In de eerste week van mei begonnen Indiase kranten vrijwel identieke artikelen te publiceren. Buitenlandse media pikten ze op. De teneur was: nu China door covid-19 gediscrediteerd is, ligt het pad open voor India om gedegouteerde investeerders aan te trekken en hun fabrieken uit China naar India te halen. De kranten citeerden anonieme maar eensluidende bronnen die het hadden over een gebied ter grootte van twee keer Luxemburg dat India ter beschikking zou stellen van internationale bedrijven. Daarbij had men onder meer - opnieuw...

In de eerste week van mei begonnen Indiase kranten vrijwel identieke artikelen te publiceren. Buitenlandse media pikten ze op. De teneur was: nu China door covid-19 gediscrediteerd is, ligt het pad open voor India om gedegouteerde investeerders aan te trekken en hun fabrieken uit China naar India te halen. De kranten citeerden anonieme maar eensluidende bronnen die het hadden over een gebied ter grootte van twee keer Luxemburg dat India ter beschikking zou stellen van internationale bedrijven. Daarbij had men onder meer - opnieuw zo'n precies getal - 1000 Amerikaanse bedrijven in het vizier die onder impuls van de verslechterende relatie tussen de VS en China voortaan in India zouden neerstrijken. Enkele Indiase staten ontvouwden plannen om de meeste sociale rechten van tafel te vegen. Ze stelden een werkweek van 72 uur in het vooruitzicht. Die 'versoepeling' moest indruk maken op internationale bedrijven. Het tij keerde snel. De Global Times, een Chinese partijkrant, berekende met leedvermaak hoeveel langer het duurt in de grootste democratie ter wereld om land te onteigenen of vergunningen te krijgen. Hoeveel investeerders India recent heeft verloren. Hoeveel rijker China blijft. De 72-urenweek kreeg geen goede pers. Het woord 'slavernij' viel. Nadat de vakbonden een proces hadden aangespannen liet de grootste staat, Uttar Pradesh, de verlengde werkweek varen. Het gros van de andere arbeidsrechten ligt er nog wel onder vuur. Toen brak een oorlog(je) uit. China zou bij militaire oefeningen tenten aan de foute kant van de grens hebben opgeslagen, India legt wegen aan in het grensgebied. Er is niet veel nodig voor een escalatie. In 1962 voerden de landen echt oorlog over hun betwiste grens. China was destijds de duidelijke winnaar. Sindsdien zijn er om de zoveel jaar schermutselingen, die doorgaans weken duren. Volgens de Indiase commentator Shekhar Gupta is daarbij sinds de jaren tachtig geen kogel meer afgevuurd. Soldaten gooien met stenen, ze slaan met stokken en nog het liefst gaan ze op de vuist. Er zouden de voorbije weken minstens honderd gewonden zijn gevallen, onduidelijk aan welke kant. In zekere zin is het geruststellend dat vuisten en stokken worden gebruikt tussen naties die samen een derde van de wereldbevolking huisvesten en genoeg atoomtuig hebben om de planeet onbewoonbaar te maken. Beide landen hebben een nationalistische agenda. Dan is een vijand handig - tenzij die vijand wint. Sommigen in India blijven hopen op een economisch mirakel, geconcentreerd op terreinen ter grootte van twee keer Luxemburg. Maar de panache is er wat uit.