...

Irak, zoals de Iraakse fotograaf Latif Al Ani (1935) het heeft gekend, welvarend met een haast westerse moderniteit en een schat aan historische plaatsen, is ten offer gevallen aan opstanden en wrede oorlogen waar zowel de bevolking als de monumenten prooi zijn geworden van rebellen en krijgsheren die meedogenloos alles, mensen zowel als historische sites, vernietigden wat op hun weg lag. We kunnen ons nu moeilijk voorstellen dat steden als Bagdad, Beiroet, Basra of Mosul brede avenues kenden waar Amerikaanse limousines rondreden, de mannen en vrouwen elegant gekleed gingen en in sommige wandelstraten winkels en boetieks westerse producten verkochten. Maar enkele honderden meter buiten het stadscentrum liepen de schapenhoeders langs de ruïnes van oude tempels hun dieren van mager veld naar stal. Dat antagonisme is de vijver geweest waarin Al Ani zijn hele carrière heeft gevist.Nu maakt hij geen foto's meer, zegt hij in een interview, maar hij voegt er aan toe dat, wanneer er weer betere tijden aankomen hij niet zal aarzelen om zijn 6 x 6 of kleinbeeldcamera weer boven te halen. Hij wil de technische evolutie volgen en misschien wel overschakelen van analoge naar digitale techniek. Wie weet ? Dat de naam van deze fotograaf ons weinig of niets zegt heeft uiteraard te maken met zijn identiteit. Wie had er ooit gehoord van Iraakse kunstenaars tot Philippe van Cauteren, directeur van het SMAK, in 2015 aangezocht werd het Iraakse paviljoen op de 56e Biënnale van Venetië met een tentoonstelling van inheemse kunstenaars te organiseren? Zo kwam Al Ani aan de oppervlakte en werd hij bovendien datzelfde jaar in Nederland onderscheiden met de Prins Clausprijs. Het was niet voor het eerst dat hij in het buitenland enig succes kende want, behalve in het Midden-Oosten reisde hij in 1963 naar de Verenigde staten en in 1965 naar Oost Duitsland. In al deze landen kon hij tentoonstellen. Hij was een bereisd man dankzij zijn functie al fotograaf bij de Iraqi Petrolium Company (IPC) waar hij bedrijfsfotografie maakte en als eerste luchtopnamen kon maken vanuit een vliegtuig. Als vrije fotograaf documenteerde hij zowel monumenten of de ruïnes ervan, urbanisatie, huizenbouw, industrie maar ook de relatieve armoede en de modieuze levenswandel die over elkaar heen struikelden in het straatleven. Tienduizenden negatieven verzamelde hij die trouwens later vernietigd werden of verloren gingen. Zijn voorliefde voor het zwart-witprocedé, zegt hij, heeft te maken met esthetiek, je kan er beter licht en schaduw mee vastleggen, het spel van lijnen en vlakken wordt er prominenter door en de keuze van het printpapier bepaalt mede de atmosfeer die ik wilde creëren. Het woord dat hij het liefst gebruikt om de sfeer van zijn beelden weer te geven is "elegantie". De foto moet eerst mij voldoen, de situatie moet me liggen en dan kies je vanzelf voor die elegantie. Het is een aangeboren beslissing, je kan het maar moeilijk leren.Het is inderdaad dat aspect wat opvalt in de foto's van Al Ani. Het is geen avant-gardefotografie, kon ook niet in de periode dat hij werkte maar hij had wel oog voor een zekere moderniteit die in Irak toen bestond vooral in de architectuur als, merkwaardig, in de binneninrichting van woningen. Het is dat documentaire aspect dat zijn werk interessant maakt en hem een prominente plaats geeft in de Iraakse kunstwereld. Nochtans was hij geen avant-gardist, zijn "elegante" foto's zijn niet beladen uit zichzelf, ze zijn het nu geworden via westerse ogen en gebaseerd op de politieke situatie van zijn land. Zijn gschiedenis is nu voorbij en daarom is het relevant zijn oeuvre terug te vinden in een fotoboek dat met veel zorg werd uitgegeven, puttend uit zijn archief en dat qua tekst- en beeldinhoud verschilt van de vele fotoboeken die de markt overspoelen.