Aan de vooravond van Defence & Security Equipment International, een van de grootste wapenbeurzen ter wereld die plaatsvindt in Londen waar de grote spelers in de wapenindustrie, waaronder ook het Belgische FN Herstal en John Cockerill Defence (CMI), hun producten aanbieden, vraagt Amnesty met het rapport 'Outsourcing Responsibility' aan 22 wapenbedrijven hoe ze hun verantwoordelijkheid inzake mensenrechten naleven zoals dat verwacht wordt door internationaal erkende normen. Veel van de bevraagde bedrijven leveren volgens AI wapens aan landen die al zijn beschuldigd van oorlogsmisdaden en ernstige mensenrechtenschendingen, zoals Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten.

Het ging om wapenbedrijven uit 11 landen, waaronder Airbus (Nederland), Arquus (Frankrijk), Boeing (VS), BAE Systems (VK), Leonardo (Italië), Lockheed Martin (VS), Raytheon (VS), Rosoboronexport (Rusland), Thales (Frankrijk) en Zastava (Servië).

Geen van de 22 bedrijven slaagde erin om afdoende uit te leggen hoe ze hun verantwoordelijkheden op vlak van mensenrechten opnemen en of ze de nodige zorgplicht ('due diligence') in acht nemen, zegt Amnesty maandag. FN Herstal en 13 andere bedrijven hebben zelfs niet gereageerd.

'De weigering om te antwoorden op Amnesty's bevraging getuigt van een verontrustende onverschilligheid van deze bedrijven voor de mensenrechtenimpact van hun activiteiten. En dat terwijl we weten dat bijvoorbeeld wapens van FN Herstal circuleren op Jemenitisch grondgebied in handen een gewapend groep die aan niemand verantwoording aflegt', zegt Wies De Graeve, directeur van Amnesty International Vlaanderen. 'We vermoeden heel sterk dat Belgische wapenbedrijven zoals FN Herstal en John Cockerill Defence de mensenrechtenzorgplicht niet naleven. Als dat wel zo zou zijn, dan zouden ze niet langer wapens verkopen aan landen zoals Saoedi-Arabië die zich schuldig maken aan oorlogsmisdaden', zegt De Graeve nog.

Amnesty International roept maandag defensiebedrijven op om het gedrag van hun klanten te toetsen aan mensenrechtennormen, om voorwaarden in te bouwen in hun contracten betreffende het naleven van het internationale humanitaire recht, het optreden van hun klanten voortdurend te volgen en regelmatig door te lichten, en alle mogelijkheden te benutten waarmee ze het gedrag van de klanten kunnen beïnvloeden.

'De wapenindustriereuzen wassen hun handen in onschuld. Ze schermen met het argument dat ze geen enkele controle meer hebben over het gebruik van hun producten na de verzending ervan. Dat argument snijdt geen hout, juridisch noch ethisch. Het is hoog tijd dat bedrijven hun verantwoordelijkheid beginnen op te nemen voor hun beslissingen', aldus nog Patrick Wilcken, wapenhandelexpert van Amnesty International.