Volgende week maandag buigen de Europese ministers van Transport zich over de kwestie. Het minste dat kan worden gezegd, is dat de overgang naar een permanente zomertijd of een permanente wintertijd de gemoederen beroert. In België pleit premier Charles Michel alvast voor een publieke raadpleging.

Een werkdocument van het Oostenrijkse voorzitterschap van de Raad toont aan dat de lidstaten verdeeld zijn over de kwestie. Sommigen steunen het Commissievoorstel, anderen zijn weigerachtig, vooral omdat ze het niet bewezen achten dat de maatregel meer voordelen met zich meebrengt dan het vasthouden aan de omschakeling. Verschillende landen willen daarom dat de Commissie een gedetailleerde impactstudie maakt.

De Commissie heeft de lidstaten en het Europees Parlement opgeroepen om voor het einde van het jaar een politiek akkoord te bereiken. Op 31 maart 2019 zou dan voor het laatst collectief op de zomertijd worden overgeschakeld, waarna elke lidstaat moet meedelen of hij voor de permanente zomer- of wintertijd kiest.

Oostenrijk stelt als compromis voor om de inwerkingtreding van de maatregel hoe dan ook met twee jaar uit te stellen, tot 1 april 2021. 'De meeste landen vinden de voorgestelde datum van 1 april 2019 'te ambitieus', luidt het.

Lees ook: