Opinie

Frederik Dhondt

‘Als identiteit hét politieke thema van de afgelopen jaren is, waarom zou links dan de handschoen niet opnemen?’

Frederik Dhondt Hoofddocent rechtsgeschiedenis aan de VUB

Frankrijkkenner Frederik Dhondt overschouwt de Franse verkiezingscampagne en staat stil bij de kansen van de linkse kandidaten. ‘Zal met dekomst van Christiane Taubira de gauche sociétale of gauche sociale tegenover Valérie Pécresse komen te staan?’

De succesvolle lancering van Valérie Pécresse via het (interne, maar virtuele) ledencongres bij LR heeft de Franse presidentiële campagne opgeschrikt uit een tot nu toe kabbelend scenario. Iedereen lijkt te wachten op een volgende wending in de “netflixisation” van de campagne. Vooral ter linkerzijde is de druk bijzonder hoog. Bij gebrek aan betere indicatoren geven de peilingen momenteel aan dat geen enkel van de drie voornaamste kandidaten (Mélenchon, Jadot, Hidalgo) zich kan plaatsen voor de tweede ronde. Intussen wordt het nieuws beheerst door Valérie Pécresse en Eric Zemmour, bovenop een mediatieke sfeer die de afgelopen jaren ethisch en cultureel erg naar rechts is opgeschoven.

Als identiteit hét politieke thema van de afgelopen jaren is, waarom zou links dan de handschoen niet opnemen?

Dit zou voor de betrokkenen een afgang betekenen, maar vooral ook voor hun politieke bewegingen. Door de koppeling van de presidentsverkiezingen en de verkiezingen voor de Assemblée Nationale overschaduwt de score van één persoon de steun voor de ideologie die hij of zij vertegenwoordigt. Wie slecht scoort in april 2022, verschrompelt wellicht verder in het parlement. De groenen van Europe Écologie-Les Verts putten moed uit de Europese verkiezingen van 2019, veroverden steden als Lyon en Bordeaux, en kunnen bouwen op de niet-aflatende kritiek op het groene bilan van president Macron. De socialisten van Hidalgo behielden hun lokale bastions bij de gemeenteraads- en regionale verkiezingen. Mélenchon hoopt dan weer om zijn online burgerbeweging La France Insoumise als slagkrachtiger te positioneren dan de traditionele ledenpartij bij de PS, met een discours dat -zoals bij de PTB/PVDA in België- probeert om de boodschap van de linkse concurrentie te kapen, en de gauche de gouvernement (PS, EELV) voor te stellen als afvalligen.

Legitimiteit zonder “primaire

In 2016 kozen zowel links als rechts voor brede voorverkiezingen, geïnspireerd door wat in de Verenigde Staten gebruikelijk is bij Republikeinen en Democraten. Het is logisch dat LR zich voor deze keer terugplooide op een intern “congres”: voorverkiezingen noch gestructureerde politieke zuilpartijen passen in het gaullistische schema van de ontmoeting tussen één man wiens tijd gekomen is, en het Franse volk. In 2011 was dit idee niet aanvaardbaar, aangezien uittredend president Sarkozy kandidaat was. Het fiasco van 2016, waarbij de LR-verkiezing Alain Juppé uitschakelde en de weg opende voor Macron, was niet voor herhaling vatbaar. In een geregisseerde oefening, gericht op het electoraat van Zemmour en Le Pen, werd dit keer wél een kandidaat voor de “tweede ronde” gevonden: Pécresse.

Voor de PS leidden de voorverkiezingen in 2016 tot een fiasco: twee van de kandidaten trokken partij voor Emmanuel Macron: oud-eerste minister Manuel Valls en groen-rode kandidaat François de Rugy. De verdeeldheid van het quinquennat-Hollande (2012-2017) was niet geheeld. De socialisten en hun bondgenoten (zoals de centrum-linkse Parti Radical de Gauche) bleven verdeeld over het bilan van de president die zelf geen kandidaat meer durfde te zijn. Republikeins-ferm links (Bernard Cazeneuve, Manuel Valls), souverainistisch-protectionistisch links (Arnaud Montebourg) en la gauche morale (Christiane Taubira) waren uiteengedreven tot aparte archipels, naar beeld en gelijkenis van een hopeloos verdeelde natie. Traditioneel waren de partijcongressen onder Hollande een gekonkel van verschillende stromingen, maar het systeem leek door de electorale hold-up van Mélenchon en Macron helemaal geïmplodeerd. Het partijkader schaarde zich -gesterkt door de lokale en regionale successen- dit keer unaniem achter Anne Hidalgo, en organiseerde een bescheiden interne stemming in oktober.

De plotse bocht van Hidalgo vorige week (“ik wil een gemeenschappelijke primaire voor heel links, en ben bereid me terug te trekken”) verbaasde iedereen. Groene kandidaat Jadot, die in 2017 week voor de socialist Benoît Hamon, lijkt niet van plan om te wijken. Mélenchons jarenlang voorbereide persoonlijkheidscampagne verdraagt geen kandidaten op gelijke hoogte, laat staan een aftocht. Het verschil in legitimiteit tussen de verschillende kandidaten is bovendien te groot: Hidalgo is aangeduid door een beperkte kring socialistische militanten, zonder noemenswaardige tegenstand. Jadot heeft gedebatteerd met vier tegenstanders in een “open” primaire, die hij met een paar honderd stemmen voorsprong won. Waarom hij voor haar uit de weg gaan, of nog, waarom zou hij wijken voor een kandidaat van de laatste minuut, Taubira ? De voormalige garde des sceaux (minister van Justitie) postte een video op de sociale media waarin ze zich aanbod als enige kandidaat ter linkerzijde, met de belofte om tegen 15 januari duidelijkheid te bezorgen.

Candidatures de témoignage

Inhoudelijk lijkt de synthese quasi onmogelijk. Voormalig president Hollande, ervaringsdeskundige in het verzoenen van uiteenlopende linkse ideeën, legde helder de vinger op de wonde: los van de persoonlijke en procedurele obstakels, is er bijna geen enkel hoofdthema waarover de linkse kandidaten en hun achterban het eens zijn. Mélenchon en Montebourg klauwen richting Europa en de geglobaliseerde economie, in de hoop RN-kiezers terug te halen, en echoën daarmee de oude beschuldiging van “verraad” richting de PS, die sinds de tournant de la rigueur onder Mitterrand een alternatieve economische politiek zou hebben verlaten. Hidalgo en Jadot willen Europa hervormen, maar geloven fundamenteel in de Europese integratie. De visie op overheidsinterventie en sociale correcties bij de klimaattransitie, op politiegeweld en identiteit (zie verder) is evenmin dezelfde bij iedereen.

Wat overblijft, zijn drie tot vier (met de communist Fabien Roussel erbij) candidatures de témoignage: we doen mee om erbij te zijn geweest, om te tonen dat onze politieke stroming nog bestaat. In een prikkelend boek over verkiezingsnederlagen onderzochten de Franse politicologen Pellen en Loualt de redenen waarom neotrotskistische micropartijen en kandidaten met een zeer lage score (Philippe Poutou, Arlette Laguillet, Olivier Besancenot) zich aan het oordeel van de kiezer onderwerpen. Absoluut niet om te winnen, want ze verzetten zich te zeer tegen het samenlevingsmodel waarvan het democratische selectieproces deel uit maakt. Deelnemen betekent voor hen een vorm van vrije meningsuiting. Men zou kunnen stellen dat, bij gebrek aan een inhoudelijk akkoord, de verschillende linkse krachten het hierbij houden.

La gauche sociale ?

Anne Hidalgo, voormalig arbeidsinspecteur en geslaagd voorbeeld van de Franse ‘ascenseur social‘, leek in oktober nochtans te vertrekken van een klassiek-socialistisch programma. Emmanuel Macron, op wiens electoraat zij mikt, voert een intrinsiek liberaal economisch beleid, gericht op het aantrekken van investeringen en dus het verminderen van lasten op kapitaal en inkomen daaruit. Hidalgo heeft uiteraard de kritiek gezien op het afschaffen van de ISF (vermogensbelasting) op roerend goed, terwijl in deze categorie via vennootschappen net een belangrijk deel van de rijkdom zit. Het gebrek aan inspraak onder de “Jupiteriaanse” Macron en de nagenoeg onbestaande lokale inplanting van zijn partij leken evenzeer gemakkelijke invalshoeken te openen om terrein te heroveren. Na haar initiële idee om het salaris van de leerkrachten “te verdubbelen” verzandde haar campagne. Hidalgo beschikt nochtans over de steun van een reeks jonge burgemeesters (Nancy, Rouen, Nantes, Montpellier) en regiovoorzitters (Languedoc-Roussillon), die in het begin van de campagne waren uitgezonden om haar standpunten te verkondigen.

Waarom werkt dit niet ? Een deel van het antwoord zit wellicht in het sterk veranderde Franse mediasysteem. Wie de grote Franse media bekijkt, constateert een sterke verrechtsing van het landschap, door de opkomst van de pool rond de conservatieve zakenman Vincent Bolloré. Na zich te hebben ingekocht bij betaalzender Canal+, vormde hij de nieuwszender iTele op tot CNews en legde hij de hand op Europe1. Zemmour (tot voor kort gewoon chroniqueur), de conservatieve Canadese polemist Mathieu Bock-Coté en de bijzonder agressieve journaliste Sonia Mabrouk gaan hun gasten op tv-plateau en aan de radiomicrofoon te lijf alsof het hun ergste tegenstander is en ze zelf als politieke actoren in de ring staan: veiligheid, migratie en identiteit worden elke dag hoger op de agenda gepraat (of geschreeuwd).

Deze neo-conservatieve lijn trekt het debat volledig naar de identitaire kwestie. Hoewel het door Hidalgo geviseerde kiespubliek geen boodschap heeft aan deze mediaconstellatie (waartoe men ook RadioClassique kan rekenen), slagen deze opiniemakers in Fox News­-stijl er wel in om de toon te zetten in het publieke debat. Hun invloed is niet te onderschatten: zelfs de gerespecteerde klassiek-linkse feministische en republikeinse filosofe Elisabeth Badinter verklaarde (niet toevallig op Europe1) in de nasleep van de affaire-Paty dat “onze beschaving in gevaar is”. We zitten niet ver meer van de burgeroorlog-metaforen die door Zemmour en anderen worden gehanteerd.

De afgelopen vijf jaar zwalpte president Macron naargelang het thema van rechts naar centrum-links, goed wetende dat de electorale sociologie van Frankrijk een land met een duidelijk rechts zwaartepunt toont. Zowel voor zijn verkiezing als herverkiezing vist hij in een vijver die gaat van ontgoochelde LR-kiezers tot voormalige PS-kiezers. In zijn reactie op de affaire-Paty sprak de president leerkrachten en ambtenaren aan, in zijn economisch beleid ondernemers. Een stevig rechts veiligheidsbeleid botste op de bezwaren van advocaten, intellectuelen en protesterende studenten, maar bekoorde zeker een groot deel van de kiezers. Speerpunten in de regering kwamen uit LR (Bruno Le Maire op Economie, Gérald Darmanin op Binnenlandse Zaken, Jean-Michel Blanquer op Onderwijs). Openheid over het koloniale verleden charmeerde de linkse intelligentsia, het afwijzen van “wokisme” viel bij strakke republikeinen en nationalisten in de smaak.

Tegen deze achtergrond is het begrijpelijk waarom Christiane Taubira plots ten tonele verschijnt. Als identiteit hét politieke thema van de afgelopen jaren is, waarom zou links hier dan de handschoen niet opnemen? Taubira verdedigde met vuur Le mariage pour tous (de openstelling van het huwelijk voor koppels van gelijk geslacht, 2013), en nam ontslag uit protest tegen veiligheidsmaatregelen die de “rechterzijde” van de PS wou doorvoeren (zoals de voorgestelde déchéance de nationalité, het verlies van de Franse nationaliteit voor binationalen die veroordeeld worden voor terroristische misdrijven). Hidalgo is inzake identiteit en veiligheid heel voorzichtig. De linkse EELV-PS-lijst in het Île-de-France verloor in mei nog de regionale verkiezingen tegen Pécresse, alweer door dissidentie van eigen mensen, zoals voormalig PS-regiovoorzitter Jean-Paul Huchon, op dit belangrijke thema. Pécresse schilderde haar linkse tegenstanders Pulvar (PS) en Bayou (EELV) af als opgehitste activisten die voor des réunions non-mixtes (vergaderingen waarin enkel mensen van een institutioneel gedomineerde gender- of raciale identiteit zich “in alle veiligheid” deelnemen) preken. Les pages reluisantes de l’histoire de France, of de gulden, glanzende bladzijden uit de nationale geschiedenis, daarmee hoorden volgens Pécresse kinderen in de (door de regio gefinancierde) Lycées te worden grootgebracht.

Opvallend bij de uitkomst van de LR-primaire is dat Pécresse sterk het discours van haar radicaal-rechtse tegenstrever Eric Ciotti heeft overgenomen, wiens ideeën dicht bij die van Zemmour staan. Ciotti trok de aandacht met een voorstel om de successierechten af te schaffen (sic), of nog een Frans “Guantanamo” op te richten voor terreurverdachten. Deze ideeën (net als de “grand remplacement”-these) laat Pécresse links liggen, maar de referenties naar de “joods-christelijke beschaving” in Frankrijk zijn wél prominent aanwezig. De laïcité (lekenstaat) wordt bovengehaald in de “strijd tegen de radicale islam”, maar voor het katholicisme lijken de kaarten anders te liggen. Pécresse bracht deze week overigens een steunbezoek aan de christenen in het Midden-Oosten, evenzeer een symbolische zet in de richting van hetzelfde electoraat. Net als Fillon in 2016 lijkt Pécresse ervan overtuigd dat de conservatief-katholieke beweging van de “Manif pour tous” (de sociale beweging tegen de openstelling van het huwelijk) het landschap ter rechterzijde heeft hertekend, en een nieuw cruciaal publiek tussen LR, RN (en Zemmour) heeft geschapen. Haar uitspraak over het “onthuwen” van homokoppels (“on va les démarier“) zal in de campagne ongetwijfeld nog vaker worden opgerakeld, te beginnen vanuit de presidentiële meerderheid.

In een klimaat geritmeerd door vragen rond gender, koloniaal verleden en slavernij, of nog het lot standbeelden van Napoleon (zoals in Rennes, waar de PS-burgemeester de bevolking wil vragen of hij niet beter vervangen wordt door de vrouwelijke advocate Gisèle Halimi), stelt de vraag zich of links misschien niet een eenvoudige oplossing in huis heeft om wél in de aandacht te geraken. Uit schrik voor stemmenverlies heeft Hidalgo zich beperkt tot een klassiek-republikeins antwoord: de universalistische waarden van de Franse (leken-)republiek emanciperen het individu, intolerantie aan beide zijden van het spectrum is te veroordelen. Als politica uit de Franse overzeese gebieden en traditioneel mikpunt van racistische beledigingen, heeft Taubira uiteraard een heel andere geloofwaardigheid op deze ethische en “nieuwe” sociale kwesties. Politiek is incarnatie, zeker in een presidentsverkiezing. Wie kan Zemmour beter van antwoord dienen? Vraagt Pécresse er overigens net niet om ? Polarisatie tussen links en rechts heeft haar in de regionale verkiezingen een comfortabele overwinning bezorgd. Taubira kan op dit thema Macron overstemmen, wat in het voordeel van beide kandidaten (zowel links als klassiek-rechts) kan uitdraaien.

Kandidaat voor de eerste ronde, wellicht niet voor de tweede

Het lijkt absurd dat Taubira zou kunnen winnen. De rechtse opiniemaker en filosoof Luc Ferry stelde onlangs de vraag met wie Zemmour dacht eigenlijk Frankrijk te kunnen gaan regeren (‘Madame Boutin, Monsieur Poisson, et qui d’autre ? On ne gouverne pas la France comme ça, ce n’est pas sérieux‘). Taubira zou wellicht wel een ploeg rond zich kunnen verzamelen, maar de inhoudelijke chaos ter linkerzijde maakt haar bijzonder kwetsbaar in een debat over economie met Macron, Edouard Philippe of Le Maire.

Desondanks, als de verkiezingen erover gaan om te bewijzen dat een linkse opiniestroming nog bestaat, is een geprofileerd gevecht rond een dominant thema in de actualiteit wellicht te verkiezen boven wat Benoît Hamon overkwam in 2017. Ondanks de steun van Thomas Piketty voor een ambitieus economisch programma, gericht op hervormingen via Europa, verdronk de winnaar van de linkse primaires in de publieke debatten. Taubira heeft potentieel bij de jongeren, die momenteel nog het meest met hun rug naar de politiek staan. De studenten die geprotesteerd hebben tegen de veiligheidspolitiek van Macron zouden zich alvast aangesproken voelen. In 2002 werd Taubira met een lage score (rond de 2%) mee verantwoordelijk gesteld voor de uitschakeling van Lionel Jospin (PS) door Jean-Marie Le Pen. Destijds haalden de linkse kandidaten samen 41% van de uitgebrachte stemmen. Nu is het scenario volledig anders: hoezeer de andere kandidaten zich lijken te verweren, de publieke opinie lijkt er niet meer in te geloven.

Momenteel zit de presidentiële meerderheid -een beetje tegen de verwachtingen- in een comfortabele positie. Eric Zemmour werd door de belezen, welbespraakte en klassiek-burgerlijk respectabele minister van Financiën Bruno Le Maire in een lang debat op France 2 overtuigend door de mangel gehaald. De Franse economie trekt bijzonder sterk aan na de put van het eerste covid-jaar. Pécresse mag dan wel een goede kandidaten voor de “tweede ronde” zijn, ze vertrekt nog altijd van een lagere sokkel, waarbij ze tegelijk kiezers moet overtuigen van haar levensbeschouwelijk radicaal conservatisme én centrumkiezers moet geruststellen. Wie weet komt Taubira haar daarbij een handje helpen.

Partner Content