De destructieve weg die de regering-Trump is ingeslagen tegen internationale instituten en multilateralisme, ondermijnt langzaamaan de Verenigde Naties en aanverwante organisaties.

De VS hebben zich al teruggetrokken uit zowel de Mensenrechtenraad in Genève als de VN-erfgoedorganisatie Unesco, en de financiering van het VN-Bevolkingsfonds (Unfpa), de organisatie voor Palestijnse vluchtelingen (Unrwa) en vredesoperaties drastisch teruggeschroefd (met maar liefst 500 miljoen dollar).

De meest recente aanval richt zich op het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag, dat onderzoek wil doen naar oorlogsmisdaden in Afghanistan, van zowel de taliban als Amerikaanse militairen.

De VS besloten om Fatou Bensouda, hoofdaanklager van het ICC, geen visum te verstrekken. Dat leidde niet alleen tot protesten van academici en mensenrechtenorganisaties, maar liet ook diverse vragen onbeantwoord.

Zwarte lijst

Toen de Verenigde Naties in 1947 besloten het secretariaat in New York te vestigen, met de VS als gastland, werd een overeenkomst getekend die diplomatieke immuniteit garandeert aan buitenlandse diplomaten en facilitering van de dagelijkse activiteiten van het orgaan.

Is het weigeren van een visum een schending van de overeenkomst uit 1947? Of hebben de VS het recht rechters van het ICC sancties op te leggen, zelfs terwijl ze geen lidstaat zijn van het ICC?

En zegt het weigeren van een visum iets over wat we nog kunnen verwachten als het gaat om politieke leiders uit landen zoals Iran, Venezuela en Cuba, die op de zwarte lijst van Trump staan? Zal ook hen de toegang geweigerd worden, als ze in september de jaarlijkse vergadering van de VN willen bijwonen?

De protesten tegen de Amerikaanse besluiten komen van diverse burgerrechtenorganisaties, inclusief de American Civil Liberties Union (ACLU), de International Commission of Jurists (ICJ), de International Service for Human Rights (ISHR) en de World Federalist Movement - Institute for Global Policy (WFM-IGP).

In een brief stellen deze drie ngo's dat 'het doel van de visumbeperkingen is om strafrechtelijk onderzoek naar ernstige misdaden volgens het internationaal recht te dwarsbomen.'

Ze spreken van een 'gevaarlijk precedent met serieuze gevolgen, vooral als het gaat om het recht van slachtoffers en hun juridische vertegenwoordigers om gerechtigheid en compensatie te zoeken zonder angst voor vergelding.'

Tawandag Hondora, directeur van WFM-IGP, zegt dat de regering-Trump consistent is in het voeren van een regressief beleid dat de internationale orde ondermijnt. Hij zegt dat zijn beleid de internationale wetgeving en praktijk die na de Tweede Wereldoorlog zijn ontstaan, ernstig schade toebrengt. Daarnaast doet dit beleid het risico op gewapende conflicten toenemen, in een wereld waarin nu veel meer landen massavernietigingswapens bezitten.

Hij wijst erop dat de weigering van het visum van Bensouda 'een schending is van artikel IV van de overeenkomst tussen de VN en de VS.'

Martin Edwards, universitair docent Diplomatie en Internationale Betrekkingen aan Seton Hall University in de VS, zegt dat ngo's en andere landen terecht kritisch zijn hierover. 'Ik zou hopen dat dit alleen bedoeld is om Bensouda het leven moeilijk te maken, en dat het geen onderdeel is van een bredere trend om visa te weigeren voor bezoeken aan de Algemene Vergadering.'

Maar, zegt Edwards, met deze regering in de VS hoef je nergens van op te kijken. Het zou hem niet verbazen dat de Venezolaanse president Maduro het volgende doelwit is, als vervolg op diplomatieke pogingen hem te isoleren.

Amerikaanse soevereiniteit

Historisch gezien klaagden de VS vaker over de komst van leiders naar New York. Het weigeren van de voormalige Palestijnse leider Yasser Arafat was eenvoudiger dan het weigeren van een staatshoofd, maar het kan zo zijn dat het Witte Huis nu probeert de grenzen te verleggen.

De wettelijke basis daarvoor is zeer mager en gebaseerd op een verkeerde interpretatie van Sectie 6 van de overeenkomst uit 1947, zegt Edwards. Die sectie geeft leiders het recht op toegang tot de VN, en de VS zouden in geval van arbitrage zeker verliezen, constateert hij.

Tijdens een persbriefing op 15 maart zei de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo dat de VS sinds 1998 al weigeren deel te nemen aan het ICC. Het Strafhof heeft volgens de VS te brede bevoegdheden en is een dreiging voor de Amerikaanse soevereiniteit.

'Wij zijn vastbesloten om de Amerikanen, het leger en burgerpersoneel te beschermen tegen een leven in angst of onrechtvaardige vervolging voor daden die gepleegd zijn om ons prachtige land te verdedigen. Wij wilden voorkomen dat het Strafhof de mogelijkheid kreeg tot politiek gemotiveerde vervolging van Amerikanen, een angst die gerechtvaardigd is gebleken.'

Zwakke landen

Palitha Kohona, voormalig hoofd VN-Verdragen, zegt dat de VS niet alleen geen partij zijn in het ICC-verdrag, maar ook verantwoordelijk zijn voor de toevoeging van artikel 98, waarin staat dat het ICC geen jurisdictie heeft over Amerikaanse burgers.

Hoewel de actie de wenkbrauwen doet fronsen, past het weigeren van het visum van Bensouda in de consistente oppositie tegen het verdrag, zegt Kohona. En het laat opnieuw zien dat de machtigen in de wereld uiteindelijk de regels bepalen.

'Helaas worden die regels, vooral als het om mensenrechten en humanitaire zaken gaat, vaak met kracht toegepast op zwakke partijen en niet tegenover machtige landen. Dat is de realiteit van deze wereld', zegt hij.