Van The New York Times over Le Monde tot de Duitse, Spaanse en Nederlandse kwaliteitspers: aan het overlijden van Hans Küng (19 maart 1928 - 6 april 2021) werd wereldwijd aandacht geschonken. De verzamelde Vlaamse krantenlezers moesten het stellen met één artikel in De Standaard. Het was een overgenomen stuk uit de Nederlandse NRC.
...

Van The New York Times over Le Monde tot de Duitse, Spaanse en Nederlandse kwaliteitspers: aan het overlijden van Hans Küng (19 maart 1928 - 6 april 2021) werd wereldwijd aandacht geschonken. De verzamelde Vlaamse krantenlezers moesten het stellen met één artikel in De Standaard. Het was een overgenomen stuk uit de Nederlandse NRC. Nochtans was Hans Küng in de tweede helft van vorige eeuw een van 's werelds leidende intellectuelen en belangrijkste opiniemakers, en werden een groot aantal van zijn boeken in het Nederlands vertaald. In een tweet stoorde oud-rector van de KU Leuven en kerkjurist Rik Torfs zich aan dat stilzwijgen. Als er geen schandaal aan kleeft, is godsdienst volstrekt oninteressant geworden in dit land. Het leven van theoloog Hans Küng is meer dan boeiend genoeg voor een overlijdensbericht. Met zijn markante kop en uitdagende stellingen was de Zwitser, die vooral in Duitsland actief was, van de jaren zestig tot ver in de jaren tachtig een soort rockfiguur. Küng verscheen op radio en tv, trok bomvolle zalen en verkocht honderdduizenden boeken. Alleen al van Christ sein (1974) gingen er in Duitsland 200.000 exemplaren over de toonbank. Vaak werd Küng in één adem genoemd met zijn oudere tijdgenoot Edward Schillebeeckx, een Vlaamse dominicaan die in Nijmegen doceerde. 'Küng en Schillebeeckx waren als The Rolling Stones en The Beatles: tijdgenoten en trendsetters, en tegelijk helemaal anders, en elk ook met eigen fans', zegt kerkjurist Rik Torfs: 'Schillebeeckx was de gespecialiseerde theoloog, die zich in zijn onderzoek en boeken als Jezus, het verhaal van een levende op God en Christus richtte. Küng was de brede filosoof, die zijn pijlen richtte op het geloof, de kerk en hun omgang met de wereld en de mensen.' Küng en Schillebeeckx waren bekend geworden in de periode van het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965). Daar waren ze beiden aanwezig als peritus, een soort parlementaire medewerkers van een bisschop. Een aantal periti oefenden méér invloed uit op de publieke opinie en vervolgens ook bij de echte besprekingen dan de meeste bisschoppen en kardinalen. Zo had Küng twee jaar voor het Concilie een invloedrijk boek geschreven dat meteen in het Engels was vertaald (' The Council: Reform and Reunion') en wereldwijd gelezen werd. De stellingen die hij daarin verkondigde, werden later in grote lijnen overgenomen door het Concilie. Dat leidde tot groeiende irritatie van de tot dan toe almachtige Vaticaanse Curie. Hoe bekender theologen als Küng en Schillebeeckx werden, hoe grimmiger de tegenstand tegen hun stellingen werd in het Vaticaan, hoe rauwer de aversie ook tegen hun persoon. Meer nog dan Schillebeeckx, was Küng aartsvijand nummer één. Schillebeeckx' theologische onderwerpen, zoals de christologie, waren te academisch om de grote massa's te beroeren. Toen Küng daarentegen in 1970 zijn boek Unfehlbahr? uitbracht, wist iedereen al aan de titel dat de auteur de onfeilbaarheid van de paus ter discussie stelde. Küng zou altijd zeer duidelijk en uitgesproken zijn. De titels van een aantal van zijn boeken - ' Bestaat God?' 'Is de kerk nog te redden?' ' Christendom als minderheid' - lezen als een opeenvolging van Bijbelse waarschuwingen waarom het zo fout aan het lopen is met de katholieke kerk. Overigens was Küng ook scherp voor katholieken die kritisch stonden tegenover het Vaticaan. Hij was een fellowtraveller van de Zuid-Amerikaanse bevrijdingstheologie en hun marxistische kritiek op de economische en kerkelijke machtsstructuren. Maar tegelijk maande hij linkse katholieken aan om even kritisch te blijven tegenover de politieke cultuur en de economische realiteit van het Oostblok en andere communistische regimes. Het belette het Vaticaan niet om Schillebeeckx en Küng de duimschroeven aan te draaien. Tegen beide theologen werd een onderzoek opgestart door de Congregatie voor de Geloofsleer. Uiteindelijk werd Schillebeeckx niet en Küng wél veroordeeld. Schillebeeckx was voorzichtiger en bleef de steun genieten van de leiding van de machtige orde der dominicanen. De eigengereide en onstuimige Küng werd niet gesteund door de Duitse bisschoppen. Dat gebeurde in een nieuw, erg conservatief klimaat dat er al snel kwam nadat de Poolse kardinaal Karol Wojtyla in 1978 verkozen was tot paus Johannes Paulus II. Küng werd persona non grata. In zijn memoires vertelt Küng dat hij pas nadien ontdekte dat de Poolse bisschoppen al in de jaren zestig hadden beslist dat geen van zijn boeken in het Pools mocht worden vertaald. Het ging om een existentieel onbegrip tussen een aantal theologen die werkten en publiceerden vanuit een vrije westerse cultuur en voor een geëmancipeerd publiek, en een uitgesproken Oost-Europese bestuursstijl die vond dat het christelijk Europa vooral behoudsgezind en conservatief moest zijn, en gezagsgetrouw. In die mate was het conflict dat het Vaticaan onder Johannes Paulus II met allerlei progressieve en liberale theologen uitvocht, een voorbode van de politiek-culturele breuk die vandaag de Europese Unie verdeelt, waarbij westelijk Europa met grote verbazing vaststelt dat lidstaten als Hongarije en Polen een totaal andere kijk hebben op begrippen als democratie, oppositie en rechtvaardigheid. Behalve Küng werd ook een hele rij linkse bevrijdingstheologen veroordeeld en geschorst. Terwijl de Braziliaan Leonardo Boff na de zoveelste aanvaring met het Vaticaan de kerk de rug toekeerde, bleef Küng een katholiek priester. Daardoor kon Rome hem niet negeren. Tot op hoge leeftijd bleef Küng spreken en schrijven. Zo was hij de auteur van een driedelige autobiografie. Torfs: 'Bescheiden is Küng nooit geweest. Anders had hij ook nooit zo lang en zo consequent zijn stem laten horen.' Ook de laatste jaren hield hij zich nog altijd bezig met thema's die ertoe doen. Küng waarschuwde al vroeg tegen het kindermisbruik in de kerk en was vlijmscherp voor het volstrekt inadequate optreden door Rome daartegen. In Glücklich sterben? (2014) pleitte hij ervoor dat mensen het recht hebben om hun leven te beëindigen. Hij ontwikkelde het begrip Weltethos of 'wereldethiek' en richtte een gelijknamige Weltethos-stichting en -instituut op om een wereldwijde dialoog te helpen opstarten tussen 'de wereldgodsdiensten'. Küng meende dat de religies een gedeelde kern hebben van waarden en opvattingen over mens en maatschappij. Torfs: 'Küng vond dat je de gesprekken en zelfs onderhandelingen over de belangrijke thema's van deze tijd niet kunt overlaten aan politici alleen: dan komt er nooit een betere wereld van.' De afwezigheid van vaderlandse aandacht voor het overlijden van een belangrijk figuur als Hans Küng illustreert de verregaande secularisatie van het ooit zo katholieke Vlaanderen. Rik Torfs betreurt dat: 'Anders dan in de VS, maar ook dan in buurlanden als Duitsland, Frankrijk of Nederland is religie bij ons bijna irrelevant geworden. Dat is toch een verschraling van het maatschappelijke debat?'