De Trump-regering wilde aan de volkstelling, die in 2020 plaatsvindt, een vraag toevoegen over staatsburgerschap. Tegenstanders waarschuwden dat dat ertoe zou kunnen leiden dat 6,5 miljoen mensen die in de VS wonen, vooral in staten met veel immigranten, zoals Californië, Texas en New York, niet geteld zouden worden. Het zou bovendien tegen de grondwet zijn, die voorschrijft dat er elke tien jaar een volkstelling plaatsvindt van de mensen die in de VS wonen (niet van de Amerikaanse staatsburgers).

De zaak kwam voor het Hooggerechtshof, die vorige week oordeelde dat de regering geen goed argument had voor h het toevoegen van de vraag. Maar als de regering dat wel zou hebben, zou een burgerschapsvraag eventueel mogelijk zijn. President Trump riep vervolgens tweemaal, afgelopen vrijdag en maandag nog eens, op om de census uit te stellen tot de regering de kans had gehad met nieuwe argumenten te komen.

Maar het censusbureau moest deze week beginnen met het printen van de vragenlijsten en had dus geen tijd te wachten. Het zou bovendien wettelijk gezien niet mogelijk zijn de volkstelling uit te stellen.

Dinsdag kreeg een advocaat die zich met de zaak bezighield definitief bericht dat de vragenlijst naar de drukker was en dat daar géén burgerschapsvraag op stond. Hij deelde het bericht op Twitter, waarna het ministerie van justitie het nieuws bevestigde.