Volgens het rapport hebben de constante aanvallen ziekenhuizen veranderd in no-go-zones waar Syrische burgers voor hun leven moeten vrezen. Van de 237 mensen die werden bevraagd, zegt meer dan 60 procent persoonlijk getroffen te zijn. Een derde heeft zelf een aanval meegemaakt in een gezondheidscentrum, 24 procent kon door een aanval geen medische behandeling krijgen, en 24 procent werd door een aanslag gedwongen hun huizen te ontvluchten.

'Ik had een vriendin die voor behandeling naar het ziekenhuis wilde en haar kinderen meenam', vertelt Muna, een psychosociale dienstverlener in het rapport. 'Toen werd het ziekenhuis gebombardeerd en werd mijn vriendin gedood, samen met een van haar kinderen. Ze was zwanger. De aanval leidde ook tot de volledige vernieling van de neonatale intensive care. De couveuses werden vernietigd, zelfs de kinderen in de couveuses.'

Zorgpersoneel

'Mijn huis is gebombardeerd terwijl ik zwanger was', zegt Laya uit Aleppo. 'Ik leed aan ernstige bloedingen en verloor mijn eerste kind. Ik kon niet naar de kliniek omdat ik bang was voor het bombardement.'

Enquêtes onder gezondheidswerkers tonen ook de extreme risico's die ze moeten nemen om zorg te blijven bieden. Bijna 7 op 10 zorgverleners maakte zelf een aanval op een gezondheidscentrum mee, 81 procent heeft collega's of patiënten die bij de aanvallen werden gewond of gedood.

Het opzettelijk viseren van de gezondheidszorg doet het zorgpersoneel vrezen voor hun eigen leven en dat van hun gezin. Naar schatting 70 procent van de artsen heeft het land verlaten, waardoor er slechts één Syrische arts per tienduizend burgers overblijft.

Systematisch

Ondanks de bescherming die ziekenhuizen en gezondheidswerkers genieten onder het internationaal humanitair recht, heeft de ngo Physicians for Human Rights in tien jaar 595 aanvallen op de gezondheidszorg in Syrië gedocumenteerd.

Meer dan de helft van de Syrische ziekenhuizen functioneert daardoor niet volledig en door de aanvallen is het land 'hopeloos onvoorbereid om de 12 miljoen Syriërs te ondersteunen die nu medische hulp nodig hebben, laat staan ??om de gevolgen het hoofd te bieden van een pandemie die zelfs de meest geavanceerde zorgsystemen lamlegt', stelt het rapport.

Restricties aan de grens voor humanitaire hulp belemmeren de respons nog verder.

Norm of uitzondering

'Syrië is het schoolvoorbeeld geworden voor de 'Age of Impunity' waar de oorlogsregels worden genegeerd en aanvallen op gezondheidszorg in strijd met het internationaal recht blijven doorgaan zonder gevolgen', zegt David Miliband, voorzitter van de IRC.

'Covidgevallen zijn in de afgelopen drie maanden verdrievoudigd. Aanvallen op de gezondheidszorg hebben het vermogen om op de pandemie te reageren ernstig in gevaar gebracht. Ondanks groeiend bewijs en internationale erkenning van de wijdverbreide - en soms opzettelijke - aard van deze aanvallen, heeft de internationale gemeenschap geen actie ondernomen om de verantwoordelijken ter verantwoording te roepen.'

'De internationale gemeenschap heeft een keuze', zegt Miliband. 'Ze kan collectieve inspanningen stimuleren en ervoor zorgen dat Syriërs toegang blijven houden tot de hulp die ze nodig hebben, inclusief toestemming voor grensoverschrijdende hulp van de VN in Syrië en maatregelen tegen degenen die verantwoordelijk zijn voor aanvallen op de gezondheidszorg. Of ze kan toekijken hoe Syrië de blauwdruk wordt voor toekomstige oorlogen, waarin de wetteloosheid en wreedheid van het afgelopen decennium de norm worden, en niet langer de uitzondering.'

Volgens het rapport hebben de constante aanvallen ziekenhuizen veranderd in no-go-zones waar Syrische burgers voor hun leven moeten vrezen. Van de 237 mensen die werden bevraagd, zegt meer dan 60 procent persoonlijk getroffen te zijn. Een derde heeft zelf een aanval meegemaakt in een gezondheidscentrum, 24 procent kon door een aanval geen medische behandeling krijgen, en 24 procent werd door een aanslag gedwongen hun huizen te ontvluchten.'Ik had een vriendin die voor behandeling naar het ziekenhuis wilde en haar kinderen meenam', vertelt Muna, een psychosociale dienstverlener in het rapport. 'Toen werd het ziekenhuis gebombardeerd en werd mijn vriendin gedood, samen met een van haar kinderen. Ze was zwanger. De aanval leidde ook tot de volledige vernieling van de neonatale intensive care. De couveuses werden vernietigd, zelfs de kinderen in de couveuses.''Mijn huis is gebombardeerd terwijl ik zwanger was', zegt Laya uit Aleppo. 'Ik leed aan ernstige bloedingen en verloor mijn eerste kind. Ik kon niet naar de kliniek omdat ik bang was voor het bombardement.'Enquêtes onder gezondheidswerkers tonen ook de extreme risico's die ze moeten nemen om zorg te blijven bieden. Bijna 7 op 10 zorgverleners maakte zelf een aanval op een gezondheidscentrum mee, 81 procent heeft collega's of patiënten die bij de aanvallen werden gewond of gedood.Het opzettelijk viseren van de gezondheidszorg doet het zorgpersoneel vrezen voor hun eigen leven en dat van hun gezin. Naar schatting 70 procent van de artsen heeft het land verlaten, waardoor er slechts één Syrische arts per tienduizend burgers overblijft.Ondanks de bescherming die ziekenhuizen en gezondheidswerkers genieten onder het internationaal humanitair recht, heeft de ngo Physicians for Human Rights in tien jaar 595 aanvallen op de gezondheidszorg in Syrië gedocumenteerd.Meer dan de helft van de Syrische ziekenhuizen functioneert daardoor niet volledig en door de aanvallen is het land 'hopeloos onvoorbereid om de 12 miljoen Syriërs te ondersteunen die nu medische hulp nodig hebben, laat staan ??om de gevolgen het hoofd te bieden van een pandemie die zelfs de meest geavanceerde zorgsystemen lamlegt', stelt het rapport.Restricties aan de grens voor humanitaire hulp belemmeren de respons nog verder.'Syrië is het schoolvoorbeeld geworden voor de 'Age of Impunity' waar de oorlogsregels worden genegeerd en aanvallen op gezondheidszorg in strijd met het internationaal recht blijven doorgaan zonder gevolgen', zegt David Miliband, voorzitter van de IRC.'Covidgevallen zijn in de afgelopen drie maanden verdrievoudigd. Aanvallen op de gezondheidszorg hebben het vermogen om op de pandemie te reageren ernstig in gevaar gebracht. Ondanks groeiend bewijs en internationale erkenning van de wijdverbreide - en soms opzettelijke - aard van deze aanvallen, heeft de internationale gemeenschap geen actie ondernomen om de verantwoordelijken ter verantwoording te roepen.''De internationale gemeenschap heeft een keuze', zegt Miliband. 'Ze kan collectieve inspanningen stimuleren en ervoor zorgen dat Syriërs toegang blijven houden tot de hulp die ze nodig hebben, inclusief toestemming voor grensoverschrijdende hulp van de VN in Syrië en maatregelen tegen degenen die verantwoordelijk zijn voor aanvallen op de gezondheidszorg. Of ze kan toekijken hoe Syrië de blauwdruk wordt voor toekomstige oorlogen, waarin de wetteloosheid en wreedheid van het afgelopen decennium de norm worden, en niet langer de uitzondering.'