Vrije Tribune

Twitter in de Wetstraat: ‘De kracht van sociale media is meteen ook de zwakte’

Vrije Tribune Hier geven we een forum aan organisaties, columnisten en gastbloggers

Jan Demeulemeester en Elke Pattyn (VTM) over de vraag hoe journalisten vandaag moeten omgaan met de snelheid van sociale media? ‘Voor journalisten is de deadline van het politieke nieuwsverhaal het politieke feit zelf geworden.’

Sociale media zoals Twitter zijn een belangrijke megafoon en informatiebron geworden in de Wetstraat, maar veranderen in essentie niets aan de aanpak en de opdracht van Wetstraatjournalisten en politieke historici.

Twitter in de Wetstraat: ‘De kracht van sociale media is meteen ook de zwakte’

Twitter is een nieuw medium, maar dat waren televisie, radio en internet ook ooit. Het tempo van dagelijkse nieuwsproductie wordt er eens te meer door verhoogd, maar wat overblijft in het klassieke nieuwsverslag beantwoordt aan dezelfde strenge maatstaven van weleer. En hetzelfde geldt voor het historisch verslag, voor datgene dat al dan niet de geschiedenisboeken haalt.

‘Na meer dan 20 jaar is er een historisch compromis in het dossier van de Oosterweelverbinding rond Antwerpen. Dit najaar gaat de eerste schop in de grond.’ Dat waren de eerste twee zinnen van onze presentatietekst in het vtmnieuws van woensdag 15 maart. Let op het woord ‘historisch’.

De doorbraak in een dossier dat twintig jaar heeft aangesleept wàs zeer significant, zelfs historisch te noemen. Toch hebben de kranten – en de journaals – het de dag nadien niet eens meer opgepikt. Het ging al lang over de verkiezingen in Nederland, het jaarverslag van Brussels Airlines en het nieuwste gevechtje tussen Vlaams minister Homans en Unia. Zo snel gaat het dus. Zogenaamde historische gebeurtenissen zijn soms letterlijk één dag nieuwswaardig.

Wisselwerking

Een journalist is als het ware de historicus van de dag. Journalisten selecteren en duiden feiten die hen op dat moment belangrijk en dwingend lijken voor hun publiek, net zoals historici dat doen vanuit een breder tijdsperspectief.

Een Wetstraatjournalist kiest dagelijks uit een resem beslissingen en meningen die soms hitsig streven naar zo veel mogelijk weerklank in de media, vanwege politici die elk solliciteren naar hun plaatsje in het nieuws.

Hoe verwerken we op een verstandige en gedoseerde manier de enorme stroom aan politieke feiten en meningen die ons tegenwoordig tegemoetkomt.

Politieke historiografen beroepen zich later ondermeer op die berichtgeving, soms als primaire bron, vaak als klankbord in de samenleving. Op hun beurt hebben Wetstraatjournalisten veel historische bagage nodig, om de betekenis en draagwijdte van politieke actualiteit correct in te schatten. Hoe groot is de begrotingsinspanning werkelijk? Hoe grensverleggend is deze nieuwe adoptiewet? Hoe centrumrechts is dit regeerakkoord? Zo is er een wisselwerking tussen politieke historiografie en journalistiek.

De vraag die zich in beide vakgebieden stelt is de volgende. Hoe verwerken we op een verstandige en gedoseerde manier de enorme stroom aan politieke feiten en meningen die ons tegenwoordig tegemoetkomt via de moderne sociale media, en wat betreft de Wetstraat het medium Twitter in het bijzonder?

Het nieuwsfeit zelf als deadline

Door sociale media is voor journalisten de deadline van het politieke nieuwsverhaal het politieke feit zelf geworden. Berichtgeving online en de toenemende inzet van liveverslaggeving hadden het 24-uursritme van wat ‘nieuws’ is eerder al doorbroken. De alomtegenwoordigheid in de Wetstraat van Twitter heeft de duur van de nieuwscyclus vandaag tot het extreme ingekort. Als het al niet live met de smartphone wordt uitgezonden, belandt een politieke uitspraak van betekenis na enkele seconden in de twitterfeed, begeleid met maximaal 140 tekens aan contextualisering. De eerste journalistieke publicatie en interpretatie is niet meer voorbehouden voor ons televisienieuws, maar voor het medium Twitter.

De alomtegenwoordigheid in de Wetstraat van Twitter heeft de duur van de nieuwscyclus vandaag tot het extreme ingekort.

Journalisten werken vandaag zo op twee ritmes. Enerzijds is er de deadline van hun uitgekiend verslag voor klassieke media zoals websites of kranten, anderzijds is er de deadline van het moment zelf, en die wordt gehaald door het verzenden van de eerste belangwekkende tweet. De journalist die daarin slaagt, is ook ‘eigenaar’ van het nieuws, de auteur ervan.

Andere, tragere media zullen soms ook naar hem of haar als bron moeten verwijzen, hetgeen door de auteur als motiverend wordt ervaren – vanuit het streven de snelste te zijn. Het tijdsbestek tussen het politieke voorval en het journalistieke signaal erover is daardoor geslonken tot enkele seconden, het valt quasi samen.

Twitter als eenzijdige bron

Politici kunnen twitter ook inschakelen als een persoonlijk persagentschap. Ze hebben geen klassieke media meer nodig om een ruim publiek te bereiken. De verkiezingscampagnes bij ons van 2018 en 2019 zullen ook ruim inzetten op Facebook en Twitter als platformen om boodschappen ongefilterd te verspreiden.

De huidige Amerikaanse president Donald Trump gebruikt Twitter als zijn voornaamste communicatiekanaal. Steeds vaker wordt een nieuwsverslag vandaag opgebouwd aan de hand van eenzijdig geciteerde tweets, eerder dan opgenomen quotes uit een interview.

Zullen politieke historici ook de uitgebreide Twitterfeeds van politici als volwaardige en eerste bron raadplegen, of rekenen ze in de toekomst op de selectie die er gemaakt wordt door de klassieke nieuwsmedia? Zullen ze een historisch relaas opbouwen aan de hand van ondermeer het Facebookprofiel van politici, of baseren ze zich op de weerklank van bepaalde delen in ruimere media? Vertrouwen ze met andere woorden op de keuzes die dagdagelijkse nieuwsjournalisten zullen gemaakt hebben of niet?

Hoger debiet, strenge selectie

De betekenis van de nieuwe media blijft in historisch opzicht misschien relatief beperkt. Als gesteld wordt dat een tweet veel impact heeft gehad vandaag, is dat vaak omdat klassieke media de boodschap oppikten.

Ijverige en populaire tweeps als N-VA-staatssecretaris Theo Francken en Open VLD-voorzitter Gwendolyn Rutten hebben respectievelijk 34.000 en 45.000 volgers. Dat is veel, maar het publiek van traditionele media is veel groter, in termen van het tienvoud, en sociologisch veel diverser.

Bovendien is de kracht van sociale media meteen ook de zwakte. Het is interessant dat zoveel informatie toegankelijk is. Tegelijk is veel van die informatie eigenlijk oninteressant.

In die zin vinden journalisten en historici in deze nieuwe context mekaar nog steeds in dezelfde, aloude opdracht. In de onophoudelijke en soms onbevattelijke stroom aan politieke feiten moeten ze als professionals orde en klaarheid scheppen, inzicht verschaffen. We scheiden elk binnen ons tijdsperspectief het kaf van het koren.

Sociale media hebben het debiet aan meningen en feiten versneld en verhoogd, en dat verandert de aard van onze dagtaak – de nieuwsselectie wordt nog meer arbeidsintensief. Maar het verandert niet het resultaat van ons werk. Dat blijft een uitgebalanceerd, verhelderend verslag.

Jan Demeulemeester is politiek journalist en Elke Pattyn is nieuwsanker bij VTM.

Partner Content