'Op die manier dragen ze bij aan een groeiende humanitaire crisis aan de buitengrens van de Europese Unie', aldus Amnesty in het rapport. 'Grenscontroles zijn blijkbaar belangrijker dan de naleving van het internationaal recht.'

Volgens de ngo zitten 5.500 asielzoekers in kampen in de Bosnische steden Bihac en Velika Kladusa. Daar zou onvoldoende voedsel zijn, en helemaal geen warm water of medische zorg. Voor vluchtelingen is Bosnië bovendien een 'juridisch niemandsland' met een 'falend asielsysteem', klinkt het.

Vluchtelingen die via Kroatië proberen om Slovenië of Italië te bereiken, hebben volgens Amnesty niet alleen te maken met gevaarlijke tochten door mijnenvelden en wilde natuurgebieden, maar ook met gewelddadige uitzettingen. Asielzoekers zeggen dat ze zijn geslagen, dat hun documenten zijn vernietigd en dat bezittingen zijn gestolen door de Kroatische autoriteiten.

EU-landen grijpen ondertussen niet in, zegt Massimo Moratti, directeur Research van de Europese afdeling van Amnesty International. 'Om te begrijpen waar de prioriteiten van de Europese regeringen liggen, hoef je de geldstroom maar te volgen. Hun financiële bijdragen aan humanitaire hulp verdwijnt in het niets bij de middelen die ze besteden aan grensbeveiliging. Zo wordt er geld vrijgemaakt voor de uitrusting van de Kroatische geldpolitie en zelfs voor de salarissen van agenten.'

Kroatië werkt pogingen van ngo's om de situatie te controleren tegen, stelt Amnesty. Medewerkers zouden zelfs zijn bedreigd met strafrechtelijke vervolging. Moratti vindt dat Europese leiders daar medeverantwoordelijk voor zijn. 'Hun vastberadenheid om de EU-grenzen te versterken heeft een hoge humanitaire kost.'