In het onherbergzame grensgebied tussen de Sahara en de Sahel vecht Frankrijk al acht jaar een ongemakkelijke oorlog uit met rebellen en jihadistische groepen van allerlei slag. In Frankrijk is de oorlog weinig populair en weinig andere landen staan te dringen om bij te springen. De rebellen en jihadisten willen regimes in landen zoals Mali en Niger omverwerpen, die zelf ook weinig legitimiteit hebben. Hun aanvallen kostten vorig jaar duizenden mensen het leven, en in een van de armste delen van de wereld zijn ruim twee m...

In het onherbergzame grensgebied tussen de Sahara en de Sahel vecht Frankrijk al acht jaar een ongemakkelijke oorlog uit met rebellen en jihadistische groepen van allerlei slag. In Frankrijk is de oorlog weinig populair en weinig andere landen staan te dringen om bij te springen. De rebellen en jihadisten willen regimes in landen zoals Mali en Niger omverwerpen, die zelf ook weinig legitimiteit hebben. Hun aanvallen kostten vorig jaar duizenden mensen het leven, en in een van de armste delen van de wereld zijn ruim twee miljoen mensen op de vlucht. Midden februari hield de Franse president Emmanuel Macron nog een top met de leiders van vijf Sahellanden - Tsjaad, Mauretanië, Mali, Burkina Faso en Niger. Hij had een duidelijke boodschap: het is niet de bedoeling dat Frankrijk eeuwig soldaten naar de regio blijft sturen. Alleen kunnen ze daar nu nog bijlange niet weg. De lokale legers kunnen niet zonder de hulp van de Franse soldaten, informatie van Amerikaanse inlichtingendiensten en westerse militaire training. Afgezien van de Franse troepen probeert trouwens ook een fors contingent VN-blauwhelmen om de rust te herstellen. Toch heeft de Malinese regering, bijvoorbeeld, buiten de grotere steden nauwelijks een voet aan de grond in het noorden en zelfs in het centrum van het land. Om zijn invloed in dat deel van voormalig Frans-Afrika te bewaren, speelde Frankrijk niet altijd de meest propere rol. Macron beseft ook dat de grootste inspanning - het bleek al in Somalië en Afghanistan - hoe dan ook van de landen zelf moet komen. Zij moeten het vertrouwen van hun bevolking terugwinnen. Zeker buiten de steden luistert die dikwijls liever naar de jihadisten. Regeringssoldaten waren vorig jaar verantwoordelijk voor meer doden dan de rebellen. Toch lijkt het er niet op dat de vaak corrupte regimes aandacht hebben voor, bijvoorbeeld, meer proper water, onderwijs of gezondheidszorg. Of nog maar voor de vanzelfsprekende vervolging van soldaten die zich misdragen. En er zijn zeker lokaal ook groepen waarmee te praten valt en waarmee afspraken kunnen worden gemaakt. Europese bondgenoten beloofden Frankrijk vorig jaar dat ze zouden helpen met gevechtstroepen, maar veel komt daar alsnog niet van terecht - België participeert via de VN of anderszins met missies in Mali en Niger. Het is ook geen optie om Frankrijk alleen te laten sukkelen. Als de zo al weinig stabiele regimes in de regio helemaal instorten, wankelt heel West-Afrika. De Sahel is dan wel ver van ons bed, maar dat willen we toch ook niet beleven.