Artsen in de zuidelijke en conservatieve staat Alabama riskeerden een gevangenisstraf van 10 tot 99 jaar voor het uitvoeren van een abortus. De enige uitzondering voor abortus die de wet toeliet, was in het geval dat het leven van de moeder in gevaar zou zijn of de foetus doodgeboren zou worden.

Volgens rechter Myron H. Thompson is de wet 'duidelijk in strijd met het Hooggerechtshof en de grondwet'. Sinds 1973 maakte een uitspraak van het Hooggerechtshof abortus legaal in de Verenigde Staten.

Het wetsontwerp werd in mei aangenomen door de gouverneur van Alabama, nadat het werd goedgekeurd door het Huis van Afgevaardigden en de senaat van de staat. De ngo voor burgerlijke vrijheden ACLU en de gezondheidsvereniging voor vrouwen Planned Parenthood hadden de zaak voor de rechtbank gebracht.

Op de website van ACLU sprak de CEO van Planned Parenthood Southeast van een 'overwinning voor het hele land'. Eerder konden de verenigingen al andere abortuswetten zien te blokkeren in Georgia, Missouri, Arkansas, Kentucky, Ohio en Utah. Abortus bleef aldus legaal in alle vijftig Amerikaanse staten. 'Politici, luister goed: We hebben een grondwettelijk recht op abortus. Als jullie dat proberen te verbieden, zien we jullie voor de rechtbank', schreven ze op Twitter.

Maar anti-abortusactivisten zijn niet per se ontevreden met de uitspraak: ze hopen dat de zaak in hoger beroep gaat en uiteindelijk bij het Hooggerechtshof terecht komt. Daar is inmiddels een meerderheid van de rechters tegen het federale recht op abortus. Door zaken als die van Alabama door te procederen hopen anti-abortusactivisten de uitspraak Roe v Wade uit 1973 ongedaan te krijgen, waarmee het federale recht op abortus zou vervallen.