Vluchtelingen uit Oekraïne: de Vlaamse regering wil 20 nooddorpen bouwen

BRUSSEL. De opvang van de eerste lichting vluchtelingen verliep chaotisch. © Saskia Vanderstichele

Staatssecretaris voor Asiel en Migratie Sammy Mahdi pleit voor een federale regie van de vluchtelingenopvang, maar het zijn de lokale overheden die het echte werk moeten opknappen.

Ook als land kun je maar één keer een eerste indruk maken, en België maakte geen al te beste beurt bij de eerste lichting Oekraïense vluchtelingen die vorige week in Brussel arriveerde. Het was chaos bij het voormalige Jules Bordetziekenhuis, waar de Oekraïners zich moesten laten registreren. Dat gebeurde, in afwachting van de nodige IT-apparatuur, met pen en papier. Gevolg: ellenlange rijen van voornamelijk vrouwen en kinderen, die urenlang in weer en wind moesten wachten. Niet meteen een genereus onthaal voor getraumatiseerde oorlogsvluchtelingen die al slopende dagen in de benen hadden. Gelukkig waren er nog de vele burgervrijwilligers die met drank en versnaperingen het leed kwamen verzachten – en het nationale imago opkrikten.

Chaos was er ook in de Wetstraat, waar de komst van de Oekraïners aanleiding gaf tot een gênant partijtje zwartepieten. Vooral tussen de federale staatssecretaris voor Asiel en Migratie Sammy Mahdi (CD&V) en diverse N-VA’ers vlogen de verwijten heen en weer. Want wie was nu verantwoordelijk voor de opvang? En wie zal ervoor betalen? Met zijn campagne #Plekvrij, gericht op lokale overheden en particulieren, legde Mahdi de bal in het kamp van de regio’s. Dat strookt met het bijzondere statuut dat door Europa aan de Oekraïense vluchtelingen werd verleend. Oekraïners hoeven geen asiel aan te vragen, in ons land een federale aangelegenheid. Ze krijgen onmiddellijk toegang tot de arbeidsmarkt en tot de sociale zekerheid, inbegrepen een equivalent leefloon, evenals het recht op onderwijs voor hun kinderen. Zonder uitzondering zijn dat regionale bevoegdheden.

Verwarring troef

Dat speciale statuut, voorzien in een Europese richtlijn van 2001, werd nooit eerder toegekend. De situatie is dan ook ongezien: schattingen van de verwachte exodus uit Oekraïne lopen op tot 7 miljoen mensen. België houdt rekening met 200.000 oorlogsvluchtelingen. De Vlaamse regering, die zich sterk maakt om 60 procent van die toeloop op te vangen, heeft al op 5 maart een taskforce opgericht om de crisis te beheren. Lokale besturen werd gevraagd een inventaris van collectieve en particuliere opvangfaciliteiten te maken, met een bonus van 1000 euro per plaats die voor drie maanden wordt gegarandeerd.

Dit is geen goed bestuur. De instructies gaan alle kanten op.

Nathalie Debast, Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten

De regio’s soeverein aan het stuur? Dat ging dan weer te ver voor Mahdi, die bij nader inzien toch voor een federale regie pleitte. Gevolg: verwarring troef bij de lokale overheden, die in alle scenario’s het echte werk moeten opknappen. ‘Dit is geen goed bestuur’, reageert Nathalie Debast van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG). ‘Het lijkt wel alsof onze politici geen lessen hebben getrokken uit de covidcrisis. De instructies gaan alle kanten op. Donderdag kregen lokale overheden de vraag van het Nationaal Crisiscentrum (NCCN) om een inventaris van hun beschikbare opvang te maken, precies dezelfde vraag die de Vlaamse taskforce een week eerder had gesteld. Vreemd overigens, want officieel werd er nog geen federale fase afgekondigd, zoals dat met de pandemie wel het geval was. Voor ons is het niet belangrijk wie de kapitein op het schip is, als er maar eenduidige richtlijnen komen.’

De VVSG staat niet alleen met die kritiek. De voorbije dagen werd op alle niveaus koortsachtig gewerkt aan een coherent opvangplan. De registratie van de vluchtelingen, een federale bevoegdheid, verzekerd door de Dienst Vreemdelingenzaken en Fedasil, werd met een nieuw centrum op de Heizel fors opgeschaald. Maandag stond de teller op 5000 aanmeldingen, een onvolledig cijfer, want Oekraïners kunnen al voor hun registratie als tijdelijk ontheemden in lokale opvangplaatsen terecht. De gastvrijheid van burgers is hartverwarmend, maar iedereen beseft dat de opvang bij particulieren ontoereikend zal zijn en moeilijk te managen valt. Screening van de gastheren is noodzakelijk, want vluchtelingen zijn kwetsbaar, zeker wanneer het om vrouwen, kinderen en ouderlingen gaat. Collectieve opvang is dus de boodschap. Asielcentra, die al vóór de Oekraïense crisis met zware capaciteitsproblemen kampten, bieden geen oplossing. De Vlaamse regering kondigde daarom de bouw van een twintigtal nooddorpen aan. De precieze omvang en inplanting worden nog bestudeerd, maar het zou gaan om faciliteiten van zo’n 250 wooneenheden.

In pauzestand

Het staat zo goed als vast dat Rode Kruis-Vlaanderen minstens enkele van die nooddorpen zal beheren. ‘Onze missie is kwetsbare mensen helpen’, zegt woordvoerder Jan Poté. ‘Bovendien hebben we ervaring als beheerder van 18 opvangcentra met 4000 asielzoekers, veelal afkomstig uit conflictgebieden. We weten hoe we mensen in zo’n omgeving het best aanspreken en hoe we hen structuur en houvast kunnen bieden. We kunnen hen diensten aanbieden zoals Restoring Family Links, waarmee ze via het Internationale Rode Kruis familieleden in hun thuisland kunnen opsporen. Dat systeem hebben we trouwens al geactiveerd voor Oekraïne.’

Ongeziene uitdagingen vergen ongeziene creativiteit. Volgens Poté valt er inspiratie te putten uit de reusachtige vluchtelingenkampen die tijdens de Syrische burgeroorlog in Turkije en Libanon zijn ontstaan. ‘Daar zit veel expertise qua activering van vluchtelingen’, zegt hij. ‘Oorlogsvluchtelingen brengen allerlei competenties mee. Die moeten we benutten, al was het maar in de strijd tegen de lethargie waarmee veel vluchtelingen tijdens de opvang kampen. Denk aan onderwijs of psychosociale begeleiding. Idealiter verblijven mensen niet langer dan een half jaar in een centrum. Helaas loopt de gemiddelde verblijfsduur in Belgische asielcentra op tot anderhalf jaar.’

Vluchtelingenwerk Vlaanderen loopt niet warm voor grootschalige collectieve opvang. ‘In zulke kampen krijgen mensen het gevoel dat hun leven in de pauzestand staat’, zegt Joost Depotter. ‘Dat is funest voor hun welbevinden.’ Toch steunt de belangenorganisatie de bouw van nooddorpen. ‘De omvang van deze crisis laat ons geen keuze’, zegt Depotter. ‘Alleen met een en-enaanpak kunnen we dit opvangen. Laten we eerst inzetten op kleinschalige huisvesting. Daarnaast komt er het best een duidelijk kader voor particuliere opvang, zodat vluchtelingen en gastgezinnen weten waar ze aan toe zijn én misbruik wordt vermeden. Nooddorpen kunnen een belangrijke rol spelen als buffer, maar het blijft de bedoeling die mensen zo snel mogelijk naar meer zelfstandigheid en integratie te begeleiden. Ze hebben tenslotte verblijfsrecht gekregen. Het systeem moet flexibel zijn, want de situatie is erg onzeker. Niemand weet hoeveel vluchtelingen uit Oekraïne naar ons land zullen komen, en het is al helemaal een open vraag hoelang ze zullen blijven.’

Intussen vraagt zowel Rode Kruis- Vlaanderen als Vluchtelingenwerk Vlaanderen aandacht voor die andere vluchtelingencrisis: de aanslepende capaciteitsproblemen die sinds september al honderden asielzoekers tot dakloosheid hebben veroordeeld. ‘De afgelopen week is het aantal geweigerde asielzoekers bij het Klein Kasteeltje weer tot 100 à 150 per dag opgelopen’, zegt De Potter. ‘Dat is deels een gevolg van de oorlog in Oekraïne. Niet iedereen komt in aanmerking voor tijdelijke bescherming. Onder de vluchtelingen zitten ook buitenlandse studenten of arbeidsmigranten die op de asielprocedure zijn aangewezen. Er is erg veel goodwill om de Oekraïense vluchtelingen te helpen. Laten we dat elan gebruiken om eindelijk ook de asielcrisis op te lossen.’

Partner Content