Het protest ging op 18 oktober van start, nadat de regering van de conservatieve president Sebastián Piñera de prijzen voor het openbaar vervoer en meer in het bijzonder de metro met 3,5 procent had verhoogd. De maatregel is intussen ingetrokken, maar de bevolking blijft protesteren tegen de hoge levensduurte en de diepe sociale ongelijkheid in het land. Ook een pakket sociale maatregelen dat Piñera aankondigde, is onvoldoende om de rust te laten weerkeren.

De protestacties en het politie-en legeroptreden gingen gepaard met geweld dat niet meer op die schaal was gezien sinds de tijd van de militaire dictatuur (1973-1990). De reactie van de regering, die 20.000 militairen en gendarmes de straat op stuurde, evenmin. Naast de achttien doden vielen er 269 gewonden en arresteerden de ordediensten 1900 personen, zegt het Nationaal Instituut voor de Mensenrechten (INDH).

In Santiago, waar net als in tientallen andere steden de noodtoestand geldt, betoogden Chilenen woensdag op de Plaza Italia, in het centrum van de stad, waar sinds vrijdag al honderdduizenden Chilenen hebben betoogd. 'Genoeg prijsstijgingen en misbruik', tweette vakbondsfederatie UCT dinsdagavond. Die riep op tot een staking van twee dagen, net als een twintigtal andere organisaties van arbeiders en studenten. Allen veroordeelden ze de beslissing om de noodtoestand af te kondigen in negen van de zestien regio's, de avondklok in te stellen en het leger te laten ingrijpen.