Vijf jaar geleden stierf de Tunesiër Mohammed Bouazizi aan de gevolgen van zijn persoonlijke, maar zeer politiek geworden wanhoopsdaad. Wat is op vandaag de erfenis van de man die de Arabische revoluties in gang zette? Knack.be zoekt het uit in vijf afleveringen.
...

'Er zijn niet veel lichtpuntjes in de Arabische Revolutie en als ze al een begraafplaats heeft, dan ligt die in Syrië.' Aan het woord is arabist Chams Eddine Zaougui. Hij volgt de Syrische burgeroorlog op de voet en werkt aan een boek over Arabische dictaturen. Wat hij daarmee bedoelt, is dat het in Syrië hopeloos fout is gegaan. De opstand, aangestoken door de gebeurtenissen in Tunesië, begon er in maart 2011 vreedzaam maar sloeg snel om in rauwe volkswoede na de brutale reactie van het regime van president Bashar al-Assad. Het vervolg is bekend: een gruwelijke burgeroorlog die bijna vijf jaar later nog almaar erger wordt en waarvan het einde nog lang niet in zicht lijkt. De staat Syrië die wij kenden, is nog een rompstaat, uiteengevallen in verschillende delen. Die staan ofwel onder controle van het Assadregime, jihadisten zoals de IS, (gematigde) rebellengroepen of de Koerden. Meer dan 250.000 mensen lieten al het leven en ongeveer de helft van de bevolking, circa 10 miljoen mensen, is op de vlucht.Het is bijzonder cynisch, zegt Zaougui. 'Vóór de revolutie werd Syrië steeds populairder bij toeristen omdat het - aldus het voorwoord van een Lonely Planet-reisgids die ik nog liggen heb - 'er in tegenstelling tot andere Arabische landen relatief stabiel is'. En zie nu.'De kettingreactie na de zelfverbranding van een simpele groente- en fruitverkoper in Tunesië, Mohammed Bouazizi, heeft dictators als Zine El Abidine Ben Ali (Tunesië), Muammar Khaddaffi (Libië), Hosni Mubarak (Egypte), Ali Abdullah Saleh (Jemen) na decennia van ijzeren bewind ten val gebracht, maar Syrië bleek een ander paar mouwen.Zaougui legt uit: 'Van alle Arabische dictaturen waren die van Khaddaffi en Assad de meest repressieve. In Libië is het dankzij de steun van een westerse coalitie snel gegaan, ook omdat Khaddaffi weinig vrienden had. In Syrië was het protest vreedzaam begonnen, maar is het snel geradicaliseerd door de meedogenloze aanpak van Assad, daarin gesteund door Iran en Hezbollah.'Volgens Zaougui leefde in het begin van de opstand weinig hoop op een aftreden van Assad, maar wilden de betogers in de eerste plaats geloofwaardige hervormingen, meer ademruimte en een betere levenskwaliteit. 'Net zoals in andere Arabische dictaturen misbruikt in Syrië het regime de staat om zichzelf te verrijken en om aan de macht te blijven. Het leger en de veiligheidsdiensten zijn er vooral om de mensen onder de duim houden. Terwijl de steenrijke entourage van Assad grote delen van de industrie controleerde, leefden miljoenen mensen onder het juk van de dictatuur.'Zaougui ziet echter een belangrijk verschil met pakweg Tunesië en Egypte: het sektarische karakter van het land. 'Syrië is historisch zeer verdeeld. Er leven verschillende gemeenschappen samen - druzen, alawieten, christenen, Koerden, soennieten - die tegen elkaar worden opgezet. Die verdeeldheid maakt het enerzijds moeilijk om te besturen, maar anderzijds makkelijk om mensen uit te buiten. Het bekende verdeel-en-heersprincipe.''Een en ander maakt dat je als burger enkel mensen van je eigen 'groep' vertrouwt, hetgeen spanningen creëert. De Syriërs vechten dan ook niet alleen tegen de dictatuur op zich maar ook tegen de gevolgen ervan, namelijk dat mensen steeds terugplooien op die sektarische structuren.'De oorlog in Syrië blies ook wind in de zeilen van de Islamitische Staat (IS), die al actief was in Irak. De barbaarse terreurgroepering komt uit de schoot van Al-Qaeda in Irak. Zaougui: 'De gebeurtenissen in 2011 hebben de jihadisten extra zuurstof gegeven. Ook in Irak waren er protesten en verkoos het regime in Bagdad om hardhandig op te treden. Verbitterd omdat ze geen eerlijke kansen kregen, vielen soennitische stammen makkelijk voor de IS, van wie ze wel jobs kregen. Naast de deur ontspon zich bovendien tegelijkertijd een burgeroorlog met complete chaos. Syrië is een cruciale factor, niet voor het ontstaan maar voor de groei en het succes van de Islamitische Staat.'De wortels van de IS liggen echter veel dieper, in het Irak van rond de eeuwwisseling. Onder Saddam Hoessein werden de meeste topposities bekleed door de soennieten, nochtans een minderheid in Irak. Na de inval van de Amerikanen onder toenmalig president George W. Bush in 2003 werden de rollen echter omgedraaid. De kaderleden van de regerende Baathpartij van Saddam werden door de Amerikanen uitgesloten van politiek bestuur en er kwam een door Washington gesteunde, overwegend sjiitische regering op de been onder leiding van premier Nouri al-Maliki. Die liet de soennieten links liggen.Cynisch, herhaalt Zaougui. 'Veel soennitische groeperingen die de Amerikanen hadden geholpen om Al-Qaeda in Irak te verdrijven, hebben zich er later bij aangesloten. Ze voelden zich verraden door enerzijds de Iraakse regering en anderzijds de Amerikaanse president Barack Obama die zijn vertrouwen in Maliki uitsprak en zo snel mogelijk weg wilde uit Irak. De wortels van de jihadisten zaten er nog, de scheuten zijn snel terug gegroeid.'Het einde van de tunnel lijkt nog in de verste verte niet in zicht. Intussen zijn er drie coalities militair actief in Syrië/Irak: de door de VS geleide westerse coalitie tegen IS waar sinds eind vorig jaar ook het Verenigd Koninkrijk en Duitsland aan deelnemen, de coalitie Rusland/Iran/Hezbollah die Assad steunt - 'maar ook niet naar één stem luistert', aldus Zaougui - en de nieuwe islamitische (soenitische) coalitie onder leiding van Saudi-Arabië.'Er zijn zoveel coalities dat ze elkaar voor de voeten lopen, want er is geen coördinatie,' zegt Zaougui. 'Ze hebben geen andere strategie dan gewoon bombarderen.'Het pleit volgens Zaougui ook voor de IS dat de groepering voorlopig weinig tekenen van verzwakking geeft - denk aan de recente opgeëiste aanslagen in Parijs, Beiroet en het Sinaïschiereiland, al werd de strategische belangrijke stad Ramadi onlangs heroverd door het Iraakse leger. Zaougui: 'Ze hebben nog altijd grote steden zoals Mosul in Irak in handen en zetten nog altijd grote militaire acties op touw. Dat ze dat kunnen ondanks het massale overwicht aan tegenstanders, is goede propaganda.'Bovendien worden de gevolgen voor de bevolking al te vaak over het hoofd gezien, zegt hij. 'Als je olieraffinaderijen treft, tref je de lokale economie en drijf je mensen die een inkomen zoeken in de armen van de IS. Mits een goede aanpak van de militaire actie tegen IS - als er al goede manieren zijn om een oorlog te voeren - ben ik voor, maar dat is niet wat we nu aan het doen zijn'.Om te besluiten met een lichtpuntje: in december jl. nam de VN-Veiligheidsraad unaniem een resolutie aan voor een ambitieus vredesplan voor Syrië - toch al heel wat gezien het vetorecht van de VS en Rusland. Begin deze maand zouden onderhandelingen starten tussen overheid en oppositie, gesteund door een staakt-het-vuren. Binnen de zes maanden wil men tot een overgangsregering komen en binnen de achttien maanden moeten er verkiezingen komen. Over de rol voor president Assad, die de steun van de Russische president Vladimir Poetin heeft, blijft echter onenigheid bestaan. Al zijn er ook daar opmerkelijke verschuivingen: waar voor Washington eerder alleen een vertrek van Assad bespreekbaar was, liet minister van Buitenlandse Zaken John Kerry optekenen dat voor de strijd tegen de IS 'meningsverschillen moeten worden overstegen.' Het ziet er met andere woorden steeds meer naar uit dat, in tegenstelling tot Ben Ali, Khaddaffi en Mubarak, Assad in het zadel zal kunnen blijven zitten.