België is een deficitland geworden: we voeren meer in dan uit, wat onze buitenlandse schuld vergroot. Een belangrijke factor in dat tekort op de handelsbalans is, helaas, onze vakantie. We geven veel meer uit aan reizen naar het buitenland dan buitenlanders aan hun reizen naar België. En ja, ook ik draag eraan bij, want net zoals veel Belgen trek ik deze zomer de Franse bergen in. Het probleem is zo groot dat we er best even bij stilstaan.
...

België is een deficitland geworden: we voeren meer in dan uit, wat onze buitenlandse schuld vergroot. Een belangrijke factor in dat tekort op de handelsbalans is, helaas, onze vakantie. We geven veel meer uit aan reizen naar het buitenland dan buitenlanders aan hun reizen naar België. En ja, ook ik draag eraan bij, want net zoals veel Belgen trek ik deze zomer de Franse bergen in. Het probleem is zo groot dat we er best even bij stilstaan. 8 miljard euro: zoveel bedraagt de verliespost. Elk jaar. En als u dacht dat we daarmee geen uitzondering zijn, gezien de reislust van pakweg Nederlanders, Duitsers of Denen, dan is de realiteit toch anders. In Nederland en Denemarken is het tekort veel kleiner, zo'n 2 miljard euro, en is het de voorbije jaren ook geslonken. Van alle Europese landen is het tekort op het vlak van reizen veruit het grootst in België. De Nederlanders, bijvoorbeeld, vliegen wel meer, maar ze doen dat met hun eigen luchtvaartmaatschappij en via hun eigen grote luchthaven. En ze lokken ook veel toeristen naar hun land. De uitgaven worden er dus beter gedekt door de inkomsten. In dat opzicht zijn de hoeraberichten over het toerisme in ons land moeilijk te begrijpen. Op tijd en stond pakken onze overheden uit met nieuwe records, maar het aantal overnachtingen van buitenlanders is hier het voorbije decennium ongeveer vier keer trager gegroeid dan in Nederland en drie keer trager dan in Denemarken. Dat zijn cijfers van de Europese Commissie. Een van de verklaringen is dat onze hoofdstad niet in de smaak valt. Voor Amerikaanse en Aziatische toeristen is Brussel nog vaak die korte halte in dat afgrijselijke station, terwijl ze met de Thalys onderweg zijn tussen Parijs en Amsterdam. Brussel vertegenwoordigt ongeveer een derde van de buitenlandse verblijven in België. Het is de hoofdstad van Europa, huisvest de hoofdzetel van tal van organisaties en is, vind ik, een intrigerende plek. Je moet je inspannen om ze te ontdekken, maar ze heeft veel potentieel. Toch zijn er, opnieuw volgens cijfers van de Europese Commissie, in Brussel jaarlijks een derde minder overnachtingen dan in Amsterdam en de helft minder dan Praag, Wenen en Boedapest. Goed, we hebben terreuraanslagen te verwerken gehad, maar dat kan niet de enige verklaring zijn. Brussel bekoort en betovert blijkbaar niet zo. Hetzelfde geldt voor ons hele land. We hebben pareltjes van cultuursteden en prachtige stukjes natuur, in Limburg en de Ardennen. Maar wees eerlijk: als je eerst een uur lang over slechte wegen of in smerige treinen voorbij lintbebouwing, brokkelbruggen en baanwinkels moet sukkelen, neemt je goesting weleens een flinke duik. En als je ter plaatse vaststelt dat de mooie plekjes natuur zijn aangetast door kavels en zonevreemde villa's, of dat je geen tien kilometer kunt wandelen alvorens op een weg of bedrijventerrein te stuiten, vraag je je weleens af: waarom ben ik niet gewoon op mijn terras blijven zitten? En als wij er al zo over denken, waarom zouden buitenlandse toeristen dan enthousiast worden? De uitzondering is misschien de Nederlander, die bij ons een soort van Wilde Westen-ervaring zoekt. Even het Belgische zootje ongeregeld induiken - maar niet te lang. We lopen almaar vaker achter een vlag aan, maar we zien ons land niet graag. We hakken en kavelen de natuur in stukken. Over de mooie boomgaarden van het Haspengouw, waar je je in Toscane zou kunnen wanen, trekken we plastic. Kijk naar de bloemenweelde op de vensterbanken in Wenen en Amsterdam: een liefdesverklaring van de burgers aan hun stad. Dat zul je bij ons niet vaak vinden. Als je je toeristische beleid op de koop toe versnippert over allerlei ondergefinancierde departementjes, zoals wij, schiet er niet veel meer van over. België doet aan toeristische zelfverminking. Ieder jaar neem ik me voor om de grote vakantie in mijn thuisland door te brengen. Maar de obstakels om er werkelijk van te genieten zijn enorm. Je zou welhaast wildviaducten willen bouwen om de lelijkheid niet te hoeven zien. Misschien probeer ik het de volgende zomer opnieuw, België. Wat deze hele kwestie vooral bevestigt, tot slot, is dat landschapszorg en schoonheid geen luxe zijn. Ze zijn een economische noodzaak. Schoonheid rendeert!