In meer dan 180 landen sloten scholen de deuren om de verdere verspreiding van het coronavirus in te perken. De sluiting van onderwijsinstellingen is uiteraard noodzakelijk in deze situatie, maar de problemen die vóór de crisis al aanwezig waren in de onderwijswereld, zullen nu nog groter worden en niet te onderschatten gevolgen hebben voor schoolgaande meisjes en jongens. In veel landen worden meisjes - vooral wanneer ze in een kwetsbare omgeving opgroeien - tijdens hun schoolperiode geconfronteerd met specifieke obstakels zoals armoede, het gebrek aan goede infrastructuur, gendergerelateerd geweld, ... Het gevolg is dat slechts één op de vier meisjes ten zuiden van de Sahara het middelbaar onderwijs afrondt.

De internationale gemeenschap is zich bewust van het belang van onderwijs voor alle meisjes en maakte hiervan in het verleden een prioriteit, maar de recente sluiting van scholen vormt drie grote uitdagingen voor de geboekte vooruitgang.

Hoe kunnen we onderwijs aan kinderen blijven voortzetten tijdens de crisis?

Onderwijs blijft een fundamenteel recht, zelfs in tijden van crisis. Onderwijs kan zelfs een schild vormen tegen de verspreiding van epidemieën door kinderen te leren hoe ze zichzelf kunnen beschermen. Zo doen ze kennis op hoe ze ziekten in hun huis of gemeenschap kunnen voorkomen.

Echter, in verschillende partnerlanden van Plan International België zijn de onderwijssystemen fragiel en verre van efficiënt. Het gebrek aan aangepast materiaal of gekwalificeerde docenten heeft vaak een negatieve invloed op de kwaliteit van het onderwijs. Zo halen in Niger 9 op de 10 kinderen in het basisonderwijs niet het verwachte lees- en rekenniveau. In deze context vormt afstandsonderwijs dus een bijzondere uitdaging.

De situatie waarin kinderen nu verkeren, is niet alleen stressvol, maar ook uiterst problematisch. De gevolgen van het sluiten van de scholen zijn vooral voor meisjes zorgwekkend. Zij worden vaker blootgesteld aan geweld wegens hun geslacht of leeftijd, of moeten verplicht meer huishoudelijke taken vervullen, wat hen kan beletten om hun schoolopleiding verder te zetten.

Toch bestaan er in het onderwijs een aantal basisprincipes voor crisissituaties en ook nu moeten we landen aanmoedigen en ondersteunen om het recht van elk kind en elke jongere om te leren, te blijven waarborgen.

Beleidsmakers en mensen in het veld trokken bijvoorbeeld lessen uit de ebolacrisis om de uitdagingen waarmee meisjes vandaag worden geconfronteerd, aan te gaan. Zo werkten leerkrachten en gemeenschappen samen om ervoor te zorgen dat inclusieve methoden voor afstandsonderwijs werden toegepast en riepen ze op om te blijven investeren in de educatie van meisjes.

Ook psychosociale ondersteuning en voedseldistributie in scholen, het aanbieden van alternatieve sociale diensten en het ondersteunen via telefoon en andere media, zijn goede opties.

Hoe pakken we de heropening van scholen aan?

In januari 2020 gingen bijna 260 miljoen kinderen en jongeren, waarvan 130 miljoen meisjes, niet naar school. Vooral ten zuiden van de Sahara is dit problematisch. Daar komen nu 743 miljoen meisjes bij, van wie er 111 miljoen in arme landen wonen waar het naar school gaan in normale tijden al een uitdaging is. Het risico bestaat erin dat deze tijdelijke onderbreking voor veel kinderen, vooral voor kinderen in kwetsbare situaties (adolescenten, gemarginaliseerde gemeenschappen, kinderen met een handicap, ...) definitief wordt.

Wat zal de impact zijn van de economische gevolgen van de crisis op de motivatie van gezinnen om het onderwijs van hun dochters voort te zetten? De impact op het risico van kinderhuwelijken? Op blootstelling aan seksuele uitbuiting?

In Sierra Leone nam het aantal tienerzwangerschappen tijdens de ebolacrisis in een aantal gemeenschappen gemiddeld 65 procent toe. Uit een studie bleek dat de situatie van deze meisjes een direct gevolg was van het wegvallen van een beschermende omgeving die de school is. Veel van deze meisjes keerden niet meer naar school terug, vooral omdat het beleid zwangere meisjes verhindert om naar school te gaan.

Een flexibele manier van leren moet voorzien worden, zodat deze meisjes wanneer de deuren weer openen niet ontmoedigd worden om terug te keren naar school. Dat kan bijvoorbeeld door het aanbieden van kleine of remediërende cursussen. Toch bestaat de kans dat dit niet voldoende is.

Inspanningen hernemen én versterken

Als we willen dat de noodsituatie waarin we nu verkeren levens redt, moeten we ook voorkomen dat de gezondheidscrisis op de middellange termijn evolueert naar een sociale crisis. We moeten koste wat kost vermijden dat de inspanningen die de afgelopen twintig jaar zijn geleverd om meisjesonderwijs in de hele wereld te verbeteren, worden teruggedraaid.

Dat is de derde uitdaging: ervoor zorgen dat de internationale gemeenschap haar inspanningen om elk meisje terug op de schoolbanken te krijgen na de crisis herneemt en versterkt, en om tegen 2030 haar doel te vervullen dat elk kind en elke jongere op de schoolbanken zit.

Deze crisis is een tastbaar bewijs van wat veel actoren uit het maatschappelijk middenveld al lange tijd zeggen over klimaatuitdagingen of ongelijkheden: wereldwijd zijn we meer dan ooit afhankelijk van elkaar en allerhande problemen zijn met elkaar verbonden. Daarom roepen wij staatshoofden en regeringsleiders, de ministers van Financiën, Onderwijs en Ontwikkelingshulp en Internationale Organisaties op om de geboekte vooruitgang met betrekking tot het onderwijs van meisjes, te beschermen én om solidariteit te tonen bij het formuleren van antwoorden op uitdagingen die de mensheid in haar geheel aangaan.

In meer dan 180 landen sloten scholen de deuren om de verdere verspreiding van het coronavirus in te perken. De sluiting van onderwijsinstellingen is uiteraard noodzakelijk in deze situatie, maar de problemen die vóór de crisis al aanwezig waren in de onderwijswereld, zullen nu nog groter worden en niet te onderschatten gevolgen hebben voor schoolgaande meisjes en jongens. In veel landen worden meisjes - vooral wanneer ze in een kwetsbare omgeving opgroeien - tijdens hun schoolperiode geconfronteerd met specifieke obstakels zoals armoede, het gebrek aan goede infrastructuur, gendergerelateerd geweld, ... Het gevolg is dat slechts één op de vier meisjes ten zuiden van de Sahara het middelbaar onderwijs afrondt. De internationale gemeenschap is zich bewust van het belang van onderwijs voor alle meisjes en maakte hiervan in het verleden een prioriteit, maar de recente sluiting van scholen vormt drie grote uitdagingen voor de geboekte vooruitgang.Onderwijs blijft een fundamenteel recht, zelfs in tijden van crisis. Onderwijs kan zelfs een schild vormen tegen de verspreiding van epidemieën door kinderen te leren hoe ze zichzelf kunnen beschermen. Zo doen ze kennis op hoe ze ziekten in hun huis of gemeenschap kunnen voorkomen.Echter, in verschillende partnerlanden van Plan International België zijn de onderwijssystemen fragiel en verre van efficiënt. Het gebrek aan aangepast materiaal of gekwalificeerde docenten heeft vaak een negatieve invloed op de kwaliteit van het onderwijs. Zo halen in Niger 9 op de 10 kinderen in het basisonderwijs niet het verwachte lees- en rekenniveau. In deze context vormt afstandsonderwijs dus een bijzondere uitdaging. De situatie waarin kinderen nu verkeren, is niet alleen stressvol, maar ook uiterst problematisch. De gevolgen van het sluiten van de scholen zijn vooral voor meisjes zorgwekkend. Zij worden vaker blootgesteld aan geweld wegens hun geslacht of leeftijd, of moeten verplicht meer huishoudelijke taken vervullen, wat hen kan beletten om hun schoolopleiding verder te zetten. Toch bestaan er in het onderwijs een aantal basisprincipes voor crisissituaties en ook nu moeten we landen aanmoedigen en ondersteunen om het recht van elk kind en elke jongere om te leren, te blijven waarborgen. Beleidsmakers en mensen in het veld trokken bijvoorbeeld lessen uit de ebolacrisis om de uitdagingen waarmee meisjes vandaag worden geconfronteerd, aan te gaan. Zo werkten leerkrachten en gemeenschappen samen om ervoor te zorgen dat inclusieve methoden voor afstandsonderwijs werden toegepast en riepen ze op om te blijven investeren in de educatie van meisjes. Ook psychosociale ondersteuning en voedseldistributie in scholen, het aanbieden van alternatieve sociale diensten en het ondersteunen via telefoon en andere media, zijn goede opties. In januari 2020 gingen bijna 260 miljoen kinderen en jongeren, waarvan 130 miljoen meisjes, niet naar school. Vooral ten zuiden van de Sahara is dit problematisch. Daar komen nu 743 miljoen meisjes bij, van wie er 111 miljoen in arme landen wonen waar het naar school gaan in normale tijden al een uitdaging is. Het risico bestaat erin dat deze tijdelijke onderbreking voor veel kinderen, vooral voor kinderen in kwetsbare situaties (adolescenten, gemarginaliseerde gemeenschappen, kinderen met een handicap, ...) definitief wordt.Wat zal de impact zijn van de economische gevolgen van de crisis op de motivatie van gezinnen om het onderwijs van hun dochters voort te zetten? De impact op het risico van kinderhuwelijken? Op blootstelling aan seksuele uitbuiting? In Sierra Leone nam het aantal tienerzwangerschappen tijdens de ebolacrisis in een aantal gemeenschappen gemiddeld 65 procent toe. Uit een studie bleek dat de situatie van deze meisjes een direct gevolg was van het wegvallen van een beschermende omgeving die de school is. Veel van deze meisjes keerden niet meer naar school terug, vooral omdat het beleid zwangere meisjes verhindert om naar school te gaan. Een flexibele manier van leren moet voorzien worden, zodat deze meisjes wanneer de deuren weer openen niet ontmoedigd worden om terug te keren naar school. Dat kan bijvoorbeeld door het aanbieden van kleine of remediërende cursussen. Toch bestaat de kans dat dit niet voldoende is. Als we willen dat de noodsituatie waarin we nu verkeren levens redt, moeten we ook voorkomen dat de gezondheidscrisis op de middellange termijn evolueert naar een sociale crisis. We moeten koste wat kost vermijden dat de inspanningen die de afgelopen twintig jaar zijn geleverd om meisjesonderwijs in de hele wereld te verbeteren, worden teruggedraaid. Dat is de derde uitdaging: ervoor zorgen dat de internationale gemeenschap haar inspanningen om elk meisje terug op de schoolbanken te krijgen na de crisis herneemt en versterkt, en om tegen 2030 haar doel te vervullen dat elk kind en elke jongere op de schoolbanken zit.Deze crisis is een tastbaar bewijs van wat veel actoren uit het maatschappelijk middenveld al lange tijd zeggen over klimaatuitdagingen of ongelijkheden: wereldwijd zijn we meer dan ooit afhankelijk van elkaar en allerhande problemen zijn met elkaar verbonden. Daarom roepen wij staatshoofden en regeringsleiders, de ministers van Financiën, Onderwijs en Ontwikkelingshulp en Internationale Organisaties op om de geboekte vooruitgang met betrekking tot het onderwijs van meisjes, te beschermen én om solidariteit te tonen bij het formuleren van antwoorden op uitdagingen die de mensheid in haar geheel aangaan.