Donderdag stelde de Europese Commissie enkele plannen voor waarmee ze komaf wil maken met de migratieproblematiek van de afgelopen jaren. Op de Europese top van vorige maand had de Commissie van de achtentwintig regeringsleiders en staatshoofden het mandaat gekregen om verscheidene pistes te onderzoeken.
...

Donderdag stelde de Europese Commissie enkele plannen voor waarmee ze komaf wil maken met de migratieproblematiek van de afgelopen jaren. Op de Europese top van vorige maand had de Commissie van de achtentwintig regeringsleiders en staatshoofden het mandaat gekregen om verscheidene pistes te onderzoeken.De Europese Commissie werd onder meer gevraagd om te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn van zogenaamde regionale ontschepingsplatformen. Zulke platformen liggen buiten de Europese Unie en moeten onder de bevoegdheid van de Verenigde Naties en de Internationale Organisatie voor Migratie al ter plaatste controleren of iemand überhaupt recht heeft op asiel. Bedoeling is dat migranten reeds in de internationale of Noord-Afrikaanse territoriale wateren worden onderschept, door respectievelijk Europese Search and Rescue operaties of patrouilleboten van de Noord-Afrikaanse landen in kwestie. Vervolgens worden ze naar de ontschepingsplatformen gebracht waar gecontroleerd wordt of de migranten recht hebben op asiel. Daarmee wil de Commissie de gevaarlijke overtocht een stuk inkorten én de migratiedruk op Zuid-Europese landen verlichten.Maar zulke voorstellen zijn allesbehalve nieuw en wierpen in het verleden zowel humanitaire, juridische en praktische bezwaren op. Wat bijvoorbeeld met migranten die effectief recht hebben op internationale bescherming? De twee Europese spreidingsmechanismen die in september 2015 werden goedgekeurd, hebben namelijk nooit de verwachtingen kunnen inlossen. Slechts twee landen, Malta en Ierland, hebben de afgesproken spreidingsquota voor vluchtelingen in Griekenland en Italië gerespecteerd. Polen, Hongarije en Slowakije weigerden zelfs om ook maar één vluchteling op te vangen.Bovendien vreest de Europese Commissie voor een aanzuigeffect. Mensen zullen sneller geneigd zijn om de oversteek te wagen wanneer een snelle onderschepping op zee ervoor zorgt dat hun recht op asiel wordt onderzocht, zo vreest de Commissie. Het zou er in theorie toe kunnen leiden dat het aantal asielaanvragen en erkenningen toeneemt. Dan schieten zulke centra natuurlijk aan hun oorspronkelijk doel voorbij, namelijk het aantal vluchtelingen dat naar de Europese Unie wil komen, verminderen. Daarom komt het Berlaymontgebouw met een wel erg opvallend voorstel op de proppen. Wanneer in zulke centra wordt beslist dat een migrant daadwerkelijk recht heeft op internationale bescherming, dan zou er niet langer de garantie bestaan dat die wordt hergevestigd in de Europese Unie. 'Hervestiging is maar een van de mogelijke oplossingen, en die zal niet noodzakelijk in de Unie plaatsvinden', aldus het voorstel van de Commissie. Dat betekent in de praktijk dat iemand die vlucht voor oorlog in zijn thuisland niet langer de zekerheid heeft dat hij in de Europese Unie terechtkan voor bescherming. Hoewel het onduidelijk is in welke gevallen een herverstiging naar de Europese Unie niet vereist zou zijn, gaat het waarschijnlijk om diegenen die 'slechts' tijdelijk bescherming nodig hebben. Dat is een enorme beleidswijziging ten opzichte van de voorgaande jaren. Het voorstel van de Europese Commissie krijgt trekjes van het zogenaamde omstreden Australische model. Ook dat land outsourcet de politieke problemen die gepaard gaan met het migratiethema. Komen in Australië vluchtelingen aan, dan worden ze gebracht naar de Micronesische Republiek Nauru of Papoea-Nieuw-Guinea. Blijkt daar dat de migranten wel degelijk recht hebben op internationale bescherming, mogen ze toch niet naar Australië terugkeren. Ze worden in Nauru ondergebracht of overgeplaatst naar Cambodja. Verschil tussen het voorstel van de Commissie en het Australisch model is het verbod om migranten vanuit de Europese territoriale wateren toch terug te sturen. Deze zogenaamde pusbacks worden namelijk verboden door de Conventie van Genève. Volgens Hendrik Vos, professor Europese politiek aan de Universiteit van Gent, hoeft het niet te verbazen dat de Europese Commissie het migratieroer zodanig omgooit. 'De Commissie heeft een tijdlang tevergeefs ingezet op een herverdelingsmechanisme tussen de lidstaten op basis van solidariteit. Ook heeft het haar tanden stukgebeten op de aanpassing van de omstreden Dublin-verordening', aldus Vos. Daarnaast is het Europese politieke landschap de afgelopen jaren danig veranderd. Steeds meer Europese regeringen bestaan uit partijen met een strenger immigratiebeleid of -discours. Bovendien zijn veel Europese radicaal-rechtse partijen erin geslaagd om vanuit de oppositie druk uit te oefenen op het migratiebeleid van de regering. Ook met die politieke realiteit moet de Europese Commissie hoe langer hoe meer rekening houden. Anderzijds is het nog maar de vraag of het voorstel van de Europese Commissie wel realistisch is. 'Dat weet ook de Commissie', zegt Vos. Het wordt vooral problematischer om lidstaten te vinden die enerzijds bereid zijn om zulke centra in hun land toe te staan en/of mee willen werken aan de opvang van de erkende vluchtelingen. Sinds de Europese top van vorige maand heeft geen enkel stabiel en veilig Noord-Afrikaans land zich bereid getoond om aan zulke projecten mee te werken, zelfs niet als er een aardige som tegenover staat. Zo wil Tunesië - dat volgens Europese diplomaten in beeld komt om zulke ontschepingsplatformen op te richten - naar eigen zeggen (voorlopig?) de risico's die zulke platformen met zich meebrengen niet op zich nemen. Daarom wil de Europese Commissie extra operationele, financiële en logistieke steun leveren aan de landen die zich wel bereid zouden tonen. Of dat zal volstaan om zulke landen toch te overtuigen blijft voorlopig koffiedik kijken. De Commissie gaat haar voorstel eerst verder aftoetsen met de Verenigde Naties, de IOM en de Europese lidstaten. Vervolgens wil ze met die laatsten overlopen hoe ze bestaande asielakkoorden met Noord-Afrikaanse landen kunnen uitbreiden.