De verkiezingen vinden plaats met maar weinig hoop op verandering, met een groeiende verdeeldheid tussen de drie etnische groepen in het land.

Het complexe verkiezingssysteem moest een einde maken aan de oorlog op de Balkan van 1992 tot 1995 tussen Bosnische moslims, orthodoxe Serviërs en katholieke Kroaten. Bijna een kwart eeuw na de oorlog is het land nog steeds via etnische scheidingslijnen diep verdeeld.

De leiders van de drie groepen (de Bosnische moslims, orthodoxe Serviërs en katholieke Kroaten) houden tegenover elkaar een haatretoriek aan, wat de hoop op verzoening na de oorlog van de jaren 1990 doet slinken en tegelijk economische hopeloosheid doet toenemen.

De 3,4 miljoen geregistreerde kiezers krijgen met meerdere stembiljetten te maken. Zij moeten het Bosnische, Servische en het Kroatisch lid van het driekoppig presidentschap van Bosnië-Herzegovina aanduiden, vertegenwoordigers in het lagerhuis van het parlement, en de president en het parlement van het Servisch deel van het land, de Republika Srpska.

In het andere landsdeel van de Bosnische moslims en Kroaten, de Federatie van Bosnië en Herzegovina, geldt de verkiezing voor het lagerhuis van het parlement en kantonnale volksvertegenwoordigingen.

In de Republika Srpska tracht de nationalistische, aftredende president Milorad Dodik een zitje in het driekoppige presidentschap te veroveren. Zijn partij Alliantie van Onafhankelijke Sociaal-Democraten (SNSD) hoopt zijn dominantie in het parlement te kunnen voortzetten.

Dodik ontkent dat de Serviërs tijdens de Bosnische oorlog van 1992-1995 gruweldaden hebben gepleegd, en vooral de genocide in Srebrenica. Hij streeft de ontbinding van Bosnië en Herzegovina na. Wint hij een zitje in het driekoppige presidentschap, dreigt de blokkade van gedeelde Bosnische instituties alleen maar erger te worden.

Dodik staat ook vijandig tegenover het Westen en is erg pro-Russisch. Hij wordt ook beschouwd als een saboteur van hervormingen die het land meer efficiënt kunnen maken en uiteindelijk toelaten EU-lidmaatschap na te streven.

Dragan Covic, zetelende Kroatische lid van het presidentschap en tegelijkertijd de leider van de grootste partij van zijn etnische groep, lijkt ook meer interesse te hebben in de afsplitsing van de Kroatische gebieden. Ook wil hij de basis leggen voor een toekomstige aansluiting bij Kroatië.

Vele Bosnische Serviërs en Kroaten vieren hun landgenoten die veroordeeld zijn voor etnische zuivering tijdens de oorlog en daarvoor veroordeeld zijn door het VN-oorlogsmisdadentribunaal in Den Haag.

Zowel de Servische als de Kroatische nationalisten willen hun etnisch homogeen gebied in Bosnië aansluiten bij Servië en Kroatië. Dat zou de Bosnische moslims, de meerderheid in het land die de meeste verliezen leed in de oorlog, permanent achterlaten in het gebied waar velen van hen waren gedwongen te vluchten in de jaren 90.

De machtigste partij van de Bosnische moslims, de Partij voor Democratische Actie (SDA), is gesticht door Alija Izetbegovic, de leider die de Bosnische afscheiding van Joegoslavië forceerde in 1992, ondanks de onvermijdelijke oorlog die de afscheiding zou veroorzaken. Zijn zoon leidt nu de partij.

De huidige Bosnische generatie betaalt de prijs van het Dayton-akkoord van 23 jaar geleden, dat weliswaar een einde maakte aan het bloedvergieten, maar te veel 'checks and balances' invoerde om de strijdende partijen er toe te brengen hun wapens neer te leggen.

In plaats van die mechanismen te laten vallen, gebruiken de verschillende etnische leiders ze om zo goed als elke wet te blokkeren, wat niet alleen al jaren noodzakelijke hervormingen tegenhoudt, maar ook hun macht binnen hun groepen consolideert. Daardoor verlaten de jongere generaties Bosnië om een leven te leiden in minder bedreigende en meer stabiele omgevingen. Volgens officiële cijfers hebben meer dan 150.000 mensen het land verlaten tussen 2013 en 2017.

De verkiezingen vinden plaats met maar weinig hoop op verandering, met een groeiende verdeeldheid tussen de drie etnische groepen in het land.Het complexe verkiezingssysteem moest een einde maken aan de oorlog op de Balkan van 1992 tot 1995 tussen Bosnische moslims, orthodoxe Serviërs en katholieke Kroaten. Bijna een kwart eeuw na de oorlog is het land nog steeds via etnische scheidingslijnen diep verdeeld. De leiders van de drie groepen (de Bosnische moslims, orthodoxe Serviërs en katholieke Kroaten) houden tegenover elkaar een haatretoriek aan, wat de hoop op verzoening na de oorlog van de jaren 1990 doet slinken en tegelijk economische hopeloosheid doet toenemen. De 3,4 miljoen geregistreerde kiezers krijgen met meerdere stembiljetten te maken. Zij moeten het Bosnische, Servische en het Kroatisch lid van het driekoppig presidentschap van Bosnië-Herzegovina aanduiden, vertegenwoordigers in het lagerhuis van het parlement, en de president en het parlement van het Servisch deel van het land, de Republika Srpska. In het andere landsdeel van de Bosnische moslims en Kroaten, de Federatie van Bosnië en Herzegovina, geldt de verkiezing voor het lagerhuis van het parlement en kantonnale volksvertegenwoordigingen. In de Republika Srpska tracht de nationalistische, aftredende president Milorad Dodik een zitje in het driekoppige presidentschap te veroveren. Zijn partij Alliantie van Onafhankelijke Sociaal-Democraten (SNSD) hoopt zijn dominantie in het parlement te kunnen voortzetten. Dodik ontkent dat de Serviërs tijdens de Bosnische oorlog van 1992-1995 gruweldaden hebben gepleegd, en vooral de genocide in Srebrenica. Hij streeft de ontbinding van Bosnië en Herzegovina na. Wint hij een zitje in het driekoppige presidentschap, dreigt de blokkade van gedeelde Bosnische instituties alleen maar erger te worden. Dodik staat ook vijandig tegenover het Westen en is erg pro-Russisch. Hij wordt ook beschouwd als een saboteur van hervormingen die het land meer efficiënt kunnen maken en uiteindelijk toelaten EU-lidmaatschap na te streven. Dragan Covic, zetelende Kroatische lid van het presidentschap en tegelijkertijd de leider van de grootste partij van zijn etnische groep, lijkt ook meer interesse te hebben in de afsplitsing van de Kroatische gebieden. Ook wil hij de basis leggen voor een toekomstige aansluiting bij Kroatië. Vele Bosnische Serviërs en Kroaten vieren hun landgenoten die veroordeeld zijn voor etnische zuivering tijdens de oorlog en daarvoor veroordeeld zijn door het VN-oorlogsmisdadentribunaal in Den Haag. Zowel de Servische als de Kroatische nationalisten willen hun etnisch homogeen gebied in Bosnië aansluiten bij Servië en Kroatië. Dat zou de Bosnische moslims, de meerderheid in het land die de meeste verliezen leed in de oorlog, permanent achterlaten in het gebied waar velen van hen waren gedwongen te vluchten in de jaren 90. De machtigste partij van de Bosnische moslims, de Partij voor Democratische Actie (SDA), is gesticht door Alija Izetbegovic, de leider die de Bosnische afscheiding van Joegoslavië forceerde in 1992, ondanks de onvermijdelijke oorlog die de afscheiding zou veroorzaken. Zijn zoon leidt nu de partij. De huidige Bosnische generatie betaalt de prijs van het Dayton-akkoord van 23 jaar geleden, dat weliswaar een einde maakte aan het bloedvergieten, maar te veel 'checks and balances' invoerde om de strijdende partijen er toe te brengen hun wapens neer te leggen. In plaats van die mechanismen te laten vallen, gebruiken de verschillende etnische leiders ze om zo goed als elke wet te blokkeren, wat niet alleen al jaren noodzakelijke hervormingen tegenhoudt, maar ook hun macht binnen hun groepen consolideert. Daardoor verlaten de jongere generaties Bosnië om een leven te leiden in minder bedreigende en meer stabiele omgevingen. Volgens officiële cijfers hebben meer dan 150.000 mensen het land verlaten tussen 2013 en 2017.