Wallonië wankelt: ‘De economische toestand is gevaarlijker dan die in Griekenland destijds’

© Illustratie Studio Chapo
Han Renard
Han Renard Han Renard is redacteur bij Knack

De financiële toestand van het Waalse Gewest oogt beroerd. Zonder structurele bezuinigingen dreigt de schuld onbeheersbaar te worden, zegt de fine fleur van de Franstalige economen. Wallonië betaalt de prijs voor ‘de buitengewone laksheid die het Waalse begrotingsbeleid sinds jaren kenmerkt.’

De vervanging van de Waalse minister van Begroting en Financiën Jean-Luc Crucke (MR) kon nauwelijks op een slechter moment komen, vinden critici. Na herhaalde aanvaringen met partijvoorzitter Georges-Louis Bouchez gaf Crucke er twee weken geleden zelf de brui aan. In ruil voor die stap opzij wordt de doorgewinterde rot in de politiek, die sowieso fin de carrière was, voor de jaren tot zijn pensioen voorgedragen als rechter bij het Grondwettelijk Hof. De vrije stoel in de Waalse regering gaat naar de jonge, onbekende OCMW-voorzitter Adrien Dolimont. Ongetwijfeld een beloftevol politicus, maar iemand zonder ervaring, die zijn politieke gezag nog moet opbouwen.

Het probleem reduceren tot een kwestie van Waals beleid is eenzijdig. Elk gewezen industriegebied in het Westen worstelt met de problemen van Charleroi en Luik.

Willem Sas, professor publieke economie (Stirling University in Schotland en KU Leuven)

‘Doodjammer dat Bouchez niet voor een meer beslagen kandidaat heeft gekozen’, zegt Didier Paquot, hoofdeconoom bij het onderzoekscentrum l’Institut Destrée. ‘Het gaat per slot van rekening om de allerbelangrijkste Waalse ministerportefeuille in de komende jaren.’

Want de financiële toestand van het Waalse Gewest is misschien niet hopeloos, maar volgens Waalse economen wel heel ernstig. ‘In de begroting van 2022 bedraagt het verwachte tekort meer dan 4 miljard euro, of 27 procent van de inkomsten. 15 miljard inkomsten en 19 miljard uitgaven: is dat houdbaar, dat niveau van tekorten, waarvoor nieuwe schulden moeten worden aangegaan?’ vraagt Paquot zich retorisch af.

De Waalse publieke uitgaven en overheidsschuld zijn sterk gestegen als gevolg van de coronasteunmaatregelen en de overstromingen in juli vorig jaar. ‘Ook in 2022 gaat het nog om 1 miljard euro aan extra uitgaven. Het economisch herstelplan kost dit jaar 1,7 miljard euro. Prima, er moet worden geïnvesteerd in de toekomst van Wallonië. Maar blijft over: een aanzienlijk tekort van 1,2 miljard. Los van uitzonderlijke uitgaven en ondanks een snel stijgende schuld, geeft Wallonië in zijn lopende uitgaven 8 procent meer uit dan de inkomsten toelaten.’ En dat is, aldus Paquot, ‘heel verontrustend’.

De directe schuld van het Waalse Gewest, namelijk de leningen die de Waalse regering is aangegaan om haar tekorten te financieren, bedroeg in 2020 17 miljard euro. Voeg daarbij 10 miljard aan indirecte schulden, voor de leningen van publieke agentschappen die onder het gewest vallen, en je komt aan ongeveer 27 miljard geconsolideerde schuld, het cijfer dat de Europese Commissie in aanmerking neemt. ‘Voor 2021 zijn er nog geen officiële cijfers,’ zegt Paquot, ‘maar de geconsolideerde schuld zal schommelen rond de 30 miljard. Maar interessanter is de evolutie sinds 2015. De directe Waalse schuld, die in de jaren ervoor enigszins was gestabiliseerd, is gestegen van 8 miljard in 2015 naar bijna 13 miljard in 2019, of een toename met 60 procent in vier jaar tijd. Het probleem zit dus niet zozeer bij de schulden die zijn gemaakt als gevolg van de pandemie en de overstromingen in 2020 en 2021 – je kon op dat moment ook niet anders – maar wel bij de enorm toegenomen schuld in de nota bene gunstige economische jaren tussen 2015 en 2019.’

Paquot schrijft dat toe aan de ‘buitengewone laksheid die het Waalse begrotingsbeleid sinds jaren kenmerkt. Tussen 2015 en 2019 zijn de publieke uitgaven gestegen met 12,7 procent, de inkomsten evenwel maar met 8 procent. Wallonië leeft al jaren boven zijn stand. Dat kan niet blijven duren.’

Erger dan Griekenland

Als Waals minister van Begroting had Jean-Luc Crucke een onafhankelijke commissie in het leven geroepen met Walloniës economische bollebozen, academici van verschillende universiteiten, onder leiding van de ervaren Jean Hilgers, directeur bij de Nationale Bank. Deze ‘Commission externe de la dette et des finances publiques’ stelde begin november haar rapport over ‘de houdbaarheid van de Waalse schuld’ voor aan het Waals Parlement en de Waalse regering, met één glasheldere boodschap: de schuldenberg die Wallonië aan het opbouwen is, en die bij ongewijzigd beleid in 2030 zal oplopen tot 50 miljard, dreigt onbeheersbaar te worden.

Vooralsnog is er weinig aan de hand. De rentelasten die Wallonië over zijn schuld moet betalen, bedragen 2 à 3 procent van de begroting, zo’n 345 miljoen euro. Perfect behapbaar dus. Maar de situatie wordt potentieel gevaarlijk, aldus de opstellers van het rapport, op het moment dat de leningen die vandaag zijn afgesloten moeten worden vernieuwd en nieuwe tekorten moeten worden gefinancierd tegen – gezien de stijgende inflatie – wellicht hogere rentevoeten. Voeg daarbij dat de Amerikaanse kredietbeoordelaar Moody’s de Waalse kredietwaardigheid al eens verlaagde in 2017 (weliswaar van A1 naar A2, wat nog steeds goed is) en de vooruitzichten negatief zijn (net zoals voor Vlaanderen, maar Vlaanderen vertrekt van een hogere rating). Dat betekent dat geld lenen in de toekomst sowieso meer gaat kosten.

Gevraagd naar waarom men juist nu alarm slaan, ziet de bekende Franstalige econoom Etienne de Callataÿ, een van de experten in de Waalse schuldcommissie, drie redenen: ‘De overstromingen, die het Waalse Gewest 2 à 3 miljard kosten, de budgettaire langetermijngevolgen van de coronasteunmaatregelen, en de grote afhankelijkheid van het Waalse Gewest van kredietverstrekking door Belfius. Dat is de grootste bank van het gewest, maar er is waarschijnlijk een grens aan het bedrag dat het Waalse Gewest bij Belfius kan ontlenen.’

Een scenario waarbij het Waalse Gewest in de toekomst zijn schuld niet kan aflossen en bankroet gaat, acht De Callataÿ onwaarschijnlijk. ‘Wel denkbaar, als er niet wordt ingegrepen, is dat het Waalse Gewest het zal moeten doen met steeds lagere publieke uitgaven en steeds hogere belastingen. Het grote probleem met zo’n beleid is dat rijke Walen heel gemakkelijk naar Brussel of Vlaanderen kunnen verhuizen. In die zin is de toestand voor Wallonië potentieel gevaarlijker dan de financiële crisis destijds voor Griekenland. Een inwoner van Athene zal immers niet zo snel naar Istanbul, Rome of Londen verhuizen.’

Geen solidariteit

In het rapport van de experts heet het dat Wallonië een schuld torst die vandaag ongeveer 200 procent van de inkomsten bedraagt. In 2030 stijgt dat tot bijna 280 procent. Schuldniveaus die onbeheersbaar worden, klinkt het, waardoor het gewest eigenlijk ‘niet langer zijn lot in eigen handen heeft’. Daarom is het gezond maken van de Waalse overheidsfinanciën per direct een absoluut gebod. Daarbij komt nog dat de Waalse sociale en economische situatie niet rooskleurig oogt, wat Waalse commentatoren na de voorstelling van het rapport dan ook koppen ontlokte als ‘het uur van de waarheid’ of ‘Wallonië wankelt’.

Als toekomstige tekorten tegen hogere rentevoeten moeten worden gefinancierd, kunnen de kosten gevaarlijk snel ontsporen, waarschuwen de Waalse economische experts. In de bijzondere financieringswet, die de financiële huishouding van de gewesten en de gemeenschappen regelt, zitten weliswaar heel wat solidariteitsmechanismen, maar de wet beschermt gewesten hoegenaamd niet tegen financiële schokken. ‘Daar speelt absoluut geen solidariteit’, klinkt het. ‘Als het om welke reden ook opeens veel duurder wordt om te lenen, staat Wallonië er alleen voor.’

Zijn hoge schuld maakt Wallonië de komende vijf à tien jaar dus kwetsbaar. Het gevaar is, aldus de experts, dat Wallonië op een zeker moment financieel niet meer in staat zal zijn om zijn beleid te voeren, noodzakelijke investeringen te doen of een eventuele natuurramp op te vangen. ‘Als Wallonië morgen door een grote aardbeving wordt getroffen, weet ik niet wat we zouden beginnen’, zei Crucke in dat verband.

En dus begint het Waalse Gewest dit jaar met een tienjarig, door de experts voorgeschreven, budgettair dieet. Het gaat om een jaarlijkse cumulatieve besparing van 150 miljoen euro, ofwel 1 procent van de uitgaven: 150 miljoen euro in 2022, 300 miljoen in 2023 en zo verder.

De bedragen lopen snel op, al mag het voor gewezen Waals minister van Begroting André Antoine (CDH) nog wat sneller gaan. ‘De experts hadden best strenger mogen zijn, al kom je met deze operatie toch ook al aan 450 miljoen structureel wegsnijden in het verkiezingsjaar 2024. Dat moet ik nog zien gebeuren’, zegt de oppositiepoliticus, die al twee jaar lang het ‘sinterklaasbeleid’ van de regering van minister- president Elio Di Rupo (PS) aanklaagt.

Het staat inderdaad nog te bezien of en hoe de Waalse regering deze over een decennium gespreide gezondmaking van de eigen boekhouding tot een goed einde gaat brengen. ‘Maar met de kaasschaafmethode, een paar procenten weghalen bij elk departement, komen ze er niet’, zegt Antoine.

Door middel van een nieuw, nog door Crucke ingevoerd begrotingsstokpaardje genaamd Budget Base Zero (BBZ), zullen onafhankelijke experts tegen april alle Waalse uitgaven tegen het licht houden. Het laat zich raden dat er vervolgens zal worden aanbevolen om te snijden in het lijvige Waalse overheidsapparaat, in subsidieprogramma’s, in sociale en economische plannen, in steun aan lokale overheden en wat dies meer zij.

Paniekzaaierij

Vergelijkingen tussen Vlaanderen en het Waalse Gewest zijn lastig omdat in Vlaanderen gewest en gemeenschap zijn gefuseerd en hun financiën dus in één pot zitten. Je leest nu dat Wallonië in 2020 met 27 miljard euro een schuld had ten bedrage van 200 procent van zijn inkomsten, en Vlaanderen met 36,6 miljard een schuld ten bedrage van ‘slechts’ 70 procent van zijn inkomsten, maar als de Franse Gemeenschap bij Wallonië zou worden geteld, zou het verschil alvast minder spectaculair ogen.

‘Het klopt natuurlijk dat het plaatje in Wallonië er niet fraai uitziet,’ zegt Willem Sas, professor publieke economie (Stirling University in Schotland en KU Leuven), ‘maar dat is ook zo voor Vlaanderen en België, en de reden is gewoon corona. We hebben besloten om banen en bedrijven te redden en de economie overeind te houden. Dat zie je weerspiegeld in de begrotingscijfers, maar dat komt ook voor een groot stuk automatisch weer in orde. De echte uitdagingen zitten op de middellange termijn, de komende vijf à tien jaar, en de schulden die we zullen moeten maken om de stijgende kosten van de vergrijzing en de zorg te ondervangen. Daarom vind ik de huidige berichten over de Waalse overheidsfinanciën een beetje paniekzaaierij.’

Wat heb je eraan als Vlaanderen meer bevoegdheden krijgt maar de baten dienen om een meer autonoom Waals beleid mee te financieren?

Stijn Baert, professor arbeidseconomie (UGent en UAntwerpen)

Vanaf 2024 zullen de financiële transfers van Vlaanderen naar Wallonië geleidelijk afnemen, maar ook dat hoeft Wallonië niet voor onoverkomelijke problemen te plaatsen, vervolgt Sas. ‘Het gaat om het afbouwen van een in de nieuwe financieringswet opgenomen overgangsmechanisme, waardoor er gedurende tien jaar elk jaar 60 miljoen euro minder naar Wallonië gaat. Maar de echte financiële schok voor de gewesten en de gemeenschappen in de nieuwe financieringswet betreft hun bijdragen aan de kosten van de vergrijzing, die tot dan haast uitsluitend door het federale niveau werden gedragen. Daardoor krijgt Wallonië sinds 2016 al een half miljard per jaar minder dan wat het zou hebben gekregen zonder die besparing. Dat geldt natuurlijk ook voor Vlaanderen, maar zo’n bezuiniging valt harder op het dak van economisch zwakkere gewesten, en Wallonië is toch onze Rust Belt. Het probleem reduceren tot alleen maar een kwestie van Waals beleid is dus eenzijdig. Elk gewezen industriegebied in het Westen worstelt met de problemen van Charleroi en Luik. Wat niet betekent dat je geen slim beleid kunt voeren, en er zijn intussen wel wat Waalse succesbedrijven. Maar er is helaas geen magische relanceknop die regionale politici maar hoeven in te drukken.’

Geen slachtoffer

Professor arbeidseconomie Stijn Baert (UGent en UAntwerpen) ergerde zich vorige week op Twitter aan de indruk dat Waalse politici en waarnemers hun beroerde financiële toestand soms uitsluitend lijken toe te schrijven aan hetzij de pandemie en de overstromingen, hetzij de financieringswet – ‘die de Walen nota bene mee hebben onderhandeld en waarvan ze al jaren weten wat daarvan de gevolgen zijn’.

‘Wallonië is voor mij in dezen een actor en geen slachtoffer’, verduidelijkt Baert. ‘In het Waalse regeerakkoord van 2019 werd een verhoging van de Waalse werkzaamheidsgraad met 5 procentpunt, van 68 naar 73 procent, in het vooruitzicht gesteld. Dat zou een gigantische sprong voorwaarts zijn en op zijn minst een sluitende begrotingen mogelijk moeten maken. Maar vervolgens heeft de Waalse regering daar geen enkele serieuze maatregel aan gekoppeld. Dat is dus een echt zandkasteel gebleken. En dan zegt men: help, onze begroting ontspoort.’

In 2020 bedroeg de werkzaamheidsgraad onder de 25- tot 64-jarigen in Vlaanderen 77,7 procent, tegenover 68,4 procent in Wallonië. ‘En ondanks de hete adem van de financieringswet nam het verschil tussen de Vlaamse en de Waalse werkzaamheidsgraad sinds 2011 zelfs nog lichtjes toe: van 9,1 procentpunt naar 9,3 procentpunt. En werd er mijns inziens ook geen enkele serieuze poging ondernomen om die kloof te verkleinen’, betoogt Baert.

Wat Wallonië nodig heeft, vindt ook econoom Etienne de Callataÿ, is een beleid dat ‘echt is gericht op meer economische groei’.

In Vlaanderen zien sommigen het Waalse geldgebrek als een kans om de Franstaligen in 2024 tot een grote communautaire, confederale doorbraak te dwingen. N-VA-voorzitter Bart De Wever had het in dat verband in een niet zo ver verleden over het ‘uitroken’ van de Franstaligen.

Al ziet niet iedereen goed in hoe Waalse financiële behoeftigheid een wenselijk breekijzer vormt richting efficiënte institutionele hervormingen.

‘Wat je leest over het grote akkoord dat in de zomer van 2019 tussen de N-VA en de PS in de maak was en dat men zou opwarmen in 2024,’ zegt Baert, ‘leek op een deal van meer bevoegdheden voor de deelstaten in ruil voor lossere financiële zeden en minder responsabilisering. Dat is een prijs die ik, als ik een Vlaams-nationalistisch politicus zou zijn, nooit zou willen betalen’, zegt Stijn Baert. ‘Wat heb je eraan als Vlaanderen meer bevoegdheden krijgt maar de baten dienen om een meer autonoom Waals beleid mee te financieren? Wat win je met meer bevoegdheden voor de deelstaten als het eigenlijk niet uitmaakt wat ze ermee doen?’

Het is verder natuurlijk ook nog maar de vraag of de financiële nood bij de Franstaligen na de volgende verkiezingen echt zo hoog wordt dat ze op grond daarvan hun verzet tegen een grote staatshervorming laten varen.

‘Gezien de lage rentevoeten lijkt 2024 me vanuit die redenering wat vroeg’, zegt Didier Paquot van het Institut Destrée, die op zich niet afkerig is van een nieuwe communautaire ronde. ‘Tegelijk zie je aan Waalse kant, MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez daargelaten, dat veel politici beseffen dat het huidige België voor niemand goed werkt, ook niet voor Wallonië.’

Dat denkt ook De Callataÿ. Franstalige politici zijn zich ervan bewust dat Wallonië zich moet voorbereiden op minder solidariteit uit Vlaanderen. Al kan ik me wel indenken dat Vlaanderen in 2024 zegt: Wallonië, je krijgt een extra cheque en wat financiële ademruimte, maar in ruil worden de werkloosheidsuitkeringen en de gezondheidszorg gesplitst. Op middellange termijn zou Wallonië daarvoor overigens toch de rekening betalen. Maar er is in Wallonië ook een groeiende groep mensen die gewonnen is voor meer autonomie, ook als dat minder middelen uit Vlaanderen betekent.’

Voor gewezen minister van Begroting Antoine is aankloppen bij Vlaanderen voor geld in elk geval het allerlaatste wat Wallonië te doen staat. ‘Dat zou Wallonië alleen nog meer verzwakken in onderhandelingen over de toekomst van België. Daarom zeg ik tegen alle Waalse regionalisten: vraag de komende jaren helemaal niets aan Vlaanderen, vooral omdat we niet langer tegenover Jean-Luc Dehaene of Guy Verhofstadt maar tegenover Bart De Wever zitten. Het enige wat Wallonië nu moet doen, is zo hard trappen als het kan. Anders valt de fiets echt om.’

GEROLF ANNEMANS: ‘WAALSE SCHULDENBERG BIEDT ENORME KANS’

Franstalig geldgebrek kan de Vlaamse onafhankelijkheidsidee ‘een nieuw momentum’ geven, gelooft Vlaams Belang-politicus Gerolf Annemans.

Wallonië wankelt: 'De economische toestand is gevaarlijker dan die in Griekenland destijds'

In zijn boek De ordelijke opdeling van België uit 2010 tekende Gerolf Annemans een Vlaams ‘Plan B’ uit, een soort handleiding voor het einde van het land. Maar sindsdien is het tamelijk stil geworden rond het thema. Veel Vlaamse mobilisatie rondom communautaire eisen komt er de laatste jaren niet meer aan te pas.

‘Dat is de schuld van Bart De Wever en zijn historische bocht, toen hij het hele communautaire dossier bij de vorming van de regering-Michel in 2014 in de ijskast heeft gestopt’, zegt Annemans. En dat nadat het idee van Vlaamse autonomie en van de opsplitsing van België in de jaren daarvoor steeds meer veld had gewonnen. Er waren de vijf resoluties van het Vlaams Parlement in 1999, er was de periode van Yves Leterme. In 2010 waren er vier herdrukken van mijn boek. Iedereen zocht naar een uitgewerkt plan om België te splitsen.’

Hoe kijkt u naar 2024?

Gerolf Annemans: Aan alle grote transities richting meer Vlaamse zelfstandigheid, zoals er toch wat zijn geweest in de vorige eeuw, ging altijd een momentum vooraf. Ik denk dat de toestand van de Franstalige financiën – want het gaat niet alleen over het Waalse Gewest, ook Brussel en de Franse Gemeenschap zitten op de knieën – zo’n kantelpunt kan vormen. En dat zou een revolutie betekenen.

Na de Sint-Michielsakkoorden in 1993 hebben de Franstaligen namelijk altijd het been stijf gehouden en zich verzet tegen elke betekenisvolle staatshervorming. Je hoorde de Franstaligen denken dat die Vlamingen gek waren geworden, met hun resoluties waarin ze pleitten voor de splitsing van de sociale zekerheid, en met steeds meer kiezers die separatistische partijen gingen steunen. Yves Leterme en Guy Verhofstadt hebben nog wat knip-en-plakwerk kunnen verrichten, maar fundamenteel zetten de Franstaligen al bijna 30 jaar de hakken in het zand. Met de bekende formule van Joëlle Milquet: ‘On est demandeur de rien.’ Ik denk dat ze in 2024 demandeur de quelque chose worden. Mijn thesis is dan ook dat de Franstalige financiën, en dan vooral de groeiende schuldenberg, die voor Vlamingen een echte eyeopener zou moeten zijn, een enorme kans bieden om, ook in de brede samenleving, het streven naar Vlaamse autonomie en wat mij betreft uiteraard naar Vlaamse onafhankelijkheid, een nieuwe impuls te geven.

Hoe dan?

Annemans: U praat met een separatist. Dus het momentum dat zal ontstaan door het feit dat de Franstaligen – veel – geld nodig hebben, moeten de Vlamingen naar hun hand zetten. Niet voor een klassieke Belgische ruil van geld voor een paar bevoegdheden. Wel voor een versnelling richting het ultieme akkoord over de sluiting van België. Een akkoord waarvan ik al jaren zeg dat de Vlamingen eerst zelf uit België moeten stappen, om vervolgens met de Franstaligen te gaan onderhandelen over de voorwaarden van de boedelscheiding.

Zullen de Franstaligen niet juist nog minder geneigd zijn om communautaire gesprekken te beginnen, in de wetenschap dat de eindafrekening misschien nog veel zwaarder te dragen zal zijn dan datgene waarmee ze nu worden geconfronteerd?

Annemans: Zolang er Vlaamse partijen bereid worden gevonden om in Belgische regeringen te stappen, kunnen de Franstaligen blijven aanmodderen en worden ze niet voor hun verantwoordelijkheid geplaatst. Maar als we dit historische moment aangrijpen en duidelijk maken dat de Vlamingen de tekorten niet meer zullen bijpassen, zullen de Walen beseffen dat het afgelopen is, dat België is uitgewoond, en dat ze het op eigen kracht moeten doen. En dus maar beter gesprekken kunnen beginnen over een ordelijke opdeling van België. Als de Franstaligen zich een beetje redelijk opstellen, in verband met zaken als de taalregeling in Brussel en de taalgrens die staatsgrens moet worden, kunnen wij genereus zijn als het aankomt op bijvoorbeeld het internationaal borg staan voor hun schulden. Maar dat zal dan allemaal onderdeel zijn van het machtsspel dat dan wordt gespeeld.

Partner Content