Opinie

Jonathan Holslag

‘De doorsnee-West-Europeaan denkt nog heel vaak dat hij met iedereen vriend kan en moet zijn’

‘Mensen in West-Europa denken nog heel vaak dat het helemaal niet erg is om macht te verliezen’, meent Jonathan Holslag (VUB).

Ik heb best wel begrip voor de houding van Rusland. Jarenlang had het Westen amper oren naar zijn bezorgdheden. Ik heb ook begrip voor China, dat zich uit de chaos werkte en een eind maakt aan de Amerikaanse dominantie in Azië. En ik heb begrip voor heel veel andere landen die een gooi doen naar de macht nu het Westen in de touwen hangt. Zo gaat dat nu eenmaal in de wereldpolitiek.

Waar ik géén begrip voor heb, is de redenering dat met de opmars van Rusland, China en anderen een herstel van de rechtvaardigheid aan de gang is, dat het beter wordt nu de Amerikanen niet meer de baas zijn, nu de NAVO een opdoffer krijgt. Dat is geen herstel van de rechtvaardigheid. In de nieuwe wereldorde wordt de oude onrechtvaardigheid vervangen door nieuwe onrechtvaardigheid en zal de wereldwijde dominantie van de Verenigde Staten vervangen worden door lokale dominantie, hoewel we met de Chinezen nog moeten zien of zij gewoon niet de nieuwe supermacht worden.

De doorsnee-West-Europeaan denkt nog heel vaak dat hij met iedereen vriend kan en moet zijn.

Ik heb evenmin begrip voor het argument dat wat nu in Oost-Europa gebeurt enkel het gevolg is van Amerikaanse opdringerigheid. Bij zo’n veiligheidsdilemma zijn er twee betrokken partijen. De spanning is evenzeer het gevolg van het historische trauma dat landen opliepen door het onverbiddelijke Sovjetimperialisme als van de recentere Amerikaanse arrogantie. Wie de uitbreiding van de NAVO bestudeert, zal besluiten dat ze er vooral kwam op aandringen van landen als Polen, Roemenië en Litouwen, omdat zij een panische angst hadden voor de terugkeer van een sterk Rusland. De Amerikaanse overheid, president Bill Clinton inbegrepen, was in de jaren negentig overigens niet altijd happig op een uitbreiding.

De NAVO-uitbreiding kwam er grotendeels op verzoek van nieuwe soevereine staten uit het voormalige Sovjetblok. Soevereine staten mogen zich bij internationale organisaties aansluiten, ook om zich te verdedigen. Als we meegaan met het argument dat kleine soevereine staten zich níét bij organisaties mogen aansluiten als grote staten hun veto stellen, erkennen we gewoon de wet van de sterkste. Die redenering is een legitimering van imperialisme: de kleintjes moeten doen wat de groten willen. Dat heet realpolitik. En als men de realpolitik van de nieuwe grootmachten in dat opzicht aanvaardt, dan hoeft men ook niet zo te vitten op die van de Amerikanen. Dan hoort het er gewoon bij. Punt.

De redenering is ook selectief verontwaardigd over militair expansionisme. Critici zullen opwerpen dat de NAVO in het recente verleden geweld gebruikte in andere landen, en vaak niet eens met succes. Maar wat doen we met de Russen in de Kaukasus? In Centraal-Azië? Er zijn vandaag ongeveer 9000 NAVO-soldaten ontplooid in de wereld, tegenover ruim 50.000 Russische soldaten. China bouwt ook langzaamaan aan de capaciteit om meer troepen naar het buitenland te sturen. Ook hier is de conclusie onsentimenteel: harde macht blijft bij de wereldpolitiek horen, maar nu zijn er almaar meer landen die harde macht eigengereid gebruiken.

En zelfs als we de beweegredenen, de frustraties en de verzuchtingen van pakweg Rusland, China en Iran begrijpen, als we naar de wereld kijken vanuit de positie van anderen en moeten erkennen dat het wantrouwen diep zit, laten we dan toch ook niet nalaten om nuchter naar de wereld te blijven kijken, vanuit onze eigen strategische belangen. Maar dat is wellicht de kern van het probleem. De Rus kent zijn rivalen, de Chinees de zijne. Beiden weten hoe onbehaaglijk het is om macht te verliezen. Maar de doorsnee-West-Europeaan denkt nog heel vaak dat het helemaal niet erg is om macht te verliezen en dat hij met iedereen vriend kan en moet zijn.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content