In 1948 wilde de excentrieke Catalaanse schilder Salvador Dali een performance uitvoeren met springende katten (heeft Jan Fabre daar zijn inspiratie gehaald ?) een hangend schilderij, en hemzelf met een sprong in de lucht. Hij had een fotograaf nodig om het exploot te vereeuwigen. Dat werd Philippe Halsman die hij al geruime tijd kende. De foto is bewaard en is nu te zien op een uitgebreide overzichtstentoonstelling in Parijs.
...

In 1948 wilde de excentrieke Catalaanse schilder Salvador Dali een performance uitvoeren met springende katten (heeft Jan Fabre daar zijn inspiratie gehaald ?) een hangend schilderij, en hemzelf met een sprong in de lucht. Hij had een fotograaf nodig om het exploot te vereeuwigen. Dat werd Philippe Halsman die hij al geruime tijd kende. De foto is bewaard en is nu te zien op een uitgebreide overzichtstentoonstelling in Parijs. Halsman (Riga, 1906 - New York, 1979) is nu wat op de achtergrond geraakt maar was tijdens zijn leven een van de meest gereputeerde fotografen die in de VS werkte. Covers voor Life magazine, langlopende publiciteitscampagnes voor o.m. de cosmeticakoningin Elisabeth Arden en opdrachten voor N.B.C., het was niet iedereen in het vak gegeven. Vanuit Riga emigreerden zijn joodse ouders naar Dresden waar Philippe voor elektro-ingenieur studeerde. Toen deed zich een vreemde geschiedenis voor die nooit helemaal uitgeklaard is. Tijdens een vakantietrip in het anti-semitsche Oostenrijks Tirol werd zijn vader vermoord en zijn zoon (valselijk) als de dader aangehouden, verhoord en tot tien jaar dwangarbeid veroordeeld. Zijn zuster zette alle mogelijke getuigen in, waaronder Freud, Einstein, Thomas Mann om zijn vrijlating te bekomen. Pas in 1930 werd hij vrijgesproken en kon hij de gevangenis verlaten. Hij hield het voor bekeken in Oostenrijk en trok naar Frankrijk. Zijn fascinatie voor fotografie kwam er al vlug toen hij op 15-jarige leeftijd met een oude camera van zijn vader ontdekte wat er met die zwarte doos en die glasplaten mogelijk was. Die nieuwsgierigheid zou zijn verdere leven bepalen want toen hij zich in Parijs kon vestigen, mede dank zij de Franse minister Paul Painlevé, kreeg hij van diens zoon een van de meest geavanceerde fototoestellen die er op dat moment beschikbaar waren. Het klinkt allemaal als in een roman want het is niet te achterhalen hoe de familie bekend was met een aantal belangrijke figuren van dat moment. Feit is dat zoon Philippe er zijn voordeel mee kon doen en dat hij, bij wijze van spreken, de fotowereld werd in gekatapulteerd. Halsman zou zowat tien jaar Parijs als thuishaven hebben en ontwikkelde zich daar tot een rasfotograaf die gevraagd werd door magazines als Vogue, Vu en Voilà. Voor hen maakte hij unieke portretten van beroemdheden zoals Marc Chagall, Le Corbusier, André Malraux en vele anderen. Meermaals stelde hij tentoon in de avant-garde galerie van de Pleiade samen met Man Ray, André Kertész en Brassaï. In 1940 herinnerde hij zich maar al te goed wat hem in Tirol was overkomen en week hij met zijn familie uit naar New York. Daar ging zijn reputatie in Parijs hem vooraf en het koste geen grote moeite om te kunnen werken voor nationale magazines en vooral voor Life dat veel belangstelling had voor goede fotografie. Voor dat blad realiseerde hij ontelbare covers en reportages met vedetten van allerlei pluimage, Marylin Monroe, Rita Hayworth, Duke Ellington, de hertog en hertogin van Windsor, Richard Nixon, Albert Einstein en ga zo maar verder. Men zou kunnen denken dat een succesfotograaf van zijn formaat die de beroemdheden voor zijn camera zag defileren geen verdere ambities koesterde maar Halsman ging ook onophoudelijk verder met de grenzen van de fotografie te verleggen en te experimenteren. Meer dan dertig jaar werkte hij voor Salvador Dali en zo ontdekte hij de "jumpology" waarbij hij zijn personages in de lucht liet springen om zo een meer natuurlijk en spontaan resultaat te bekomen. Het is haast niet voor te stellen dat hij de Windsors, Nixon of leden van de auitofamilie Ford zo ver kreeg om zo'n gymnastische oefening voor hem te proberen. Maar vanuit het standpunt van de fotograaf was de oefening noodzakelijk "Wanneer je een persoon vraagt om een sprong te maken is zijn/haar aandacht meestal uitsluitend gericht op het springen, het masker verdwijnt en de werkelijke persoonlijkheid komt tevoorschijn", dixit Halsman.Hij was een veelzijdig fotograaf die uiteraard van zijn fotowerk leefde en daarom opdrachten moest uitvoeren. Naast zijn portretten voor Life en andere publicaties werkte hij ook voor modeontwerpers en publiciteitsagentschappen, maakte reportages maar vond ook tijd voor persoonlijke projecten (Jumpology) en officiële en private opdrachten. En gevarieerd spectrum waarbij altijd de fotografische kwaliteit en vaak ook de inventie van de kunstenaar verbazen. Halsman behoorde tot een generatie die het podium heeft verlaten om plaats te maken voor een generatie die andere standpunten wil verdedigen, over een meer gesofisticeerde apparatuur beschikt met veel meer mogelijkheden en esthetische normen hanteert die mede gedragen worden door de beeldende kunst van vandaag. Maar oude wijn wil soms ook nog smaken al wordt men er niet dronken van.Tentoonstelling "Philippe Halsman, Ëtonnez-moi !" Parijs, Jeu de Paume, nog tot 24 januari 2016.