Bericht uit Aleppo: ‘Niemand heeft ons geholpen’

Syrisch activist Salah Ashkar (28) maakte video's die de wereld rondgingen. © Brecht Surmont
Joanie De Rijke
Joanie De Rijke Medewerkster Knack

Voor het eerst sinds vier jaar vallen er geen bommen meer op Aleppo. De laatste bewoners en rebellen vertrokken vorige week uit de kleine enclave die nog in handen was van de oppositie. Nu is de stad opnieuw onder controle van het Syrische leger. Activist Salah Ashkar (28) bleef tot het bittere einde: ‘We voelen ons door de hele wereld verlaten.’

Salah Ashkar, afgestudeerd als econoom, komt net terug van Aleppo. Hij verliet de stad samen met een van de laatste groepen bewoners en rebellen. Hij wilde blijven tot de laatste snik, klinkt het.

Begonnen als activist, hield hij zich de laatste jaren vooral bezig met verslaggeving. Zijn video’s gingen de voorbije weken de wereld rond. Onder het gedreun van onophoudelijke bombardementen getuigde hij over executies op straat van burgers – waaronder vrouwen en kinderen – door de Syrische troepen.

Het maakt bewoners niet meer uit wie de baas is in de stad. Zolang het maar geen oorlog is.

Nu zit hij tegenover ons in een restaurant in Gaziantep, de Turkse stad aan de Syrische grens. Hij ziet er moe uit. Verslagen.

‘Het is over. Uit. We zijn allemaal weg. Intussen keren ook een hoop bewoners terug. Mensen die zijn gevlucht voor het oorlogsgeweld. Nu dat voorbij is, willen ze zo snel mogelijk naar hun huizen. Het maakt hen niet meer uit wie de baas is in de stad. Zolang het maar geen oorlog is.’

Hij rolt met zijn pen over de tafel. ‘Ik kan het nauwelijks geloven. Maar we hadden geen keuze. Het was sterven of blijven leven. De laatste evacuatie was zo triest. Vier jaar lang hebben we gestreden. Zo veel levens zijn verloren gegaan.’

‘In de rouw om mijn stad’

Volgens Ashkar waren de laatste vijftien dagen nog 75.000 burgers en rebellen in het oostelijk deel van Aleppo aanwezig. ‘37.500 mensen zijn geëvacueerd naar de provincie Idlib, de rest is naar de kant van het regime getrokken.’

Hijzelf vertrok twee dagen voor de Syrische troepen de overgebleven wijk heroverden. Omdat hij bekend was als verslaggever, kon hij met een hulporganisatie mee de Turkse grens over. De rest van de geëvacueerden blijft in Idlib, dat nog altijd onder controle is van de oppositie.

Syrisch activist Salah Ashkar (28): 'Hoe gruwelijk de oorlog ook was de afgelopen jaren, we waren wel vrij.'
Syrisch activist Salah Ashkar (28): ‘Hoe gruwelijk de oorlog ook was de afgelopen jaren, we waren wel vrij.’© Brecht Surmont

‘We hebben er lang over gedaan om de stad uit te geraken. We waren met twintig bussen en moesten drie controleposten passeren. De eerste was van de rebellen en de tweede werd bemand door Russische militairen. Die lieten ons door zoals afgesproken. Bij de derde post zat een Iraanse militie en daar begonnen ze plots moeilijk te doen. Ze waren niet betrokken bij de overeenkomst tussen het Vrije Leger en de Russen, zeiden ze. Dus lieten ze ons niet passeren.

Ze kwamen de bussen binnen, arresteerden mensen en beroofden ons van ons laatste geld en mobiele telefoons. Iedereen moest de bus uit. Zo lieten ze ons tien uur staan in de kou. Eén iemand werd doodgeschoten. Toen er eindelijk een akkoord was bereikt, mochten we verder, tot we Idlib bereikten. Daar verspreidden we ons. Sommigen slapen er nu in tenten, anderen hebben een onderkomen bij familie gevonden. De Turkse grens mogen ze niet over.’

Hij zwijgt en rolt opnieuw met zijn pen over de tafel.

Ik ben een zoon van Aleppo. Nu ik er weg ben, voel ik me als een vis op het droge.

‘Ik ben een zoon van Aleppo. Nu ik er weg ben, voel ik me als een vis op het droge. Hoe gruwelijk de oorlog ook was de afgelopen jaren, we waren wel vrij. Ik kon doen en laten wat ik wilde in het oostelijk deel van Aleppo. We dansten, we zongen, we demonstreerden. Op het laatste ogenblik niet meer maar we bleven er toch in geloven.

Tot de laatste weken. Toen wisten we dat het afgelopen was. Finito. Aleppo is voorbij. We voelen ons door de hele wereld verlaten, niemand heeft ons geholpen. De oorlog zal verder gaan straks, in Idlib. De strijd is dus nog niet gestreden.

Intussen zal ik in Turkije blijven. Ik heb zo veel materiaal van de afgelopen jaren dat ik besloten heb een film te maken over Aleppo. Daar ga ik me nu op concentreren. Over wat er verder met Syrië zal gebeuren, wil ik nu even niet nadenken. Ik ben in de rouw om mijn stad. Om het einde van onze droom van een vrij Syrië.’

Partner Content