Voordat hij president werd, was Chun generaal. Hij kwam aan de macht na een staatsgreep in 1979. De coup leidde destijds tot massale protesten in het land. Na zijn presidentschap deden verschillende parlementscommissies onderzoek naar machtsmisbruik en verregaande corruptie tijdens het bewind van Chun. Onder meer zijn aandeel in het bloedig neerslaan van een opstand in 1980 in Gwangju stond ter discussie. Tijdens deze opstand kwamen vermoedelijk duizenden studenten om het leven.

Volgens de Zuid-Koreaanse oppositie was deze opstand door Chun uitgelokt, zodat hij president kon worden.

Chun werd in 1988 opgevolgd door Roh Tae-woo, die de laatste militaire president van Zuid-Korea zou zijn.

Doodstraf

Tijdens een grote rechtszaak in 1995, door lokale media 'de rechtszaak van de eeuw' genoemd, werden Chun en Roh schuldig bevonden aan muiterij, verraad en omkoping. Chun werd tot de doodstraf veroordeeld. Het hooggerechtshof in Seoul zette deze straf echter om naar een gevangenisstraf vanwege de economische vooruitgang die Zuid-Korea had geboekt onder het bewind van Chun en vanwege de vredige machtsoverdracht aan Roh. In 1997 kregen beide oud-presidenten gratie door hun opvolger Kim Young-sam, in een poging om 'nationale eenheid' te creëren. Kim Young-sam was door de junta eerder zelf tot de dood veroordeeld.

Voordat hij president werd, was Chun generaal. Hij kwam aan de macht na een staatsgreep in 1979. De coup leidde destijds tot massale protesten in het land. Na zijn presidentschap deden verschillende parlementscommissies onderzoek naar machtsmisbruik en verregaande corruptie tijdens het bewind van Chun. Onder meer zijn aandeel in het bloedig neerslaan van een opstand in 1980 in Gwangju stond ter discussie. Tijdens deze opstand kwamen vermoedelijk duizenden studenten om het leven. Volgens de Zuid-Koreaanse oppositie was deze opstand door Chun uitgelokt, zodat hij president kon worden. Chun werd in 1988 opgevolgd door Roh Tae-woo, die de laatste militaire president van Zuid-Korea zou zijn. Tijdens een grote rechtszaak in 1995, door lokale media 'de rechtszaak van de eeuw' genoemd, werden Chun en Roh schuldig bevonden aan muiterij, verraad en omkoping. Chun werd tot de doodstraf veroordeeld. Het hooggerechtshof in Seoul zette deze straf echter om naar een gevangenisstraf vanwege de economische vooruitgang die Zuid-Korea had geboekt onder het bewind van Chun en vanwege de vredige machtsoverdracht aan Roh. In 1997 kregen beide oud-presidenten gratie door hun opvolger Kim Young-sam, in een poging om 'nationale eenheid' te creëren. Kim Young-sam was door de junta eerder zelf tot de dood veroordeeld.