Opinie

Vincent Van Quickenborne

‘Vertrouwen in justitie en geloof in de rechtsstaat bij de burgers zijn cruciaal voor het voortbestaan ervan’

Vincent Van Quickenborne Minister van Justitie

‘Als slachtoffers het gevoel hebben dat justitie niet optreedt tegen het onrecht dat hen werd aangedaan en als daders ongestoord hun gang kunnen gaan, dán komt de rechtstaat in gevaar’, schrijft minister van Justitie Vincent Van Quickenborne. Hij reageert op de kritiek dat zijn hervormingsplannen onze rechtsstaat bedreigen.

We verwachten van justitie dat het elke crimineel vervolgt en bestraft. Dat niet elke dader geïdentificeerd kan worden, begrijpt iedereen wel. Dat sommige zaken meer prioriteit krijgen dan andere, dat stoot al meer tegen de borst. Maar dat bijvoorbeeld een op heterdaad betrapte winkeldief vrijuit gaat, dat vreet aan het geloof in de rechtstaat. Dan heerst straffeloosheid. Daders wanen zich ongenaakbaar en slachtoffers blijven gefrustreerd achter. Geen wonder dat slechts 10% van de winkeldiefstallen wordt aangegeven. Dat zien we vaak bij ‘kleine’ criminaliteit: “Want er gebeurt toch niets mee”.

Men wijt dit aan een gebrek aan middelen, of erger nog: onverschilligheid. Dit frustreert nochtans ook het parket. Daders vrijuit laten gaan is niet waarom zij deze job doen. Maar zelfs al investeren we fors in justitie – wat deze regering doet met de aanwerving van 827 mensen voor de magistratuur dit jaar alleen al – er blijven altijd limieten aan het aantal dossiers dat justitie binnen een redelijke termijn kan verwerken.

Vertrouwen in justitie en geloof in de rechtsstaat bij de burgers zijn cruciaal voor het voortbestaan ervan.

Deze bekommernis is niet nieuw. Al in 1935 werd de ‘minnelijke schikking’ ingevoerd, een sanctie op voorstel van het parket. Je wordt betrapt door de politie, betaalt de boete en daarmee is de kous af. Zonder overbelasting voor justitie. Niet akkoord? Geen probleem: dan oordeelt de rechter. Een evenwichtig compromis tussen theorie en praktijk.

Die aanpak is niet zo vreemd. In het verkeer passen we het miljoenen keren per jaar toe. Niemand stelt dit in vraag. Het zou waanzin zijn om jaarlijks 5 miljoen verkeersboetes voor de rechter te brengen. Wetende dat de teller nu al op 1,2 miljoen vonnissen en arresten staat. Het personeelsbestand van justitie zou moeten vervijfvoudigen.

Een beproefde aanpak dus. Samen met het college van procureurs-generaal beslisten we daarom om dit ook toe te passen bij specifieke, veelvoorkomende vormen van criminaliteit die nu weinig vervolgd worden. Zaken waarbij de dader op heterdaad betrapt wordt, met weinig ruimte voor discussie. Bijvoorbeeld winkeldiefstallen, fietsdiefstallen, verboden wapendracht en gebruikershoeveelheden drugs. Men kan dan onmiddellijk betalen. Een onmiddellijke minnelijke schikking is de juridische term, al verkiezen we een duidelijker woord: lik-op-stukboetes. Zo krijgen daders voortaan wel een straf, zonder belasting van ons rechtssysteem. En stoppen we de straffeloosheid.

In Antwerpen wordt dit trouwens al lang gebruikt bij drugbezit of -gebruik. Zo’n 13.000 keer sinds 2013. Tot tevredenheid van buurtbewoners, winkeluitbaters én de drughulpverlening, want sindsdien worden meer problematische druggebruikers bij hen aangemeld. Meteen een voordeel van het systeem: zicht krijgen op recidivisten en veelplegers, waardoor zij een aanpak op maat kunnen krijgen. Anders dan bij GAS-boetes.

Deze week kreeg ik de kritiek te horen dat deze hervorming onze rechtsstaat bedreigt. Als minister van Justitie beschouw ik het als mijn taak om de behoeder van die rechtsstaat te zijn. Deze bekommernis neem ik dus ter harte. Maar de kritiek is onterecht.

Ten eerste beargumenteert men dat de politieagent voortaan vaststeller, vervolger én rechter zou zijn. Klopt niet. Dit gaat voorbij aan de cruciale rol van het parket. De politieagent handelt strikt binnen de richtlijnen van het parket.

Ten tweede stelt men dat lik-op-stukboetes voorbehouden zouden moeten zijn voor objectief vaststelbare feiten, met weinig ruimte voor interpretatie. Akkoord. Dat is wat we hier viseren. Een betrapte winkeldief. Een fietsdief met het slot nog in zijn handen. Iemand met een gebruikershoeveelheid drugs op zak. Veel objectiever wordt het niet, denk ik dan. Bij complexere zaken moet de politieagent in overleg met het parket een gewoon proces-verbaal opstellen en volgt er alsnog een gerechtelijke opvolging. De lik-op-stukboete is nooit verplicht.

Tot slot vreest men dat we afglijden naar een parallel strafsysteem, waarbij de rechten van de verdediging niet langer gevrijwaard zijn. Ook niet juist. Een verdachte kan altijd de feiten betwisten en weigeren te betalen. Zelfs ná het ondertekenen van het boeteformulier. Dan wordt de zaak toch volgens de traditionele gerechtelijke weg afgehandeld en oordeelt de rechter. De verdachte heeft dus steeds de vrije keuze. Als liberaal acht ik mensen in staat om die keuze voor zichzelf te maken.

Een evenwichtige aanpak dus, waarbij de rechten van de verdachte gevrijwaard blijven. Er wordt niet geraakt aan de principes van de rechtstaat. Integendeel, we versterken deze. Want vertrouwen in justitie en geloof in de rechtstaat bij de burgers is cruciaal voor haar voortbestaan. Als slachtoffers het gevoel hebben dat justitie niet optreedt tegen het onrecht dat hen werd aangedaan, als daders ongestoord hun gang kunnen gaan, dán komt de rechtstaat in gevaar.

Partner Content