De beslissing van het Hooggerechtshof is een klap in het zicht van de voormalige president Donald Trump, die geen middel onbeproefd liet om Obamacare af te schaffen: het ontbinden van de Affordable Care Act was immers één van zijn grootste verkiezingsbeloften in 2016. De beslissing van het Hooggerechtshof werd genomen door een meerderheid van zeven van de negen rechters. De beslissing is gebaseerd op een procedureel argument: Texas en de andere Republikeinse staten die beroep hebben aangetekend tegen de wet, hadden daar volgens het Hooggerechtshof geen juridische grondslag voor.

Het is intussen de derde keer dat de hoogste rechtsinstantie van de Verenigde Staten beslist om de zorgwetgeving ongemoeid te laten. In zijn oorspronkelijke vorm verplichtte de Obamacare alle Amerikanen, en dus ook zij die in goede gezondheid verkeerden, om zich aan te sluiten bij een ziekteverzekering. Deden zij dat niet, dan moesten ze geldboetes betalen. De wet dwong bedrijven ook om alle potentiële klanten te verzekeren, ongeacht hun gezondheidstoestand. De hervorming heeft zo'n 31 miljoen Amerikanen een ziekteverzekering bezorgd, maar de Republikeinen beschouwden Obamacare steeds als een misbruik van overheidsmacht.

Het eerste beroep was gericht tegen het zogenaamde 'individuele mandaat'. Het Hooggerechtshof bekrachtigde in 2012 echter dat aspect van de wet: de rechters oordeelden dat de financiële sancties als belastingen konden worden beschouwd en de ingreep van de overheid rechtvaardigden. Toen de president Trump in 2016 het Witte Huis betrad, trachtte hij de wet in te trekken, maar dat lukte hem niet. In 2017 slaagden de Republikeinse parlementsleden er echter in om de wetgeving bij amendement te wijzigen: de boetes voor het ontbreken van een ziekteverzekering werden tot nul gereduceerd.

Verschillende Republikeinse staten spanden daarop nieuwe rechtszaken aan met het argument dat de ziekteverzekeringswet geen stand meer hield. De zaak Californië vs. Texas werd een strijd van blauwe staten tegen rode staten. In december 2018 gaf een federale rechter in Texas de Republikeinse staten nog gelijk. Omdat de zogenaamde sluitsteen van het bouwwerk was gevallen, was de hele wet ongrondwettelijk, besloot de Texaanse rechter.

Het is die uitspraak die het Hooggerechtshof donderdag heeft vernietigd. 'Wij hebben nog niet beslist over de vraag of de wet geldig is, maar Texas en de andere eisers zijn niet bevoegd om die vraag te stellen,' schreef de rechter Stephen Breyer namens de meerderheid van zijn collega's.

De Democratische president Joe Biden noemde de laatste poging van de Republikeinen om de wet ongedaan te maken 'wreed': de wet blijkt immers bijzonder nuttig tijdens de coronapandemie. 'De beslissing (van het Hooggerechtshof) vandaag toont aan de Affordable Care Act krachtiger is dan ooit', zo citeerde het ABC News president Joe Biden die de adjunct van Obama was. 'Gezondheidszorg is een recht en geen privilege.'

De beslissing van het Hooggerechtshof is een klap in het zicht van de voormalige president Donald Trump, die geen middel onbeproefd liet om Obamacare af te schaffen: het ontbinden van de Affordable Care Act was immers één van zijn grootste verkiezingsbeloften in 2016. De beslissing van het Hooggerechtshof werd genomen door een meerderheid van zeven van de negen rechters. De beslissing is gebaseerd op een procedureel argument: Texas en de andere Republikeinse staten die beroep hebben aangetekend tegen de wet, hadden daar volgens het Hooggerechtshof geen juridische grondslag voor. Het is intussen de derde keer dat de hoogste rechtsinstantie van de Verenigde Staten beslist om de zorgwetgeving ongemoeid te laten. In zijn oorspronkelijke vorm verplichtte de Obamacare alle Amerikanen, en dus ook zij die in goede gezondheid verkeerden, om zich aan te sluiten bij een ziekteverzekering. Deden zij dat niet, dan moesten ze geldboetes betalen. De wet dwong bedrijven ook om alle potentiële klanten te verzekeren, ongeacht hun gezondheidstoestand. De hervorming heeft zo'n 31 miljoen Amerikanen een ziekteverzekering bezorgd, maar de Republikeinen beschouwden Obamacare steeds als een misbruik van overheidsmacht. Het eerste beroep was gericht tegen het zogenaamde 'individuele mandaat'. Het Hooggerechtshof bekrachtigde in 2012 echter dat aspect van de wet: de rechters oordeelden dat de financiële sancties als belastingen konden worden beschouwd en de ingreep van de overheid rechtvaardigden. Toen de president Trump in 2016 het Witte Huis betrad, trachtte hij de wet in te trekken, maar dat lukte hem niet. In 2017 slaagden de Republikeinse parlementsleden er echter in om de wetgeving bij amendement te wijzigen: de boetes voor het ontbreken van een ziekteverzekering werden tot nul gereduceerd. Verschillende Republikeinse staten spanden daarop nieuwe rechtszaken aan met het argument dat de ziekteverzekeringswet geen stand meer hield. De zaak Californië vs. Texas werd een strijd van blauwe staten tegen rode staten. In december 2018 gaf een federale rechter in Texas de Republikeinse staten nog gelijk. Omdat de zogenaamde sluitsteen van het bouwwerk was gevallen, was de hele wet ongrondwettelijk, besloot de Texaanse rechter. Het is die uitspraak die het Hooggerechtshof donderdag heeft vernietigd. 'Wij hebben nog niet beslist over de vraag of de wet geldig is, maar Texas en de andere eisers zijn niet bevoegd om die vraag te stellen,' schreef de rechter Stephen Breyer namens de meerderheid van zijn collega's. De Democratische president Joe Biden noemde de laatste poging van de Republikeinen om de wet ongedaan te maken 'wreed': de wet blijkt immers bijzonder nuttig tijdens de coronapandemie. 'De beslissing (van het Hooggerechtshof) vandaag toont aan de Affordable Care Act krachtiger is dan ooit', zo citeerde het ABC News president Joe Biden die de adjunct van Obama was. 'Gezondheidszorg is een recht en geen privilege.'