De mensenrechtenorganisatie eist dat de 99ste Lichte Infanterie Divisie (LID) van het leger, die twee jaar geleden al betrokken was bij het geweld tegen de Rohingya, ter verantwoording wordt geroepen.

Amnesty beschrijft in het rapport 'Caught in the middle. Abuses against civilians amid conflict in Myanmar's northern Shan State' hoe burgers de tol moeten betalen van de gevechten tussen het leger en verschillende gewapende groepen. Amnesty besluit op basis van twee veldonderzoeken - in maart en augustus 2019 - dat burgers arbitrair gearresteerd, opgesloten en gefolterd worden door het leger. De meeste slachtoffers maken deel uit van de etnische groepen Kachin, Lisu, Shan en Ta'ang.

'De Myanmarese troepen gaan nog steeds hardvochtig en genadeloos te werk en plegen straffeloos oorlogsmisdaden', zegt Nicholas Bequelin, Amnesty's directeur voor Oost- en Zuidoost-Azië. 'Soldaten en bevelhebbers onderwerpen burgers aan brutaliteiten zonder ook maar enige verantwoording te moeten afleggen.' Amnesty International wijst met een beschuldigende vinger naar de 99ste Lichte Infanterie Divisie (LID) van het leger. Eenheden van die divisie waren ook al betrokken bij het geweld dat sinds augustus 2017 honderdduizenden leden van de moslimminderheid Rohingya op de vlucht gedreven heeft. 'Op plaatsen waar de 99ste Lichte Infanterie Divisie opereert, zien we telkens hetzelfde patroon van vreselijke misdaden terugkeren. De internationale gemeenschap moet hoogdringend het Myanmarees leger, niet in het minst de topgeneraals, ter verantwoording roepen', stelt de mensenrechtenorganisatie.