De Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk hebben maandag de onderhandelingen aangevat die tegen eind dit jaar moeten resulteren in een akkoord over de handels- en andere betrekkingen na de brexit. Het waren de twee hoofdonderhandelaars Michel Barnier (voor de EU) en David Frost (voor Londen) die met een gesprek onder vier ogen de eerste ronde op gang trokken.

Met de onderhandelingen over een handelsverdrag gaat de tweede fase van de brexit in. De goedkeuring van het scheidingsakkoord had heel wat voeten in de aarde, maar het vinden van een bilateraal handelsakkoord belooft zo mogelijk nog moeilijker te worden. De Europese Unie hoopt op een breed akkoord dat tarieven en quota achterwege kan laten, maar stelt als voorwaarde dat de Britten hun wetgeving en productnormeringen op die van de EU blijven afstemmen. Londen wil echter een eigen koers kunnen varen.

Hoofdonderhandelaars Barnier en Frost kwamen maandag om 14 uur bijeen in het Berlaymontgebouw, de hoofdzetel van de Europese Commissie in Brussel. Daarna volgde een bijeenkomst van de twee onderhandelingsteams, die tot 18.30 uur zou duren. Morgen/dinsdag gaan de thematische onderhandelingen van start, die in principe tot donderdag duren. Elke drie tot vier weken zou zo'n onderhandelingsronde moeten plaatsvinden, afwisselend in Brussel en Londen. Voor de eerste ronde brachten de Britten een delegatie van zowat 100 medewerkers mee, waardoor de gesprekken niet in de Berlaymont kunnen plaatsvinden. De Commissie beschikt er niet over voldoende vrije vergaderruimtes.

Het Verenigd Koninkrijk is sinds 31 januari geen lid van de Europese Unie meer. Die dag ging een overgangsperiode van start die duurt tot 31 december van dit jaar. Dat betekent dat de Britten tot dan deel blijven uitmaken van de Europese douane-unie en van de eengemaakte markt, maar niet meer deel kunnen nemen aan de besluitvorming van de Unie. De Britse premier Boris Johnson wil die transitieperiode in geen geval verlengen en zegt dat zijn land vanaf 2021 definitief op eigen benen zal staan.

Om in dat korte tijdsbestek een akkoord mogelijk te maken, moeten Brussel en Londen heel wat discussiepunten uitklaren, gaande van de rol van het Europees Hof van Justitie bij geschillen, over de markttoegang voor financiële dienstverleners, tot visserijquota.

Dat laatste onderwerp belooft bijzonder netelig te worden, want Johnson hoopt al in juni een akkoord te hebben dat het VK toelaat "vanaf eind 2020 opnieuw baas te worden over zijn territoriale wateren". De EU eist echter, op aandringen van een achttal lidstaten met sectoriële belangen, dat haar vissers hun toegang tot de Britse wateren blijven behouden.

In de directe aanloop naar de onderhandelingen begonnen de spanningen al meteen op te lopen. De Britten dreigen ermee de gesprekken op te blazen en een 'no deal' voor te bereiden als er in juni geen uitzicht op een akkoord is. Tegelijk heeft de regering in Londen haar ministers al gewaarschuwd, althans volgens de krant The Times, dat Franse vissers slechts een handvol boten nodig hebben om bij een dreigende mislukking de Europese havens te blokkeren en de handel over het Kanaal stil te leggen.

De Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk hebben maandag de onderhandelingen aangevat die tegen eind dit jaar moeten resulteren in een akkoord over de handels- en andere betrekkingen na de brexit. Het waren de twee hoofdonderhandelaars Michel Barnier (voor de EU) en David Frost (voor Londen) die met een gesprek onder vier ogen de eerste ronde op gang trokken.Met de onderhandelingen over een handelsverdrag gaat de tweede fase van de brexit in. De goedkeuring van het scheidingsakkoord had heel wat voeten in de aarde, maar het vinden van een bilateraal handelsakkoord belooft zo mogelijk nog moeilijker te worden. De Europese Unie hoopt op een breed akkoord dat tarieven en quota achterwege kan laten, maar stelt als voorwaarde dat de Britten hun wetgeving en productnormeringen op die van de EU blijven afstemmen. Londen wil echter een eigen koers kunnen varen. Hoofdonderhandelaars Barnier en Frost kwamen maandag om 14 uur bijeen in het Berlaymontgebouw, de hoofdzetel van de Europese Commissie in Brussel. Daarna volgde een bijeenkomst van de twee onderhandelingsteams, die tot 18.30 uur zou duren. Morgen/dinsdag gaan de thematische onderhandelingen van start, die in principe tot donderdag duren. Elke drie tot vier weken zou zo'n onderhandelingsronde moeten plaatsvinden, afwisselend in Brussel en Londen. Voor de eerste ronde brachten de Britten een delegatie van zowat 100 medewerkers mee, waardoor de gesprekken niet in de Berlaymont kunnen plaatsvinden. De Commissie beschikt er niet over voldoende vrije vergaderruimtes. Het Verenigd Koninkrijk is sinds 31 januari geen lid van de Europese Unie meer. Die dag ging een overgangsperiode van start die duurt tot 31 december van dit jaar. Dat betekent dat de Britten tot dan deel blijven uitmaken van de Europese douane-unie en van de eengemaakte markt, maar niet meer deel kunnen nemen aan de besluitvorming van de Unie. De Britse premier Boris Johnson wil die transitieperiode in geen geval verlengen en zegt dat zijn land vanaf 2021 definitief op eigen benen zal staan. Om in dat korte tijdsbestek een akkoord mogelijk te maken, moeten Brussel en Londen heel wat discussiepunten uitklaren, gaande van de rol van het Europees Hof van Justitie bij geschillen, over de markttoegang voor financiële dienstverleners, tot visserijquota. Dat laatste onderwerp belooft bijzonder netelig te worden, want Johnson hoopt al in juni een akkoord te hebben dat het VK toelaat "vanaf eind 2020 opnieuw baas te worden over zijn territoriale wateren". De EU eist echter, op aandringen van een achttal lidstaten met sectoriële belangen, dat haar vissers hun toegang tot de Britse wateren blijven behouden. In de directe aanloop naar de onderhandelingen begonnen de spanningen al meteen op te lopen. De Britten dreigen ermee de gesprekken op te blazen en een 'no deal' voor te bereiden als er in juni geen uitzicht op een akkoord is. Tegelijk heeft de regering in Londen haar ministers al gewaarschuwd, althans volgens de krant The Times, dat Franse vissers slechts een handvol boten nodig hebben om bij een dreigende mislukking de Europese havens te blokkeren en de handel over het Kanaal stil te leggen.