Boris Johnson heeft zijn overwinning beet, met een meerderheid waar hij zelf ongetwijfeld niet eens van had durven te dromen. Met zo'n 60 zetels op overschot doet hij stukken beter dan zijn Conservatieve voorganger David Cameron in 2015 en vernedert hij oppositieleider Jeremy Corbyn. De hoge opkomst - meer dan twee op drie kiezers daagde op - zet het mandaat van Johnson nog meer kracht bij.

Nochtans is de winst in het stemmenaandeel voor de Conservatieven op landelijk niveau eerder beperkt (amper zo'n 1%), maar het Britse kiessysteem speelt hier in hun voordeel: wie de meeste stemmen behaalt in een kiesdistrict, haalt de zetel voor dat district binnen. Hoewel er geen massa kiezers naar hen zijn overgelopen, eindigden ze op de eerste plaats in meer kiesdistricten.

Boris Johnson kan aan de slag maar wordt de doorsnee kiezer daar beter van?

Labour tuimelt dan weer zo goed als overal naar beneden, met zo'n 8% minder kiezers, en waar de partij haar zetel behoudt, is dat met een aanzienlijk kleinere marge dan voorheen. Zowel in Noord-Engeland, de Midlands en Noord-Wales krijgt Labour klappen en dat doet pijn, want die regio's kleurden traditioneel rood met een sterke achterban in de arbeidersklasse. Dat krijg je met een partijleider die voortdurend overhoop ligt met zijn partij en die geen helder brexitstandpunt inneemt, en met een lepe Johnson die inzette op kwesties die voor John en Jane met de pet van belang zijn en waarin de twee partijen niet wezenlijk van mening verschilden.

De Liberaal Democraten breken geen potten. Ze winnen wellicht één zetel, terwijl hun partijleider Jo Swinson niet eens verkozen raakte. Hoe die partij ooit weer uit het dal kan klimmen na haar desastreuze regeringsdeelname in 2010, is wellicht ook voor haarzelf in toenemende mate een raadsel.

Zoals verwacht neemt de SNP bijna alle Schotse zetels in, waardoor de Schotse nationalisten de breuklijn tussen een rechts en brexitminnend Engeland en een links en brexitavers Schotland nog verder aanzetten. Ondanks de sterke nationalistische score is een nieuw referendum over Schotse onafhankelijkheid geen optie onder een regering-Johnson, anders dan in een scenario waarbij Labour en de SNP een coalitie hadden kunnen vormen.

In Noord-Ierland verliest de DUP enkele zetels en schuift de kiezer stilaan verder weg van de protestantse unionisten in het algemeen. Dat geeft een demografische evolutie weer - de katholieken worden almaar talrijker - maar is net zo goed (opnieuw) een antibrexitsignaal vanuit de deelstaat waar de brexit de grootste bedreiging voor vormt.

De regering-Johnson II

Dankzij Johnsons ruime overwinning kan hij eindelijk regeren zonder voortdurend het gevecht aan te moeten gaan met een parlement dat hem nederlaag na nederlaag toebracht. De dissidentie binnen zijn partij - die hij sowieso al had weten te milderen door gematigde stemmen de wacht aan te zeggen - is meteen ook verdampt.

De baan ligt nu open voor brexit, en Johnson zal zijn slogan "Get Brexit Done" waarmaken. Het Lagerhuis zal in de komende weken Johnsons brexitakkoord snel goedkeuren. In de loop van januari stapt het VK dan uit de EU, maar dat is slechts een formele stap. Volgens het akkoord wordt 2020 een transitiejaar waarin de EU en haar scheidende lidstaat moeten onderhandelen over hun toekomstige handelsrelatie, en intussen blijft het VK aan de Europese regels gebonden.

Het akkoord maakt een verlenging van de overgangsperiode mogelijk maar Johnson gaf in de kiescampagne aan die optie niet te zullen lichten. Die belofte lijkt moeilijk haalbaar. Het alomvattende vrijhandelsakkoord dat Johnson wil sluiten, zal uitvoerige onderhandelingen vergen die moeilijk in minder dan een jaar beklonken kunnen worden, en daarna moeten beide partijen al hun systemen en procedures aan de nieuwe situatie aanpassen. In diezelfde periode moeten de Britten ook nog akkoorden zien te sluiten met zowat de hele wereld. Zonder akkoord en zonder verder uitstel crasht het VK alsnog uit de EU in 2021 met alle economische gevolgen vandien, ofwel doet Johnson uitgebreide toegevingen aan de EU die ver afstaan van zijn verkiezingsbeloftes. De brexitsaga is nog niet ten einde.

Johnson gaf ook aan dat het tijd werd om de blik weer op het binnenland te richten. Investeringen in onderwijs, gezondheidszorg, veiligheid en infrastructuur zijn broodnodig. Die boodschap sloeg blijkbaar aan bij veel kiezers, die daarbij negeerden dat het net Conservatieve regeringen waren die door hun stevige besparingsbeleid voor de malaise in die domeinen gezorgd hebben. Evenzeer negeerden ze dat veel van Johnsons plannen als leugenachtig ontmaskerd werden.

Hoe hij zijn ambities zal waarmaken, is vooralsnog onduidelijk. Johnson wil het geld dat nu van Londen naar Brussel stroomt na de brexit volop in die projecten injecteren, maar ook dat is onwaarschijnlijk. Hij zal nu eenmaal nooit over het volledige bedrag van de Britse EU-bijdrage kunnen beschikken. Niet alleen zal zijn regering de Europese subsidies die nu naar het VK vloeien zelf moeten compenseren (bv. landbouwsteun), als het land wil blijven participeren aan EU-initiatieven (zoals het Erasmus+-uitwisselingsprogramma of Europese onderzoeksprojecten), zal het daarvoor moeten betalen. Bovendien zullen de uitgespaarde budgetten nooit volstaan om zijn plannen waar te maken, en gaat Johnson ervan uit dat de brexit economische groei zal opleveren, terwijl dat - zeker op korte termijn - twijfelachtig is. Voor veel van de voorgenomen investeringen zijn ook meer werknemers nodig in beroepen waar vandaag onvoldoende Britten voor gerekruteerd kunnen worden. De brexit maakt het net moeilijker om buitenlandse werkkrachten aan te trekken om dat tekort te compenseren.

Wat evenzeer zorgen baart, is de vaagheid van Johnsons verkiezingsprogramma in andere domeinen en zijn weigering om erover in gesprek te gaan. Heeft Johnson inderdaad nog geen concrete plannen of ontbreekt het hem en zijn adviseurs aan dossierkennis? Of - verontrustender - heeft hij wel plannen maar vreesde hij dat de kiezer die niet zou smaken? Hij heeft zijn partij inderdaad gezuiverd van dissidentie maar meteen ook - met de profielen van veel nieuwe verkozenen - laten opschuiven naar de rechterkant van het politieke spectrum. Enkele maanden geleden nog wou Johnson belastingverlagingen invoeren voor hogere inkomens, en hij liet al wel eens uitschijnen dat hij met het VK Singapore achterna wil als vrijhaven met weinig regels voor bedrijven maar dan ook weinig bescherming voor werknemers en consumenten. Of het dat is wat de kiezer donderdag voor ogen had, is zeer de vraag.

Boris Johnson heeft zijn overwinning beet, met een meerderheid waar hij zelf ongetwijfeld niet eens van had durven te dromen. Met zo'n 60 zetels op overschot doet hij stukken beter dan zijn Conservatieve voorganger David Cameron in 2015 en vernedert hij oppositieleider Jeremy Corbyn. De hoge opkomst - meer dan twee op drie kiezers daagde op - zet het mandaat van Johnson nog meer kracht bij.Nochtans is de winst in het stemmenaandeel voor de Conservatieven op landelijk niveau eerder beperkt (amper zo'n 1%), maar het Britse kiessysteem speelt hier in hun voordeel: wie de meeste stemmen behaalt in een kiesdistrict, haalt de zetel voor dat district binnen. Hoewel er geen massa kiezers naar hen zijn overgelopen, eindigden ze op de eerste plaats in meer kiesdistricten. Labour tuimelt dan weer zo goed als overal naar beneden, met zo'n 8% minder kiezers, en waar de partij haar zetel behoudt, is dat met een aanzienlijk kleinere marge dan voorheen. Zowel in Noord-Engeland, de Midlands en Noord-Wales krijgt Labour klappen en dat doet pijn, want die regio's kleurden traditioneel rood met een sterke achterban in de arbeidersklasse. Dat krijg je met een partijleider die voortdurend overhoop ligt met zijn partij en die geen helder brexitstandpunt inneemt, en met een lepe Johnson die inzette op kwesties die voor John en Jane met de pet van belang zijn en waarin de twee partijen niet wezenlijk van mening verschilden. De Liberaal Democraten breken geen potten. Ze winnen wellicht één zetel, terwijl hun partijleider Jo Swinson niet eens verkozen raakte. Hoe die partij ooit weer uit het dal kan klimmen na haar desastreuze regeringsdeelname in 2010, is wellicht ook voor haarzelf in toenemende mate een raadsel.Zoals verwacht neemt de SNP bijna alle Schotse zetels in, waardoor de Schotse nationalisten de breuklijn tussen een rechts en brexitminnend Engeland en een links en brexitavers Schotland nog verder aanzetten. Ondanks de sterke nationalistische score is een nieuw referendum over Schotse onafhankelijkheid geen optie onder een regering-Johnson, anders dan in een scenario waarbij Labour en de SNP een coalitie hadden kunnen vormen.In Noord-Ierland verliest de DUP enkele zetels en schuift de kiezer stilaan verder weg van de protestantse unionisten in het algemeen. Dat geeft een demografische evolutie weer - de katholieken worden almaar talrijker - maar is net zo goed (opnieuw) een antibrexitsignaal vanuit de deelstaat waar de brexit de grootste bedreiging voor vormt.Dankzij Johnsons ruime overwinning kan hij eindelijk regeren zonder voortdurend het gevecht aan te moeten gaan met een parlement dat hem nederlaag na nederlaag toebracht. De dissidentie binnen zijn partij - die hij sowieso al had weten te milderen door gematigde stemmen de wacht aan te zeggen - is meteen ook verdampt.De baan ligt nu open voor brexit, en Johnson zal zijn slogan "Get Brexit Done" waarmaken. Het Lagerhuis zal in de komende weken Johnsons brexitakkoord snel goedkeuren. In de loop van januari stapt het VK dan uit de EU, maar dat is slechts een formele stap. Volgens het akkoord wordt 2020 een transitiejaar waarin de EU en haar scheidende lidstaat moeten onderhandelen over hun toekomstige handelsrelatie, en intussen blijft het VK aan de Europese regels gebonden.Het akkoord maakt een verlenging van de overgangsperiode mogelijk maar Johnson gaf in de kiescampagne aan die optie niet te zullen lichten. Die belofte lijkt moeilijk haalbaar. Het alomvattende vrijhandelsakkoord dat Johnson wil sluiten, zal uitvoerige onderhandelingen vergen die moeilijk in minder dan een jaar beklonken kunnen worden, en daarna moeten beide partijen al hun systemen en procedures aan de nieuwe situatie aanpassen. In diezelfde periode moeten de Britten ook nog akkoorden zien te sluiten met zowat de hele wereld. Zonder akkoord en zonder verder uitstel crasht het VK alsnog uit de EU in 2021 met alle economische gevolgen vandien, ofwel doet Johnson uitgebreide toegevingen aan de EU die ver afstaan van zijn verkiezingsbeloftes. De brexitsaga is nog niet ten einde.Johnson gaf ook aan dat het tijd werd om de blik weer op het binnenland te richten. Investeringen in onderwijs, gezondheidszorg, veiligheid en infrastructuur zijn broodnodig. Die boodschap sloeg blijkbaar aan bij veel kiezers, die daarbij negeerden dat het net Conservatieve regeringen waren die door hun stevige besparingsbeleid voor de malaise in die domeinen gezorgd hebben. Evenzeer negeerden ze dat veel van Johnsons plannen als leugenachtig ontmaskerd werden. Hoe hij zijn ambities zal waarmaken, is vooralsnog onduidelijk. Johnson wil het geld dat nu van Londen naar Brussel stroomt na de brexit volop in die projecten injecteren, maar ook dat is onwaarschijnlijk. Hij zal nu eenmaal nooit over het volledige bedrag van de Britse EU-bijdrage kunnen beschikken. Niet alleen zal zijn regering de Europese subsidies die nu naar het VK vloeien zelf moeten compenseren (bv. landbouwsteun), als het land wil blijven participeren aan EU-initiatieven (zoals het Erasmus+-uitwisselingsprogramma of Europese onderzoeksprojecten), zal het daarvoor moeten betalen. Bovendien zullen de uitgespaarde budgetten nooit volstaan om zijn plannen waar te maken, en gaat Johnson ervan uit dat de brexit economische groei zal opleveren, terwijl dat - zeker op korte termijn - twijfelachtig is. Voor veel van de voorgenomen investeringen zijn ook meer werknemers nodig in beroepen waar vandaag onvoldoende Britten voor gerekruteerd kunnen worden. De brexit maakt het net moeilijker om buitenlandse werkkrachten aan te trekken om dat tekort te compenseren.Wat evenzeer zorgen baart, is de vaagheid van Johnsons verkiezingsprogramma in andere domeinen en zijn weigering om erover in gesprek te gaan. Heeft Johnson inderdaad nog geen concrete plannen of ontbreekt het hem en zijn adviseurs aan dossierkennis? Of - verontrustender - heeft hij wel plannen maar vreesde hij dat de kiezer die niet zou smaken? Hij heeft zijn partij inderdaad gezuiverd van dissidentie maar meteen ook - met de profielen van veel nieuwe verkozenen - laten opschuiven naar de rechterkant van het politieke spectrum. Enkele maanden geleden nog wou Johnson belastingverlagingen invoeren voor hogere inkomens, en hij liet al wel eens uitschijnen dat hij met het VK Singapore achterna wil als vrijhaven met weinig regels voor bedrijven maar dan ook weinig bescherming voor werknemers en consumenten. Of het dat is wat de kiezer donderdag voor ogen had, is zeer de vraag.