Het was de op één na grootste betoging sinds de protesten op 9 juni begonnen, en een van de grootste sinds het bestuur over Hongkong in 1997 aan China werd overgedragen.

Wong Yik Mo, die aan het hoofd van een coalitie van prodemocratiegroepen staat, zei dat de protesten aanvankelijk tegen een omstreden wet gericht waren die uitleveringen aan China toestaat, maar nu een beweging geworden zijn tegen 'repressie in Chinese stijl die nu al door de Hongkongse politie uitgevoerd wordt'.

'Van activisten op de eerste rij over bejaarden in verzorgingstehuizen tot bewoners van sociale woningen, Hongkongers hebben met de bruutheid van de politie te maken gekregen in de vorm van traangas, klapkogels, rubberkogels, die gebruikt werden om ons uiteen te drijven en op te pakken', zei hij. 'We werden ook aangevallen door bendes. Hongkongers zijn heel verbolgen en verafschuwen de acties van de Hongkongse regering en politie.'

Het Victoriapark stond zondag volledig vol en rondom het park was de binnenstad over meerdere kilometers dichtgeslibd. De mensen hadden zich niet door de felle regen laten afschrikken om luid te roepen om democratie en vrijheid. Ondanks een officieel verbod stapten ook in de vroege avond nog tienduizenden mensen vreedzaam door de staten. De politie greep niet in.