Trekt de hype van de World Gravel Series het veldrijden uit de Vlaamse klei?

Jef Van Baelen
Jef Van Baelen Journalist voor Knack

Op het WK veldrijden in het Amerikaanse Fayetville lanceert de Internationale Wielerunie dit weekend de World Gravel Series. Kan die nieuwe wielerhype het veldrijden uit de Vlaamse klei trekken?

In de aanloop naar het WK veldrijden volgend weekend draait het niet alleen om Eli Iserbyt, Toon Aerts en Tom Pidcock. De Internationale Wielerunie UCI zal in Fayetteville (Arkansas) een belangrijke aankondiging doen waar wielerfans van over de hele wereld reikhalzend naar uitkijken. UCI-voorzitter David Lappartient zal er de World Gravel Series lanceren en bekendmaken waar en wanneer het eerste WK gravel plaatsvindt.

Volgens de geruchten zal dat fel gehypete wereldkampioenschap in Amerika worden georganiseerd, wellicht in oktober. Het is veelbetekenend dat gravelbiken deze week met de aandacht gaat lopen, en ook een beetje wrang. Want gravelbiken is alles wat veldrijden wil zijn maar tot eigen spijt niet is: een internationale hype, omarmd door de fietsindustrie, met een stralende sportieve toekomst.

Bij gravel denkt u misschien aan Roland Garros en het rode stof dat na een tennispartijtje aan uw schoenen plakt. Daar heeft het niks mee te maken. Gravelraces zijn langeafstandskoersen over onverharde wegen. Het fenomeen ontstond in Amerika, waar fietsers een uitzondering zijn en daardoor ook in alle betekenissen van het woord vogelvrij. Wielerliefhebbers zoeken er alternatieve wegen op met minder verkeer, vaak in volle natuur. Men organiseert er laagdrempelige gravelkoersen. Dat hoeft niet per se over ‘grind’, de letterlijke vertaling van gravel. Zolang er maar geen asfalt aan te pas komt en achteraf bier en barbecue klaarstaan: er hangt een relaxte festivalsfeer rond gravelbiken. De deelnemers koersen in houthakkershemd en wie eerst aankomt, speelt nauwelijks een rol.

De vedetten van de weg, het veld en het mountainbiken die elkaar treffen op het WK gravel: het is een toekomstdroom.

Christophe Impens, sportmarketingbureau Golazo

Bij gravelrace hoort ook een apart type fiets. Niemand heeft de gravelbike uitgevonden. Zulke fietsen bestaan al decennia en werden vroeger terreinfietsen genoemd (zie kader voor de technische verschillen, nvdr). Sinds dit jaar worden er wereldwijd meer gravelbikes verkocht dan gewone racefietsen.

Corona was keerpunt

Ook Ridley, de grootste fietsconstructeur van België, ging overstag. ‘Ons orderboek voor 2022 bestaat overwegend uit gravelbikes’, vertelt R&D-manager Pieter Potters. De Belgische fietsconstructeur had de trend vroeg opgepikt en staat toch nog versteld van de hevigheid van de hype. In 2015 bracht Ridley zijn eerste gravelbike op de markt. ‘De eerste jaren behaalde die niet de gewenste verkoopsaantallen. Tot het keerde: vanaf 2019 wou iedereen plots een gravelbike. Waarom net dan? Joost mag het weten. Corona deed er nog een schep bovenop. We hebben met z’n allen de natuur ontdekt, en wielerliefhebbers doen dat vandaag het liefst op een gravelbike.’

Behalve dat een gravelbike dikkere banden heeft, zie je als leek geen verschil met een veldritfiets. ‘Crossfietsen zijn compromisloos ontworpen om één uur lang te vlammen’, verduidelijkt Pieter Potters van Ridley. ‘Men onderschat wat een genadeloze, intensieve sport veldrijden is. De parcoursen bestaan uit korte, steile hellingen, zware modderstroken en scherpe bochten: voer voor superfitte acrobaten. Zij hebben een heel wendbare fiets nodig, die tot op de millimeter precies stuurt. Er zijn op het eerste gezicht gelijkenissen met gravelbikes, maar die fietsen leggen meer de nadruk op comfort. De zitpositie is prettiger, het stuurgedrag is stabieler. Een amateur die offroad wil fietsen, is beter af met een gravelbike. Daar liggen ook dikkere banden op. Die maken het iets moeilijker om topsnelheden te halen, maar ze rollen beter en je rijdt veel minder makkelijk lek.’

Voor elke veldritfiets die Ridley verkoopt, brengt het bedrijf 25 gravelbikes aan de man. Als zelfs bij het op en top Vlaamse Ridley dát de verhoudingen zijn… Andere fietsconstructeurs beginnen zich af te vragen of het nog wel de moeite waard is om crossfietsen uit te brengen. Of ze zoeken een mengvorm tussen gravel en veldrijden. ‘De nieuwste crossfiets van Specialized, toch een van de grootste sportfietsmerken, is qua opzet in feite een gravelbike. Bij andere merken hoor ik dat ze misschien wel hun laatste specifieke veldritfiets hebben uitgebracht’, zegt Potters.

Ridley blijft wél trouw aan het veldrijden. De fietsconstructeur richt zich dan ook sterk op de Vlaamse markt. ‘Veldrijden blijft een fantastisch spektakel, dat iedere winter honderdduizenden aan het televisiescherm kluistert. Vlaanderen zal altijd populaire veldrijders tellen, en zij zullen fietsen nodig hebben die gericht zijn op hun sport. Onze aanwezigheid in het profveldrijden dient ook niet alleen om crossfietsen te verkopen. Het is evengoed een manier om reclame te maken voor de andere fietsen binnen ons gamma.’ Gravelbikes, bijvoorbeeld.

Ironman

Gravelbiken mag dan op en top Amerikaans zijn, het idee om er een wereldwijde competitie rond te bouwen, ontstond in het Limburgse Beringen, de thuisbasis van sportmarketingbureau Golazo. De UCI mag deze week dus verklappen hoe en waar de nieuwe Gravel World Series zullen plaatsvinden, maar het is al wel bekend dat er races zullen zijn in alle vijf de continenten. Naast traditionele wielerlanden als Italië, Spanje en Frankrijk zouden er ook manches zijn in Mexico, Canada en de Filipijnen.

Een amateur die offroad wil fietsen, is beter af met een gravelbike.

‘Het opzet valt te vergelijken met de Ironman in Hawaï’, zegt Christophe Impens van Golazo. ‘Wij organiseren over heel de wereld kwalificatiewedstrijden, die openstaan voor amateurs en opgedeeld zijn in leeftijdscategorieën. In die koersen kun je je plaatsen voor het WK, dat de UCI zelf organiseert. Het initiatief is nu al een groot succes. De fietsmerken zijn er wild van en we schrokken hoeveel organisatoren zich kandidaat stelden, ook uit landen waar je het niet zou verwachten. Gravelbiken is een wereldwijd fenomeen.’

Er zou ook een Belgische manche komen. In Houffalize, meent de krant La Meuse, al kan Impens dat niet bevestigen.

Vermoedelijk zullen er niet alleen amateurs aan de start staan bij de World Series. Grote gravelraces worden in de Amerikaanse pers nu al gecoverd als waren het wielerklassiekers. EF Education-EasyPost gooit daarom het roer om. Het team is een subtopper in het wegwielrennen, met coureurs als Rigoberto Uran, Magnus Cort Nielsen en de Belg Jens Keukeleire. EF Education-EasyPost gaat dit seizoen een aantal renners uitspelen in gravelkoersen. Het Amerikaanse team schuift er een deel van zijn wegkalender voor aan de kant. Peter Sagan en Mathieu van der Poel tonen dan weer interesse voor het WK gravel, wat betekent dat zij wellicht ook een of meerdere kwalificatieraces moeten rijden.

Pieter Potters van Ridley ziet het graag gebeuren. De fietsconstructeur polste bij Lotto-Soudal, dat gesponsord wordt door Ridley, of men ruimte ziet voor een gravelprogramma. ‘Gravelen is commercieel zó belangrijk geworden, toch zijn er weinig gelegenheden waar een merk zich kan profileren’, zegt Potters. ‘Wij kijken uit naar de Gravel World Series. In het beste geval neemt de rest van de wereld de bloeiende Vlaamse fietscultuur over. Nergens ter wereld worden er meer sportfietsen verkocht dan in Vlaanderen. Hoe komt dat? Omdat hier een bloeiende kalender voor liefhebbers bestaat. Vlaanderen telt honderden zogenoemde cyclosportieven of toertochten voor de mountainbike: wielerfans kunnen er elk weekend op uit. Die traditie zal zich nu ook in het buitenland verspreiden, dankzij de gravelbike. De World Series worden het uithangbord, maar we verwachten dat kleinere organisatoren hen zullen kopiëren.’

De betere gravelkoersen zullen volgens Potters lijken op grote stadsmarathons: een dertigtal profs strijdt voor de overwinning, met daarachter een peloton van liefhebbers, die meedoen om het eens te hebben meegemaakt. Commercieel op alle vlakken een voltreffer.

Gravel spirit

Bij de veldritploegen leven er opmerkelijk weinig plannen om iets rond gravel te doen. Als de fietsen zo op elkaar lijken, en een topper als Mathieu van der Poel denkt om de twee disciplines te combineren, waarom dan veldrijden niet vermarkten als een onderdeel van gravelbiking, maar dan op korte circuits en met een snedigere fiets?

Christophe Impens van Golazo ziet er geen brood in. Golazo organiseert bijna alle belangrijke veldritten en neemt nu de gravelkalender in handen: de richting die men in Beringen uitslaat, wordt bepalend voor de toekomst van de twee wielerdisciplines. ‘Veldrijden is een regionale sport, en daar is niks mis mee’, vindt Impens. ‘Vlaanderen zal ten eeuwigen dage wild blijven van veldrijden en die sport gaat hoe dan ook een mooie toekomst tegemoet. Gravelbiken is internationaler en zal vermoedelijk veel groter worden. Op termijn worden de Gravel World Series een belangrijker event dan de Wereldbeker veldrijden.’

Gravelbiken is internationaler dan veldrijden en zal vermoedelijk veel groter worden.

De twee disciplines vermengen, houdt gevaren in, denkt Impens. ‘Gravelbikers vormen een authentieke gemeenschap die veel belang hecht aan wat zij de gravel spirit noemen: ongedwongenheid met een gezonde dosis fun. Als gewone wielertoerist zit je onvermijdelijk toch naar je snelheidsmetertje te turen. Presteren hoort bij het DNA van de koersfiets. Gravelbiken is vrijer en minder competitief. De sport is opvallend populair bij vrouwen. De typische sfeer van de gravelwedstrijden, die van “deelnemen is belangrijker dan winnen”, heeft daar veel mee te maken. Veldrijden is het andere uiterste: een uiterst competitieve, zware sport, waar je als amateur weinig kunt uitrichten. Een gravelbiker moet je niet over balkjes of over wasborden sturen, wegens technisch te lastig. Gravelen is ook geen rondjes rijden, vrijheid beleef je in de open natuur, niet op circuitjes van drie, vier kilometer.’

Ploegsteert

Het wegwielrennen probeert wel zijn graantje mee te pikken van de offroadhype. Almaar meer koersen zoeken gravelstroken op. De Giro en de Tour de France hebben daar al een lange geschiedenis in. Eddy Merckx manoeuvreerde in de jaren zestig en zeventig ook over geitenpaden in de Pyreneeën of de Dolomieten. Naarmate de autokaravaan die de koers overal volgt langer werd, bleef men weg van onverharde wegen. Maar nu maken ze een spectaculaire comeback.

Trendsetter was de Strade Bianche, een koers over witte grindwegen in Toscane. De eerste editie was in 2007. Geen klassieker dus, al staat de Strade Bianche met zijn parcours door prachtige landschappen daar qua uitstraling niet ver van af. Ook in België zoeken almaar meer koersen gravelstroken op, zoals Dwars door het Hageland of de Antwerp Port Epic. Gent-Wevelgem, een wedstrijd die al 88 jaar bestaat, nam in 2017 halfverharde wegen op in het parcours. Men noemt ze plugstreets, een zelfbedacht woord dat verwijst naar het nabijgelegen Ploegsteert. ‘Zeer slim van die organisatoren, al weet ik dat er binnen het wielrennen grote tegenstanders rondlopen, zoals Patrick Lefevere’, zegt Christophe Impens. ‘Het is meesurfen op de hype en Lefevere denkt wellicht: volgend jaar is er wel weer een andere hype. Maar je kunt het ook zien als het oppikken van een trend die bij amateurcoureurs leeft, en die liefhebbers zijn ook de mensen die zich voor de tv nestelen om koers te kijken. Het biedt die wedstrijden ook de mogelijkheid om zich in de toekomst te profileren als klassiekers voor het gravelbiken.’

Eerder dan dat andere wielerdisciplines het succes van de gravelbike recupereren, ziet Impens de nieuwe wielertak als een gemeenschappelijk strijdtoneel, waar wegwielrenners, mountainbikers en veldrijders het tegen elkaar opnemen. ‘Gravel verenigt de afstand van een wegkoers met de vrijheid van fietsen in de natuur zoals in mountainbiken, en je rijdt op een fiets die voor veldrijders vertrouwd zal aanvoelen. Het is een toekomstdroom, maar waarom zouden de vedetten van die drie disciplines elkaar niet kunnen treffen op het WK gravel? Tadej Pogacar en Julian Alaphilippe tegen Nino Schurter, Wout van Aert en Mathieu van der Poel in de wilde natuur: heel de wielerwereld kijkt met ingehouden adem. Zo vergezocht is het niet: Van Aert en Van der Poel tonen dat atleten de overstap kunnen maken, en Pogacar viel deze winter op een veldritfiets te bewonderen.’

DE ENE FIETS IS DE ANDERE NIET

Koersfiets, crossfiets, gravelbike of mountainbike: het verschil zit hem in de hoogte van de trapas (kenners spreken over het ‘bracket’). Dat is het deel waar de pedalen in zijn gemonteerd. Op een lage trapas kun je meer kracht zetten. Tenminste: als je daarvoor bent getraind, want de zithouding is vermoeiender. Een koersfiets heeft de laagste trapas, die van een crossfiets is iets hoger, de gravelfiets en de mountainbike zijn nog hoger. Koersfietsen, veldritfietsen en mountainbikes hebben een ‘kort’ frame, dat erg wendbaar is. Je kunt er heel precies mee insturen, wat voor lange ritten niet altijd een voordeel is, want het vergt enige concentratie. Mountainbikes hebben een recht stuur. Dat is makkelijker voor het op- en afdalen van bergachtig terrein, zeker bij oneffenheden.

Om dezelfde reden hebben mountainbikebanden diepe profielen in het rubber. Ook gravelbikebanden geven extra grip. De banden zijn breder, wat voor stabiliteit zorgt. Ze gaan ook minder snel lek. Koerstubes zijn 25 tot 28 mm breed, crosstubes zijn per reglement 33 millimeter breed. Bij een gravelfiets varieert het tussen 36 en 50 millimeter, maar 42 millimeter is de norm. Mountainbikebanden zijn doorgaans 54 millimeter breed, al bestaan er ook comfortbanden tot wel 80 millimeter. Die worden onder meer gebruikt in sneeuwraces. Een laatste verschil kun je niet zien: de frames van koersfietsen en crossfietsen zijn stijver en harder. Een renner kan er meer kracht op zetten, maar in tegenstelling tot wat men misschien zou verwachten, breekt een stijf frame makkelijker.

Partner Content