Het gaat om nummers van allerlei stijlen: jazz, R&B, soul, pop, rock, reggae, disco, country. Voor elke generatie, van 1940 tot vandaag: Duke Ellington, The Carpenters, Sheryl Crow, Bob Marley, Evanescence, Kelly Clarkson, John Denver of Avril Lavigne.
...

Het gaat om nummers van allerlei stijlen: jazz, R&B, soul, pop, rock, reggae, disco, country. Voor elke generatie, van 1940 tot vandaag: Duke Ellington, The Carpenters, Sheryl Crow, Bob Marley, Evanescence, Kelly Clarkson, John Denver of Avril Lavigne.Maar waarom zitten al die nummers in een offshorebedrijf dat in Jersey gevestigd is, een notoir belastingparadijs?Het verhaal gaat van start in september 2006. Het bedrijf First State Media begint dan liedjes over te kopen. Meer bepaald de auteursrechten op die nummers. Tot 2010 stapelen de investeringen zich zeer snel op. Met onder meer een cheque van 14 miljoen dollar voor Sheryl Crow, de ex-vriendin van Lance Armstrong, voor de aankoop van 153 liedjes geschreven tussen 1993 en 2008. All I wanna do is have some fun, zong Sheryl Crow in 1999. Met 14 miljoen euro op zak kan dat niet zo moeilijk zijn.'Je moet dat zien als een vorm van investering', zegt Christophe Depreter, de ceo van Sabam (de Belgische Vereniging van Auteurs, Componisten en Uitgevers). 'De koper verwerft een liedjescatalogus, wetende dat hij elk jaar auteursrechten op zijn investering zal innen.' De songwriter ziet af van zijn kip met gouden eieren, maar strijkt onmiddellijk een jackpot op. In feite zijn auteursrechten dus een financieel product als een ander geworden.FS Media stelde dus een uitgebreide catalogus auteursrechten samen. 'Eén van de meest uitgebreide die er bestaan', verzekert het bedrijf. Maar omdat een lied zelden het werk is van één persoon, gebeurt het maar zelden dat FS Media beschikt over de volledige rechten op een lied. Meestal draait dat rond de 50 procent.Eén van de documenten in het lek van de Paradise Papers, die Süddeutsche Zeitung deelde met het Internationaal Consortium van Onderzoeksjournalisten (ICIJ), laat toe om de inkomsten van de catalogus tussen 2009 en 2012 te berekenen. Gemiddeld brachten de rechten van de 26.000 titels 4,6 miljoen dollar per jaar op. Tot de meest lucratieve nummers behoren Disco Inferno van The Trammps, Take me home, country roads van John Denver en My immortal van de groep Evanescence.Elke keer u die nummers beluistert op Youtube of Deezer, elke keer ze op de radio gespeeld worden of opgevoerd tijdens een concert, belandt een deel van de rechten dus uiteindelijk in Jersey, bij het bedrijf FS Media Holding Co (Jersey) Ltd. De reden om een beroep te doen op een offshore bedrijf is hier uiteraard zuiver fiscaal. 'Met de huidige structuur, is er geen enkele belasting verschuldigd', stelt trouwens een KMPG-consultant in een interne nota die uitlekte. Noch in de Verenigde Staten, noch in het Verenigd Koninkrijk, noch in Jersey. Nergens.Achter het bedrijf in Jersey bevinden zich 'verschillende financiële instellingen' waaronder 'pensioenfondsen uit Noord-Amerika, Europa en Australië'.Ironie van het lot: de catalogus bracht niet zoveel op als verwacht. Dat komt onder meer door de brutale val van de inkomsten uit de rechten op Sheryl Crows muziek (-24%). In 2013 beslissen de partners dan ook om de catalogus met 26.000 titels van de hand te doen. Het Amerikaanse bedrijf Reservoir Media Management, geregistreerd in Delaware, greep haar kans. De zelfstandige uitgever kocht het pakket over voor het bescheiden bedrag van 28 miljoen dollar. Daar eindigt het spoor in de Paradise Papers. FS media en Reservoir Media Management wensten niet te reageren.