Uit het onderzoek komt volgens de krant naar voren dat het sociale medium een sleutelrol speelde bij het verspreiden van onjuiste informatie over de verkiezingen. Er zou te laat en te zwak zijn ingegrepen om verspreiding van valse beweringen aan banden te leggen. Daardoor kon een basis worden gelegd voor de gewelddadige rellen van 6 januari 2021. Op die dag bestormden aanhangers van toenmalig president Donald Trump het Capitool, waar de parlementsleden op het punt stonden de verkiezingsoverwinning van zijn rivaal Biden goed te keuren. Er vielen meerdere doden. Trump had zonder bewijs volgehouden dat hij de verkiezingen door fraude had verloren.

De krant schrijft dat in veel van de Facebookberichten werd herhaald dat Trump had verloren door grootschalige fraude. Er moest desnoods met geweld worden ingegrepen om te voorkomen dat "verraders" de macht zouden overnemen. "Een burgeroorlog lijkt onvermijdelijk te worden", schreef iemand een maand voor de bestorming op Facebook.

Het moederbedrijf van Facebook, Meta, reageert dinsdag verontwaardigd op het bericht. Een woordvoerder zegt dat het belachelijk is om de suggestie te wekken dat zonder Facebook geen bestorming had plaatsgevonden. "De verantwoordelijkheid voor het geweld van 6 januari ligt bij de mensen die ons Capitool aanvielen en degenen die ze hebben aangemoedigd."

Gebruikers van Facebook kunnen groepen aanmaken om met mensen te praten over gedeelde interesses. Discussies in groepen over Amerikaanse politiek zouden zo verbitterd zijn geworden dat Facebook een speciale taskforce in het lieven riep in aanloop naar de verkiezingen van november 2020. Die zou honderden groepen met hatelijke berichten of oproepen tot geweld hebben verwijderd. Die taskforce is kort na de verkiezingen weer opgedoekt, schrijft de krant.

Ook andere controlemaatregelen zouden in die periode zijn afgebouwd. Daarop verschenen grote aantallen berichten met kritiek op de verkiezingen. Een anonieme ex-medewerker zei in The Washington Post dat "Facebook niet zat op te letten in de periode tussen de verkiezingsdag en 6 januari".

Uit het onderzoek komt volgens de krant naar voren dat het sociale medium een sleutelrol speelde bij het verspreiden van onjuiste informatie over de verkiezingen. Er zou te laat en te zwak zijn ingegrepen om verspreiding van valse beweringen aan banden te leggen. Daardoor kon een basis worden gelegd voor de gewelddadige rellen van 6 januari 2021. Op die dag bestormden aanhangers van toenmalig president Donald Trump het Capitool, waar de parlementsleden op het punt stonden de verkiezingsoverwinning van zijn rivaal Biden goed te keuren. Er vielen meerdere doden. Trump had zonder bewijs volgehouden dat hij de verkiezingen door fraude had verloren. De krant schrijft dat in veel van de Facebookberichten werd herhaald dat Trump had verloren door grootschalige fraude. Er moest desnoods met geweld worden ingegrepen om te voorkomen dat "verraders" de macht zouden overnemen. "Een burgeroorlog lijkt onvermijdelijk te worden", schreef iemand een maand voor de bestorming op Facebook. Het moederbedrijf van Facebook, Meta, reageert dinsdag verontwaardigd op het bericht. Een woordvoerder zegt dat het belachelijk is om de suggestie te wekken dat zonder Facebook geen bestorming had plaatsgevonden. "De verantwoordelijkheid voor het geweld van 6 januari ligt bij de mensen die ons Capitool aanvielen en degenen die ze hebben aangemoedigd." Gebruikers van Facebook kunnen groepen aanmaken om met mensen te praten over gedeelde interesses. Discussies in groepen over Amerikaanse politiek zouden zo verbitterd zijn geworden dat Facebook een speciale taskforce in het lieven riep in aanloop naar de verkiezingen van november 2020. Die zou honderden groepen met hatelijke berichten of oproepen tot geweld hebben verwijderd. Die taskforce is kort na de verkiezingen weer opgedoekt, schrijft de krant. Ook andere controlemaatregelen zouden in die periode zijn afgebouwd. Daarop verschenen grote aantallen berichten met kritiek op de verkiezingen. Een anonieme ex-medewerker zei in The Washington Post dat "Facebook niet zat op te letten in de periode tussen de verkiezingsdag en 6 januari".