laten wegconcurreren. In Syrië wordt mee om het behoud van Amerika's wereldwijde dominantie gestreden. De Amerikanen zullen dus hun aanwezigheid handhaven en hun eigen bevriende rebellen moeten steunen, wat dan weer storend is voor Rusland en Iran. Door die wisselwerking tussen grootmachten en honderden kleine gewapende groepen blijft, zo vrees ik, de kans veel groter dat de crisis in Syrië zal uitbreiden naar de rest van de regio dan dat ze door oorlogsmoeheid zal uitdoven.