De Wereldpostunie. Ik vermoed dat weinigen weten dat die organisatie bestaat, laat staan wat haar bevoegdheden zijn. Het betreft een van de oudste internationale organisaties, opgericht in 1874, die ook vandaag nog een aanzienlijke impact heeft. Ze zorgt er namelijk mee voor dat we postpakjes makkelijk over de landsgrenzen kunnen transporteren. Net daarom is die Wereldpostunie nu het voorwerp van politiek opbod tussen de grootmachten en dreigen de VS ermee uit de organisatie te stappen.
...

De Wereldpostunie. Ik vermoed dat weinigen weten dat die organisatie bestaat, laat staan wat haar bevoegdheden zijn. Het betreft een van de oudste internationale organisaties, opgericht in 1874, die ook vandaag nog een aanzienlijke impact heeft. Ze zorgt er namelijk mee voor dat we postpakjes makkelijk over de landsgrenzen kunnen transporteren. Net daarom is die Wereldpostunie nu het voorwerp van politiek opbod tussen de grootmachten en dreigen de VS ermee uit de organisatie te stappen. Meer dan een eeuw lang was de organisatie een verlengstuk van de Amerikaanse belangen. De United States Postal Service (USPS) voer wel bij de internationale regels en de standaarden. Maar daar is nu verandering in gekomen. De USPS wordt overvleugeld door private spelers als Fedex en United Parcel Service (UPS). Nog belangrijker is dat de Wereldpostunie de USPS dwingt om pakjes van ontwikkelingslanden tegen goedkope tarieven te bezorgen, en daar profiteert vooral China van. De aap komt uit de mouw: de Amerikaanse dreiging om de Wereldpostunie te verlaten heeft alles te maken met het feit dat het land zich zorgen maakt over zijn nieuwe economische rivaal. De Amerikaanse industrie wordt door de lage transportkosten benadeeld. Terwijl Chinese producten goedkoop Amerikaanse consumenten bereiken, wordt Amerikaanse producenten wél de volle pot aangerekend om pakjes naar China te verschepen. En het is een bewuste politiek van Peking om de nationale industrie meer direct te laten leveren aan buitenlandse klanten. Een internationale organisatie als de Wereldpostunie kwam de Amerikanen dus goed uit toen ze de bijna onbetwiste macht hadden. Nu de machtsbalans begint te schommelen, komt onversneden economisch nationalisme bovendrijven. Hetzelfde geldt voor tal van andere internationale economische organisaties. Neem de Wereldhandelsorganisatie (WTO). De WTO is er deels gekomen omdat Washington na de Tweede Wereldoorlog buitenlandse markten wilde openen. De vernieling van de Europese en de Japanse industrie was voor de VS een gedroomde kans om hun export te verhogen. Nadat Europa en Japan zich hadden hersteld, liepen de spanningen in de wereldhandel gestaag op. In 1995 werd dan toch beslist om de WTO op te richten. De Amerikanen werden over de streep getrokken door ook de handel in informatica, financiële diensten en patenten onder de leden vrij te maken, want daar zouden vooral nieuwe Amerikaanse multinationals van profiteren. 'Laat ik klaar en duidelijk zijn: Amerika is toegewijd aan open handel tussen alle naties', stelde president Bill Clinton. 'Economische vrijheid brengt ongeëvenaarde welvaart in deze eeuw.' In de jaren negentig had Washington er dus nog alle vertrouwen in: qua export van goederen zouden de Amerikaanse bedrijven misschien wat terrein verliezen, maar de invoer van goedkope goederen was goed voor de consumptie. En wat de uitvoer van diensten betreft, zouden Amerikaanse bedrijven de wereldmarkt domineren. Vandaag is die analyse volledig anders. De regering-Trump kan er niet meer mee leven dat de Wereldhandelsorganisatie de VS ertoe dwingt hun grenzen open te houden voor de invoer van goederen, terwijl de Chinezen hun eigen markt gesloten houden voor verschillende Amerikaanse diensten. China misbruikt de WTO, klinkt het. Opnieuw is het tekenend voor de kentering van de machtsbalans. Washington maakt zich niet alleen zorgen over de verzwakking van de eigen industrie, maar ook over het feit dat Peking met zijn groeiende handel en industrie de Amerikaanse politieke invloed onderuithaalt en een militaire grootmacht wordt. Internationale organisaties blijven doorgaans slechts bestaan zolang ze voor de grote spelers voordelen opleveren. Het is bijna onafwendbaar dat de Wereldhandelsorganisatie en de Wereldpostunie aan invloed zullen verliezen. Europa, Canada en Japan proberen te verzoenen. Geeft men te veel toe aan China, dan gaan de Amerikanen lopen. En als men te veel toegeeft aan de Amerikanen, houden de Chinezen het wellicht voor bekeken. Voor Europa is dat dilemma erg gevaarlijk, want geen enkele andere speler heeft zo zwaar ingezet op multilateralisme en internationale organisaties. Commerciële uitwisselingen tussen landen zullen complexer worden en dat zal een domper zetten op de economische efficiëntie. Maar zoals steeds in de geschiedenis wegen politieke belangen op het moment van de waarheid zwaarder dan commerciële overwegingen.