Voedselcrisis: zes tips om de hele wereld te voeden

Een Oekraïense graandorser in 2013.
Dirk Draulans
Dirk Draulans Redacteur bij Knack

De Russische invasie in Oekraïne zet de wereldwijde voedselvoorziening onder druk. We kúnnen de hele wereld nog voeden, maar dan moet de bevoorrading grondig worden herdacht. Knack bekijkt de opties.

Oekraïne en Rusland produceren samen 14 procent van de tarwe in de wereld. Ze zijn goed voor een derde van de globale export van tarwe en voor liefst 60 procent van de zonnebloemolie. Bovendien is Rusland een belangrijke producent van kunstmeststoffen. Al die handel is grotendeels stilgevallen als gevolg van de Russische invasie van Oekraïne. Het kan niet anders dan dat de oorlog een impact heeft op het wereldwijde voedselsysteem. En dat stond al zwaar onder druk, vooral door de gevolgen van de klimaatopwarming met haar extreme weersomstandigheden, zoals langdurige droogtes.

Niet alleen het dreigende tekort aan voedselvoorraden drijft de prijzen op. Ook de uit de pan rijzende energiekosten hebben een invloed op de voedselproductie, wat de prijzen extra doet stijgen. En dan heb je nog de verderfelijke acties van speculanten die kunstmatig de prijs omhoog jagen en zo parasiteren op mensen die ze de hongersnood in jagen. Er zijn momenteel al meer dan 800 miljoen mensen met honger in de wereld, en hun aantal neemt gestaag toe.

26 landen, waaronder Somalië, Egypte en Senegal, hangen voor 50 à 100 procent van hun tarwe af van invoer uit Rusland en Oekraïne.

De Russische inval in Oekraïne treft niet alleen Oekraïners en Russen, maar ook Syriërs, Nigerianen en Jemenieten. Wereldwijd hangen 26 vooral arme landen, waaronder ook Somalië, Egypte en Senegal, voor 50 tot zelfs 100 procent van hun tarwe af van invoer uit beide oorlogslanden. ‘De geopolitiek van onze voedselvoorziening is ineens veel helderder dan we ons ooit hadden kunnen indenken’, zegt een voedselwetenschapper in het topvakblad Nature. Ze vreest voor ongeregeldheden in de betrokken landen als gevolg van graantekort.

Toch stelde Nature dat de wereld in staat moet zijn om de plots weggevallen voedingsopties op te vangen. De globale voedselvoorraden zijn groot genoeg om iedereen van genoeg voedsel te kunnen voorzien. Alleen moet het voedselsysteem dan wel worden herdacht. Knack onderzoekt enkele cruciale stappen.

1. Stop met voedsel verbranden

Het blad New Scientist lanceerde meteen na de Russische invasie in Oekraïne een voor de hand liggende optie om een voedselschok op te vangen: heroriënteer graangewassen die nu geproduceerd worden als biobrandstof in de richting van voedselvoorziening. Voor Europa en de Verenigde Staten zou de switch volstaan om een graantekort op te vangen. Wereldwijd gaat 10 procent van de productie van graangewassen naar de aanmaak van biobrandstoffen. De Europese Unie pompt ook een hoeveelheid palmolie in de productie van biodiesel, die vergelijkbaar is met wat ze aan zonnebloemolie uit Oekraïne nodig heeft. ‘We verbranden letterlijk een enorme hoeveelheid voedsel’, zegt een wetenschapper in het blad.

10 procent van de productie van graangewassen gaat naar de aanmaak van biobrandstoffen.

Sommige tegenstanders van de gesuggereerde aanpassing (vooral producenten van biobrandstoffen) opperen dat biobrandstoffen een stok achter de deur kunnen zijn om de stijgende energieprijzen op te vangen. Maar onafhankelijke analisten counteren dat. Het effect op de prijzen zou marginaal zijn, net als het effect op de reductie van de uitstoot van fossielebrandstofgassen. ‘Het is werkelijk immoreel dat we een energietekort zouden willen oplossen door middel van een proces waarmee we voedseltekort creëren’, klinkt het.

2. Kweek meer diverse gewassen

Een analyse in Nature vatte samen hoe de voedselbevoorrading kan worden bijgestuurd zodat we minder afhankelijk zijn van grootschalige import. Daarbij is het belangrijk dat we niet blijven steken in productiesystemen die nu al een enorme impact hebben op de planeet. Intensieve landbouw is verantwoordelijk voor het grootste verlies aan biodiversiteit in de wereld en voor zo’n derde van de door de mens veroorzaakte klimaatopwarming.

Een grotere diversiteit aan gewassen verhoogt de stabiliteit van de voedselproductie in een land.

De landbouwproductie leunt nu veel te sterk op een klein aantal gewassen, zoals tarwe, rijst, mais, soja en aardappelen. Een grotere diversiteit aan gewassen verhoogt de stabiliteit van de voedselproductie in een land. Het effect zou van dezelfde grootteorde zijn als dat van de jaarlijkse verschillen in de hoeveelheid neerslag – substantieel dus. In de grote voedselcrisis van 2008 dekten de globale graanvoorraden amper 18 procent van de vraag. Landen die toen al meer hadden ingezet op de productie van groenten, noten en vruchten (zoals bananen) hadden minder last van de hongercrisis. Inzetten op diversiteit loont (bijna) altijd.

3. Stop de voedselverspilling

Algemeen wordt aangenomen dat een derde van het geproduceerde voedsel in de wereld niet wordt geconsumeerd, omdat het niet op de markt raakt of niet wordt verbruikt (en dus wordt weggegooid). Maar volgens een gedetailleerde analyse in PLoS One is het nog meer dan een derde, omdat de verspilling in de gezinnen thuis systematisch wordt onderschat.

Van alle onderzochte landen was België de grootste verspiller.

Zeker in het rijkere deel van de wereld, waar voeding meestal geen al te grote hap uit het gezinsbudget neemt. Stadsmensen verspillen ook meer dan mensen op het platteland. Pijnlijk was dat van alle onderzochte landen België de grootste verspiller was (maar notoire grootverspillers als de VS waren niet in de studie opgenomen, bij gebrek aan voldoende solide gegevens). Meer dan de helft van de voedselverspilling komt in ons type land op het conto van de gezinnen.

4. Eet minder vlees

Ingrijpen op de vleesproductie en -consumptie kan een grote impact op de voedselvoorziening hebben – dat is in veel studies aangetoond. Een onderzoek in het medische vakblad The Lancet besloot dat een gezond verbruik van rood vlees zich beperkt tot 14 gram per dag, of een dik biefstuk per maand – vandaag bedraagt de gemiddelde roodvleesconsumptie in onze streken zo’n 100 gram per persoon per dag. Toch lijkt het een utopie dat we mensen op grote schaal van vlees kunnen afhouden. Daarvoor wordt het nog te veel geassocieerd met status en goede voeding. In een tussenstap zou het verbruik van wat duurzamere en gezondere kippen en varkens gepromoot kunnen worden.

Eet voor uw gezondheid niet meer dan één biefstuk per maand.

Het blijft wachten tot kunstvlees de markt verovert. Denk aan biefstukken en hamburgers die van dierlijke cellen gemaakt worden en de milieubelastende en dikwijls dieronvriendelijke tussenstap van het dier overslaan. Het zou een gigantische gunstige impact hebben, niet alleen op de klimaatopwarming maar ook op onze voedselvoorziening. Volgens Nature is er 3 tot soms 8 kilogram graan nodig om 1 kilogram (echt) vlees te produceren – graan dat dus niet meer beschikbaar is voor menselijke consumptie. In Europa en de VS gaat tot 85 procent van de graanopbrengst naar de productie van veevoeder. Als een deel van de vleesconsumptie wordt vervangen door plantaardige voeding kan dat dus een substantieel verschil maken in onze afhankelijkheid van buitenlandse voedselketens.

Een studie in Proceedings of the National Academy of Sciences ging nog verder. Plantaardige productie zou tot twintig keer meer consumeerbare eiwitten per hectare veld opleveren dan vleesproductie – de studie vergeleek rood vlees met een mengeling van gewassen zoals soja, aardappelen, suikerriet en pindanoten. De productie van graangewassen voor menselijke consumptie in plaats van veevoer zou per eenheid land liefst 96 procent meer voedingswaarde opleveren. Dat zijn enorme verschillen.

5. Richt een VN-panel voor voeding op

Als er tegen 2050 10 miljard mensen op de aarde zouden zijn – dat is een kwart meer dan vandaag –, dan zal er 50 procent meer voedsel nodig zijn (en als de eetgewoonten niet drastisch veranderen 70 procent meer dierlijk voedsel). De impact van de voedselproductie op de klimaatopwarming zou dan kunnen oplopen tot niet minder dan 70 procent (in plaats van 30 procent nu). Het is een grote uitdaging om dat efficiënt aan te pakken. Bovendien zullen steeds meer mensen in steden wonen, wat extra druk zal leggen op de voedselvoorziening.

Onderzoek spitst zich te zeer toe op op grote producenten. Een derde van de voedselproductie komt van kleine boerderijtjes.

Het transitieproces moet op veel niveaus worden ingezet. Analisten stellen in Nature dat er dringend een organisatie moet komen, vergelijkbaar met het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC): een globale groep van onafhankelijke wetenschappers die de Verenigde Naties adviseert over de klimaatopwarming. Een vergelijkbaar panel zou rapporten kunnen uitbrengen over de voedselvoorziening, met voorstellen om ze duurzamer te maken, zowel om de voedselveiligheid voor zo veel mogelijk mensen te garanderen als om de impact op de leefomgeving te beperken.

Belangrijk is dat daarbij niet alleen gefocust wordt op grote landbouwlanden en landbouwproducenten, maar ook op kleine boerderijtjes van minder dan 2 hectare. Die leveren wereldwijd een derde van de voedselproductie en zijn cruciaal voor de voedselvoorziening in arme landen. Minder dan 5 procent van de wetenschappelijke studies naar voedselvoorziening is relevant voor die kleine boeren. Het leeuwendeel draait om grote producenten van gewassen zoals tarwe en mais die grotendeels in veevoeder terechtkomen.

6. Voer voedingstaksen in

Prijszetting is een andere manier om voedingsgedrag bij te sturen. Het prijskaartje voor gezonde en milieuvriendelijke voeding zou lager moeten zijn dan dat van vet- en suikerrijke fastfood – door fastfood wordt overgewicht in een groeiend deel van de wereld een belangrijker probleem dan ondervoeding. Het bijsturen van productiesystemen (onder meer door gerichte gezondheids- en milieutaksen, en door het aanpassen van de gigantische subsidiestromen die vooral bij ons in de landbouw gepompt worden) moet de transitie naar een veiliger voeding voor veel mensen versnellen. Want hoe raar het ook klinkt, er zijn weinig studies die concluderen dat het niet mogelijk is om 10 miljard mensen op een duurzame manier te voeden. Maar dan wel op voorwaarde dat je het efficiënt aanpakt, op alle niveaus, van rijk tot arm, van producent tot consument. De oorlog in Oekraïne zou dat efficiëntieproces versneld in gang kunnen zetten.

Gezondheids- en milieutaksen moeten ons voedsel veiliger maken.

Maar je voelt nu al hoe het sputtert. Van de coronapandemie werd ook verwacht dat ze tot substantiële gedragsveranderingen zou leiden. De pandemie is niet eens voorbij of voor veel mensen is het alweer business as usual. Alsof er geen lessen te trekken vielen uit de crisis, die een gevolg was van menselijke hoogmoed, van zwaar boven onze stand leven. Het idee dat Oekraïne de oorlog tegen de Russen weleens zou kunnen winnen, haalt de druk al wat van de ketel in de voedselcrisis. Niet willen zien dat hij zijn gedrag moet aanpassen: de mens is daar erg goed in. Ooit loopt dat compleet mis.

5 TIPS OM MINDER TE VERSPILLEN

In het vakblad Food Waste Management bekeken Nederlandse onderzoekers maatregelen die verspilling kunnen tegengaan. Die slaan zowel op de presentatie in de winkel als op het koopgedrag van de consument.

1. Maak een boodschappenlijstje. U verspilt minder als u niet meer koopt dan u werkelijk nodig hebt.

2. Leer goed koken. Wat hier betekent: leer efficiënt koken met overschotjes, in plaats van ze weg te gooien.

3. Verpak voedsel in kleinere hoeveelheden. Ja, dat kan meer verpakkingsafval opleveren, maar de ecologische voetafdruk van voedselproductie is altijd groter dan die van verpakkingen.

4. Investeer in duurzame verpakkingsprocedures. Bijvoorbeeld met gekweekt zeewier als bron van biologisch afbreekbare verpakkingen.

5. Eet thuis. Uit eten gaan is nog véél meer verspillend dan thuis koken, zeker in goedkopere restaurants die meer inzetten op kwantiteit dan op de kwaliteit van hun aanbod.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content