Het rapport Doing Business with the Occupationvan onderzoeksbureau Profundo in opdracht van 11.11.11 toont hoe tientallen Europese bedrijven en banken economische en financiële relaties onderhouden met de nederzettingenindustrie. Onder het internationale recht vallen de Israëlische nederzettingen onder de categorie van oorlogsmisdaden en maken sociaaleconomische ontwikkeling in bezet Palestijns gebied onmogelijk.
...

Het rapport Doing Business with the Occupationvan onderzoeksbureau Profundo in opdracht van 11.11.11 toont hoe tientallen Europese bedrijven en banken economische en financiële relaties onderhouden met de nederzettingenindustrie. Onder het internationale recht vallen de Israëlische nederzettingen onder de categorie van oorlogsmisdaden en maken sociaaleconomische ontwikkeling in bezet Palestijns gebied onmogelijk. Privébedrijven spelen een belangrijke rol in het bestaan en de aangroei van illegale Israëlische nederzettingen, zo stelt het rapport. De Europese Unie kant zich weliswaar sterk tegen deze nederzettingen, maar toch blijkt dat investeerders en banken uit 15 Europese landen cruciale financiële banden onderhouden met specifieke sectoren in de Israëlische nederzettingenindustrie. Volgens het rapport zijn er momenteel vier Belgische ondernemingen die indirect in de bezette gebieden investeren, namelijk de Antwerpse investeringsmaatschappij Ackermans & Van Haaren, Bank Degroof Petercam, KBC Groep en de effectenbank Dierickx Leys & Cie . Zij zijn in samen goed voor een totaal van 130 miljoen euro aan investeringen in de nederzettingenindustire. Twee Europese bedrijven opereren rechtstreeks in de nederzettingenindustrie: HeidelbergCement (Duitsland) en Enerpoint (Italië). Knack vroeg aan Willem Staes, beleidsmedewerker Midden-Oosten voor 11.11.11, hoe de vork aan de steel zit. WILLEM STAES: 'Zonder geld geen nederzettingen. Voor het onderhoud en de uitbreiding van die nederzettingen zijn er financiële middelen en investeringen nodig. Dat komt momenteel van banken, vastgoedbedrijven, de toerismesector, de energiesector ... We zijn heel bewust naar zeven sectoren gaan kijken die van cruciaal belang zijn voor de bedrijven die gevestigd zijn in de nederzettingen. Als we Europese investeerders ertoe kunnen aanzetten om hun investeringen uit die nederzettingen weg te halen, dan dienen we de nederzettingenpolitiek natuurlijk een enorme klap toe. Welke verantwoordelijkheid dragen de bedrijven zelf in dit verhaal? Volgens de Guiding Principles van de Verenigde Naties zouden ze net moeten proberen om zulke schendingen tegen te gaan.STAES: 'Die richtlijnen van de Verenigde Naties worden door de bedrijven in kwestie allemaal aanvaard. Maar dat engagement zetten ze in de praktijk dus onvoldoende om. Ze hebben zich ertoe verbonden om bij elke investering na te gaan of ze daarmee de mensenrechten niet in gevaar brengen, de zogenaamde due dilligence. De Verenigde Naties zeggen expliciet dat elke grondige due diligence tot de conclusie zou moeten komen dat het onmogelijk is om actief te zijn in de nederzettingen zonder direct of indirect bij te dragen aan de schending van de mensenrechten van de Palestijnse bevolking. Onder internationaal recht is de nederzettingenpolitiek namelijk illegaal. STAES: 'Er zijn al wel een aantal bescheiden stappen gezet, maar die zijn duidelijk onvoldoende. De Europese bedrijfsadviezen die in een twintigtal landen gelden verhinderen de bedrijven klaarblijkelijk niet om miljarden te investeren in de nederzettingenindustrie. Beleidsmakers hebben dus evenzeer een grote verantwoordelijkheid. De Europese Unie en de Verenigde Naties hebben zich ertoe verbonden om een differentiatiebeleid te voeren die de nederzettingen systematisch moet uitsluiten. Maar we moeten dus een stap verder gaan en concrete maatregelen nemen om dat differentiatiebeleid te operationaliseren. STAES: 'Momenteel is er een database van de Verenigde Naties in de maak die bedrijven identificeert die in de nederzettingen actief zijn. Die zichtbaarheid moet hen aanmoedigingen om hun investeringen terug te trekken. Europese lidstaten, ook België, kunnen financiële en politieke steun geven aan deze database. Daarnaast kunnen de lidstaten de due diligence screening verplicht maken wanneer bedrijven investeringen willen doen. Frankrijk heeft dat onlangs ingevoerd, terwijl dat in België nog steeds op vrijwillige basis gebeurt. Moest ook dat in de toekomst niet voldoende blijken, kunnen landen het simpelweg ook verbieden om in de bezette gebieden (in)direct te investeren. Dat laatste zou ook niet onlogisch zijn gezien de precedenten die er bestaan. Bij de Russische annexatie van de Krim kostte het de Europese Unie nauwelijks enkele maanden om een totaalverbod op investering in de Krim uit te vaardigen. Aangezien Israël steeds openlijker Palestijns grondgebied annexeert, moeten stappen genomen worden om ook investeringen in Israëlische nederzettingen te verbieden.STAES: 'Uit het rapport blijkt dat BNP Paribas sterk betrokken is in de nederzettingenindustrie. De Belgische overheid is aandeelhouder, en dus kan minister van Financiën Johan Van Overtveldt binnen BNP druk uitoefenen om met deze investeringen op te houden.'Hoe groot is de politieke druk van Israël om zulke beslissingen te voorkomen?STAES: 'In de Unie merk je dat er een soort van koudwatervrees bestaat om harde beslissingen te nemen, wat nog verergerd wordt door de politieke verdeeldheid. De externe politiek druk is bovendien aanzienlijk. Israël en de Verenigde Staten proberen bijvoorbeeld om de database van de VN te begraven. Gelukkig heeft de VN daar voorlopig niet aan toegegeven, maar het gevaar is nog niet geweken omdat de database nog niet gepubliceerd is. Daarom is het van vitaal belang dat onder meer België ondubbelzinnig haar steun uitspreekt voor die database. De politieke druk vanuit Tel-Aviv toont aan dat Israël er als de dood voor is om de investeringen in de nederzettingen te zien verdwijnen. Het spaart kosten noch moeite om zulke initiatieven te dwarsbomen. STAES: 'Dat zijn vooral perverse drogredenen. Als die bedrijven effectief in de levenskwaliteit van de Palestijnen willen investeren, dan zouden bijvoorbeeld al kunnen beginnen met de Palestijnse arbeiders gelijke sociale voorwaarden toe te kennen. De Wereldbank heeft al meermaals aangetoond dat die nederzettingen een cruciaal obstakel zijn voor de plaatselijke economische en sociale ontwikkeling. De Palestijnse economie zou zonder de nederzettingen minstens 35 procent groter kunnen zijn. Het is vooral een kleine pleister op een wonde die steeds groter wordt.'