‘We hebben niet te veel politiek en politici, maar te weinig’

In zijn eerste column als secretaris van de nieuwe partij Vista, die in 2024 voor het eerst naar de Vlaamse kiezer trekt, breekt Hendrik Wallijn een lans voor ‘opwaarts bestuur’ om de kloof tussen burger en politiek te dichten.

Een eerste column schrijven is niet makkelijk. De verleiding is er om te schrijven wat goed klinkt, niet wat belangrijk is. Geen nieuwjaarsbrief dus, al begin ik graag met iedereen een liefdevol en gezond 2022 toe te wensen.

Ik wil mijn voornaamste drijfveer uitleggen voor de lancering van ‘Vista’, de nieuwe progressief regionalistische partij, begin vorige maand. Verantwoorden waarom volgens mij een nieuwe partij het beste antwoord is op de huidige politieke én maatschappelijke verwarring.

Wat is onze analyse? Ons land is steeds moeilijker bestuurbaar. Er zijn veel wantoestanden in het uitoefenen van kerntaken. De oorzaak daarvan is echter niet te veel politiek. De oorzaak is te weinig politiek. Politiek bedreven door politici die verkozen, aanspreekbaar en aansprakelijk zijn.

Het is tegenwoordig modieus om politici zakkenvullers te noemen. Zakkenvullers als ze zetelen in raden van bestuur. Zakkenvullers als ze een maatschappelijk netwerk hebben. Zakkenvullers als ze niet braaf elke week op hun pluche stoeltje zitten om de applausmachine te bedienen.

We hebben niet te veel politiek en politici, maar te weinig.

Dat wordt in de hand gewerkt door media die vaak een soort overspannen verlengde zijn van de particratie. Elke gewetensvolle vraag, bedenking of protest door een volksvertegenwoordiger wordt afgestraft als ‘inconsequent’, ‘verdeeld’, ‘deloyaal’. Kijken we maar naar de storm die opstak toen enkele politici terécht de – ondertussen geschorste – regeringsbeslissing (lees: particratiebeslissing) om de cultuursector te sluiten, in vraag stelden.

In plaats van te duiden en uit te leggen, wordt alles herleid tot ‘voor’ of ’tegen’. Sommige politicologen doen hier aan mee – hun analyses klinken er zoveel helderder door. Een centraal aangestuurd machtsverhaal met schakende grootmeesters in partijhoofdkwartieren, de politicologen zelf als intimi op de eerste rij. Wit en zwart, verraad en verzoening: een stationsroman heeft er niets aan. Waar is de nuance, de twijfel, het maatschappelijke vraagstuk?

De oorsprong van deze evolutie werd recent nog eens mooi in herinnering gebracht in een column van Mia Doornaert: om succesvol te zijn moet een nieuwsmedium vandaag niet meer nuanceren, duiden of in een breder kader plaatsen. Om succesvol te zijn moet je polariseren. Simpel maken en dan uitvergroten. Dit leidt tot meer lezers. Meer lezers is meer geld. En geld is meestal al wat telt.

Ere wie ere toekomt, niet elke journalist is in dat bedje ziek. Er zijn tegendraadse journalisten die hier tegenin gaan. Ze blijven jammer genoeg de uitzondering die de regel bevestigt. De polarisering door sociale media – die nu heel vaak als schuldige aangewezen worden – is niet meer dan het nieuwste hoofdstuk in een evolutie die al zeer lang bezig is.

Ooit was de verwachting die gesteld werd aan een volksvertegenwoordiger heel anders. Met dank aan de zuilen was er zijdelingse instroom van mensen met eer en aanzien, normen en waarden in onze parlementen. Deze mensen waren het gewoon om brede maatschappelijke taken te vervullen en kenden de rol van een politicus. De politicus moet binnen de gegeven opties en mogelijkheden in eer en geweten de keuze maken voor wat maatschappelijk het meest correct en verdedigbaar is. Deze mensen hadden aanzien, geloofwaardigheid en netwerk lang voor ze op een lijst terechtkwamen. Onmogelijk dat toen het dictaat van een voorzitter boven hun eigen normen en waarden geplaatst werd. Ze lieten nog liever de regering vallen. Als minister hielden ze de eer aan zichzelf bij falen onder hun toezicht. Helden waren het. Die tijden zijn voorbij.

Vandaag worden de lijsten ingevuld door de partijtop op basis van slaafse gehoorzaamheid. Normen en waarden hebben hier geen plaats meer – anders dan: ‘De baas heeft altijd gelijk’. Deze evolutie is niet overnacht gebeurd. Aanpassing na aanpassing is het evenwicht verschoven. De zuilen zijn niet meer. De kieskringen zijn veel ruimer gemaakt (provincie), dus de vertegenwoordigers verder af en onbekend. Met minder naamstemmen worden de lijststemmen doorslaggevend. Nobele onbekenden worden bedankt met pluche omdat ze hun plaats kennen. Elke partij heeft enkele vedetten en vele goed betaalde supporters die mogen juichen en jouwen op commando.

Ook voor geld hoeft men niet meer bij de kiezer langs: eens in de zoveel jaar het luidste roepen en het meeste ongenoegen kanaliseren is genoeg voor een ‘win for life’. Niet enkel voor de partijen geldt dit: In tegenstelling tot vroeger kunnen veel van de huidige parlementsleden niet evenveel of meer verdienen in ‘de privé’. Dit is de job van hun leven. Hun lot afhankelijk van de plaats op de lijst.

Verder heeft men met hoge (kies)drempels en financiële zelfbediening het opkomen van nieuwe partijen quasi onmogelijk gemaakt. Dat zit zo: een partij krijgt een dotatie per stem. Haal je echter de kiesdrempel niet, dan ben je geen partij. Al de middelen die een nieuwe partij zou moeten krijgen om het nog eens te proberen komen zo toe aan de zetelende partijen.

Enkel door ‘opwaarts bestuur’ te installeren, zullen we de kloof tussen burger en politiek dichten.

De som van al deze evoluties heeft ons gebracht waar we vandaag zijn: met een leger aan politici zonder draagvlak, leenheren van het oppermachtig partijbestuur. Het gebrek aan moraliteit en aansprakelijkheid op dit zo belangrijke niveau is de oorzaak van de malaise waarin we ons vandaag bevinden. En het sijpelt door naar alle geledingen van onze maatschappij. Denk aan de vele wantoestanden in vzw’s waar de zetelende politici wel degelijk zakkenvullers zijn: van een echte controle- of bestuurstaak blijkt geen sprake meer. We betalen nog steeds heel veel voor honderden mensen die het verschil zouden moeten maken. Slechts enkelen daarvan mogen dit nog doen. Alle anderen zijn de best betaalde beroepsknopdrukkers van het land, niet verondersteld of capabel om echt de rol van vertegenwoordiger des volks op te nemen.

We hebben niet te veel politiek en politici, maar te weinig. We hebben te weinig echte politici met de handen vrij om hun maatschappelijke taak ten volle op te nemen.

Ik besef dat ik heel wat oprechte politici die wél hun taak in eer en geweten vervullen tegen de haren instrijk. Dat is niet de bedoeling. De bedoeling is eerherstel voor het ambt van volksvertegenwoordiger. Ze moeten opnieuw vrij zijn om binnen de gegeven opties en mogelijkheden te kiezen voor wat maatschappelijk het meest correct en verdedigbaar is. Een partij is een ondersteunend orgaan ten dienste van deze mensen.

Ik ben er vast van overtuigd dat daarvoor een nieuwe partij nodig is, die van een blanco bladzijde kan beginnen, vóór er macht of geld te verdelen valt. Vol enthousiasme en hoop, met statutaire beschermingen om de kwalijke uitwassen van particratie in de kiem te smoren. Samen met onze nieuwe leden maken we een speerpunt het doordacht inperken van de particratie. Op die nagel willen we hameren vanuit de oppositie en het als breekpunt meenemen naar onderhandelingen.

Enkel door ‘opwaarts bestuur’ te installeren, vertrekkende van gedragen lokale mandatarissen die het volk vertegenwoordigen, en niet de partijtop, zullen we de kloof tussen burger en politiek dichten.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content