Even het geheugen opfrissen. Op 1 oktober 2017 hield Catalonië een - volgens de Spaanse grondwet onwettig- referendum over onafhankelijkheid. Op 27 oktober riep de Catalaanse regionale regering eenzijdig de onafhankelijke Catalaanse Republiek uit, waarna het landsbestuur in Madrid via artikel 155 van de grondwet tijdelijk de autonomie opschortte. Carles Puigdemont, verkozen president van de regionale regering, werd samen met zijn regeringsleden uit zijn ambt gezet door Madrid, dat het bestuur in Catalonië overnam. Puigdemont vluchtte daarop met enkele van zijn ministers naar België.

Dinsdag 12 februari staan verschillende gewezen ministers uit de regering van Puigdemont terecht. Het gaat om Joaquim Forn, Raül Romeva, Jordi Turull, Josep Rull, Carles Mundó, Meritxell Borrás, Dolors Bassa en Santi Vila. De hoofdbeklaagde is de gewezen viceminister-president, Oriol Junqueras. Hem hangt de zwaarste straf boven het hoofd, namelijk 25 jaar cel. Daarnaast zitten de twee 'Jordi's', Jordi Sànchez (ANC) en Jordi Cuixart (Òmnium Cultural), in de beklaagdenbank. Ook de voormalige voorzitster van het Catalaanse parlement, Carme Forcadell, zal worden berecht. Puigdemont en de separatisten die in ballingschap gingen, staan nu niet terecht.

'Belangrijkste rechtszaak ooit in een democratie'

Het proces zal ongeveer drie maanden duren, daarna is het nog weken wachten op een uitspraak. Die komt er hoogstwaarschijnlijk pas na de regionale verkiezingen van 26 mei. De zittingen vinden plaats van dinsdag tot donderdag, van 10 tot 18 uur. 'Dit is de belangrijkste rechtszaak die we ooit hebben gehad in een democratie', zei Carlos Lesmes, voorzitter van het Hooggerechtshof, vrijdag tegen de internationale pers.

Meer dan 600 journalisten van 150 media zijn geaccrediteerd. Op de lange lijst van getuigen staan onder meer de gewezen Spaanse regeringsleider Mariano Rajoy en zijn vertrouwelinge, voormalig vicepremier Soraya Saenz de Santamaria. Ook de Baskische leider Iñigo Urkullu komt getuigen. Hij bemiddelde in het heetst van de strijd tussen Barcelona en Madrid. Heet wordt het mogelijk ook in de Spaanse straten tijdens de duur van het proces. Onafhankelijkheidsbewegingen plannen alvast een manifestatie in Barcelona op zaterdag 16 februari en een bijeenkomst in Madrid op zaterdag 16 maart.

'Proces tegen de democratie en tegen het recht op zelfbeschikking'

Voor de Catalaanse separatisten is dit niet het proces van het jaar, maar wel de schertsvertoning van het jaar. Zij benadrukken dat er geen geweld gebruikt is en dat het om vreedzame acties ging, waardoor er van rebellie geen sprake kan zijn. Ook stellen ze de lange periode van voorhechtenis aan de kaak. Sommige onafhankelijkheidsleiders zitten al meer dan een jaar in de cel. 'Dit is een proces tegen de democratie en tegen het recht op zelfbeschikking', aldus de huidige Catalaanse leider, Quim Torra.

Regeringswoordvoerster Isabel Celaá benadrukt dat het een proces met alle mogelijke garanties zal worden, want 'wij zijn een rechtsstaat'. De Spaanse regering spendeerde zowat een miljoen euro aan een marketingcampagne ('This is the real Spain') om het imago van Spanje in het buitenland op te poetsen.

De Catalaanse minister van Buitenlandse Zaken Alfred Bosch is allerminst te spreken over die campagne. Hij bezoekt in zeven weken evenveel Europese steden om toelichting te geven bij het 'politieke proces' dat zijn regiogenoten te wachten staat. Londen is al aan de beurt geweest, volgende week volgt Parijs. 'Wij zullen de waarheid vertellen, de hele waarheid en niets dan de waarheid', klinkt het vastberaden.