Videorefs op het WK: ‘De beslissing wordt getoond op het reuzenscherm én op tv’

Hawk-Eye houdt op het WK buitenspel en de doellijn in het oog, maar is de duur voor de Belgische competitie. © BelgaImage
Jef Van Baelen
Jef Van Baelen Journalist voor Knack

De VAR en zijn AVAR’s zitten in de VOR: dat wordt geheid de tongbreker van het WK voetbal, dat op 14 juni begint. De FIFA spaarde kosten noch moeite om de videoref te laten uitblinken, maar de liefhebber is niet mee.

De komende weken zult u de drie beruchte letters vaker horen dan u lief is: ook op de Wereldbeker voetbal is er een VAR. De afkorting staat voor Video Assistant Referee, al spreekt men ook wel gemeenzaam over ‘de videoref’. Met die VAR is iets vreemds aan de hand. Al jaren vindt elke voetbalanalist ter wereld het een schande dat men de scheidsrechters niet helpt met videobeelden. Het zou het spel eerlijker maken, en dat het niet gebeurt, heet symptomatisch te zijn voor het conservatisme bij de Wereldvoetbalbond FIFA. Maar nu videorefs toegelaten zijn, ontstaat er overal heibel rond. De Belgische play-offs verzopen haast in controverse. Een omstreden actie van Club Bruggespeler Ruud Vormer (was het hands?) besliste uiteindelijk over de titel.

In één match op de tien beïnvloedt de videoref de uitslag

Bij de KU Leuven hebben ze grondig onderzocht hoe het zit met de video-assistent. Het team van professor Werner Helsen, dé wetenschappelijke autoriteit op het stuk van arbitrage, bestudeerde letterlijk alle matchen van de meer dan twintig voetbalcompetities die met de videoref experimenteerden. ‘We selecteerden 5000 clips waarin de VAR fases herbekeek’, vertelt onderzoeker Jochim Spitz. De conclusie was helder: de videoref is pure winst. ‘Zonder de VAR blijken profscheidsrechters 93 procent van hun beslissingen correct te nemen. Met de videoref stijgt de nauwkeurigheid naar 98,8 procent. 100 procent accuraat is onmogelijk, de menselijke waarneming zal nooit feilloos zijn. In iets minder dan één match op de tien bleek het ingrijpen van de VAR wedstrijdbepalend: een foute beslissing werd vermeden, en dat beïnvloedde de uitslag.’

Allemaal drukte om niks, dus? Dat lijkt kras, want de Belgische play-offs waren geen uitzondering. Ook in Duitsland ligt de videoscheidsrechter onder vuur na een tumultueus verlopen bekerfinale. Maar nergens laaiden de emoties hoger op dan in Engeland. De VAR schoot in de FA Cup zo veel bokken dat de Engelse bond voorlopig geen videoref wil in de Premier League. De Britse tabloids scherpen nu al hun pennen voor het WK. Hoe kan dat, als 99 procent van de beslissingen juist is?

Het ligt, uiteraard, aan de aard van het spel. Voetbal is een contactsport waarin veel afhangt van interpretatie. ‘Is een tackle rood of geel waard? Daar kun je uren over discussiëren’, zegt Spitz. ‘Een ander voorbeeld: liet een aanvaller zich vallen of werd hij onderuitgehaald? Vaak valt dat onmogelijk met zekerheid uit te maken. Deze fases uit de grijze zone blijken in één match op de vier wedstrijdbepalend. Maar welke beslissing de scheidsrechter ook neemt, je kunt niet beweren dat hij een fout maakt – al ziet de benadeelde ploeg dat uiteraard anders. Het is in principe ook niet de bedoeling dat de VAR bij dergelijke grijze fases tussenbeide komt.’

Clear error

Een videoref mag maar in vier situaties interveniëren: bij een doelpunt, een strafschopfase, een rode kaart of wanneer de verkeerde speler werd bestraft. Wanneer de VAR een clear error waarneemt, een overduidelijke fout, moet hij de veldscheidsrechter daarop wijzen. Dat is de zwakte van het systeem. Niet iedereen heeft hetzelfde idee over wat een duidelijke fout is. Over handsballen, zoals die van Vormer in de Belgische titelmatch, is het reglement dubbelzinnig: dan kan er geen duidelijkheid zijn. Buitenspel is in principe wél zwart-wit: een speler staat offside of niet. Maar ook hier gaat het soms om zo’n millimeterwerk dat je zelfs bij een stilstaand beeld zou twijfelen. ‘Soms zijn de VAR’s hier in de fout gegaan’, vindt Jochim Spitz. ‘Zij horen alleen tussenbeide te komen wanneer onomstotelijk vaststaat dat de scheidsrechter het mis had. Níét wanneer zijzelf een andere beslissing zouden hebben genomen.

Een videoref mag maar in vier situaties interveniëren: bij een doelpunt, een strafschopfase, een rode kaart of wanneer de verkeerde speler werd bestraft

De veldscheidsrechter heeft ook de mogelijkheid om fases ter herbekijken aan de zijlijn, op eigen initiatief of op suggestie van de video-assistent (dat heet een videoreview, nvdr.). Journalisten en supporters interpreteerden dat als: “De VAR is het oneens met de veldscheidsrechter.” Dat hoeft niet per se het geval te zijn. Het betekent veeleer: “Bestudeer dit, want het is een ingewikkelde situatie.” Verwarring viel te verwachten. Dit is de opstartfase. Alle betrokkenen moeten nog leren omgaan met de VAR.’

Op het WK moet de videoref uitblinken. De FIFA spaarde kosten noch moeite. In de Belgische competitie zit de videoscheidsrechter in een busje, op het WK krijgt de VAR een VOR: een aparte Video Operation Room in Moskou. De stadions van Jekaterinenburg en Sotsji liggen nochtans meer dan 1000 kilometer van de Russische hoofdstad verwijderd, maar technisch zou dat geen probleem mogen zijn. De herhalingen worden geselecteerd door vier beeldmonteurs die de beste camerastandpunten kiezen. Zij horen niet bij het scheidsrechtersteam, maar dragen een grote verantwoordelijkheid. De monteurs kiezen niet alleen uit de 33 camera’s die de wedstrijdbeelden schieten, de videoref beschikt over twee buitenspelcamera’s die alleen door hem te raadplegen vallen. De VAR krijgt ook drie AVAR’s: Assistant Video Assistant Referees. AVAR1 blijft doorlopend live kijken, zodat de VAR niets mist wanneer hij zelf herhalingen bestudeert. AVAR2 richt zich 90 minuten lang uitsluitend op de buitenspelcamera’s. AVAR3 moet ervoor zorgen dat de communicatie tussen de hoofdvideoref en zijn twee assistenten vlot verloopt.

Te duur voor België

Een vaak gehoorde kritiek op de video-assistent is dat het niet duidelijk is waarom hij ingrijpt. Men weet zelfs niet of een betwiste fase wel bekeken werd. Op de Wereldbeker ondervangt men dat met het VAR Information System: elke stap in het proces wordt via tablets doorgeseind naar de televisiecommentatoren. De beslissing wordt getoond op de reuzenschermen in het stadion en gaat mee in het televisiesignaal, mét de beelden waarop de VAR zich baseerde erbovenop.

In de Belgische competitie viel de radiocommunicatie uit toen het hevig regende tijdens AA Gent-Standard. Het Britse bedrijf Cresent Comms belooft dat dit op het WK niet zal gebeuren. Om hacking te voorkomen, wordt het radiosignaal bovendien versleuteld. Het bedrijf Hawk-Eye, bekend uit het tennis, trekt de buitenspellijnen en verzorgt ook, net als bij de vorige Wereldbeker, de doellijntechnologie – die is er in de Belgische competitie niet, wegens te duur. Je ziet de controverse ná het WK trouwens al van ver komen, als de videoref daar een succes blijkt: de kleine Belgische competitie heeft niet de middelen voor aparte buitenspelcamera’s, professionele beeldmonteurs of versleutelde radiocommunicatie.

Het is met die videoref op het WK nog niet begonnen en ik ben het al beu

Jan Ceulemans

Zullen al die investeringen onrechtvaardigheid vermijden en frustraties wegnemen? Had België een strafschop gekregen voor de Duitse overtreding op Josip Weber tijdens het WK van 1994? Zou de kopbalgoal van Marc Wilmots tegen Brazilië, op het WK van 2002, goedgekeurd zijn? International Jan Ceulemans, die zelf het slachtoffer van onrecht werd op het WK van 1986, verwoordde in De Standaard wat veel voetballiefhebbers denken. ‘Als de VAR toen had bestaan, speelden we daar de finale. We werden in de halve finale tegen Argentinië drie keer ten onrechte afgevlagd toen we op weg waren naar een doelpunt. Maar het is met die videoref nog niet begonnen en ik ben het al beu.’

Het Duitse weekblad Der Spiegel, verbaasd dat de VAR de controverse net doet toenemen, haalde er een sportpsycholoog bij. ‘Gerechtigheid is het opperste doel in de sport: de beste atleet of de beste ploeg moet winnen. Als er geen gerechtigheid is, ligt het spel aan diggelen’, zei Henning Plessner. De professor voegde er nog aan toe dat het aanvaarden van scheidsrechterlijke beslissingen, zelfs wanneer ze discutabel zijn, opnieuw een evidentie moet worden. ‘Als gerechtigheid het hoogste doel is, dan zou het consequent zijn als we spelers die een overtreding veinzen zwaar aanpakken. En wie de autoriteit van de scheidsrechter ondermijnt, moet nog het strengst gestraft worden van al.’

Partner Content