Opinie

Jean-Marie Dedecker (LDD)

‘Transportnetbeheerders van elektriciteit en gas doen gouden zaken’

Jean-Marie Dedecker (LDD) Voorzitter van LDD en lijstduwer op de N-VA-Kamerlijst in 2019

Jean-Marie Dedecker staat stil bij de stijgende energiefacturen, en de werking van de intercommunales.

Terwijl ons land straks haar zeven kernreactoren uitdooft, plant de Franse president Emmanuel Macron in Gravelines, op een boogscheut van De Panne, twee nieuwe kernreactoren, naast de reeds bestaande zes. Op 10 km, vlak voor de kust en precies op de grens met België, zal hij ook een windmolenpark van 55 km² en 600 MW neerpoten, bestaande uit 46 turbines van elk 300 meter hoog. Over die Franse kernuitbreiding ‘vlak over de schreve‘ wordt door onze dirigenten angstvallig gezwegen, maar tegen de bouw van de offshore-klimaatminaretten met een hoogte van de Eiffeltoren stappen ze naar de rechter. Enerzijds terecht, want ze doorkruisen vis- en vaarroutes, maar anderzijds merkwaardig omdat onze politieke windhanen zelf een windmolenpark met 80 turbines van elk 252 meter hoog plannen in het hinterland van de kust, vanaf de Franse grens in De Panne tot in Jabbeke langs de E40.

Op het protest van buurtbewoners na, wordt hen voor de bouw en de uitbating van die onshore windmolenparken niets in de weg gelegd, want dit monopolie is quasi volledig in handen van een kluwen aan allerhande (semi-) intercommunales (zoals Aspiravi, Eneco, Elicio en gemeentelijke holdings als Efin, Nuhma…) en van grote energieboeren zoals Engie & Co. De Franse elektriciteitsboer Engie pochte afgelopen week met een recordnettowinst van 3,2 miljard euro in 2021, onder andere door de Belgische kerncentrales die afgelopen jaar op 92% van hun capaciteit draaiden. Nu beleeft die energiemonopolist volgens onze energieregulator CREG opnieuw gouden tijden met de gascrisis.

Transportnetbeheerders van elektriciteit en gas doen gouden zaken.

Vijf van onze gascentrales zijn al in handen van Engie, die straks nog subsidies krijgt van minister Tinne Van der Straeten om nieuwe te bouwen. Ze hebben immers hun gas aangekocht aan vooraf vastgelegde tarieven die veel lager liggen dan de huidige doorgeschoten prijzen. In plaats van het te verbranden om elektriciteit op te wekken verkopen ze het door, en de elektriciteit die ze zelf moeten leveren, kopen ze gewoon op de internationale markt, waar de elektriciteitsprijzen minder gestegen zijn dan die van gas. Hun winst op gas zou daarmee volgens de CREG zelfs vertienvoudigd zijn. De Franse Reddy Kilowatt belazert de kluit, en wat ze ook opstoken, ze steken de monsterwinsten altijd op zak. De burger betaalt zich blauw maar staat zelf in de kou.

Maar gas en elektriciteit moeten ook vervoerd worden tot bij de verbruiker, en dat gebeurt door onze intercommunale netbeheerders. Iedereen kent door zijn doorgeslagen gas- en elektriciteitsfactuur intussen ook wel één van de 10 energie-intercommunales of distributienetbeheerders (DNB’s) die onder de Fluviuskoepel zitten, en waaraan elke verbruiker een distributienettarief betaalt (Gaselwest, Imewo, Intergem, Iveka…). Maar wat minder bekend is, is dat er op elke energiefactuur ook transmissie- en transportkosten worden aangerekend via de transportnetbeheerders (TNB’s) en dat zijn Elia voor elektriciteit, en Fluxys voor aardgas. Van een elektriciteitsrekening bestaat nauwelijks nog een derde of 32,4% uit echte energiekosten, zo’n 5,3% gaat immers naar transportnettarieven en niet minder dan 35,2% naar distributienettarieven. De rest zijn dan nog allerhande verdoken heffingen (o.a. voor de groenestroomcertificaten) en BTW.

In zijn boek ‘De Vlaamse Ziekte’ analyseerde Glabbeeks burgemeester Peter Reekmans (LDD) in 2017 al de werking van al die (semi-)intercommunales tot 2015. Hij pleitte toen al voor een ééngemaakt nettarief, want afhankelijk van de regio waar ze werkzaam zijn, hanteren ze verschillende nettarieven. De 10 DNB’s onder de Fluviuskoepel en de TNB’s Elia en Fluxys deden blijkbaar gouden zaken. Een recente actualisering van de cijfers in het boek tussen 2015 en 2020 leert ons dat alle TNB’s en DNB’s vandaag samen een eigen vermogen van maar liefst 19,6 miljard euro hebben. Vooral de TNB’s doen de laatste jaren enorm gouden zaken: het eigen vermogen van TNB Elia steeg van 2.413.600.000 euro in 2015 naar 4.173.200.000 euro in 2020. Dit is gedeeltelijk te wijten aan overnames, maar vooral aan de forse toename van hun bedrijfsopbrengsten. De bedrijfsopbrengst van Elia verdrievoudigde van 851.400.000 euro in 2015 naar 2.473.600.000 euro in 2020. Maar ook het eigen vermogen van Fluxys steeg van 2.568.147.000 euro in 2015 naar 3.512.017.000 euro in 2020. En hun jaarlijkse bedrijfsopbrengst steeg van 872.876.000 euro in 2015 naar 1.110.664.000 euro in 2020, evenals de dividenden van de gemeentelijke aandeelhouders.

In de jaarrekeningen van TNB Elia vallen ook de directielonen op. De totale loonkost van de vijf directeurs bedroeg in 2020 precies 3.199.058 euro, waarvan 949.206 euro voor de CEO. (Ter vergelijking: de premier in ons land verdient 233.609 euro). Maar ook de politici in de raden van bestuur passeerden aan de kassa. Ook zij lieten hun vergoedingen tussen 2015 en 2020 tegelijk fors meestijgen. De veertien leden van de raad van bestuur van TNB Elia kregen in 2020 samen een vergoeding van 844.529,77 euro.

De zitpenningen voor politici in de raden van bestuur werden door een Vlaams decreet wel geplafonneerd op 226,39 euro per vergadering voor de zuivere intercommunales, maar semi-intercommunales zoals Elia, Fluxys, Publi-T en Publigas vallen buiten dit decreet. In de raden van bestuur van deze 15 semi-intercommunales zitten immers vandaag nog steeds 256 politici die jaarlijks samen ruim 2 miljoen euro bijverdienen om maandelijks te vergaderen over jawel… onze energie. Bij de TNB’s zijn de politieke postjes sterk begeerd. Bij Elia en Fluxys en hun aanverwante structuren Publi-T en Publigas incasseren 76 politici zo’n 1.579.417,93 euro aan zitpenningen. De 180 bestuurders van de DNB’s onder de Fluviuskoepel krijgen 405.900 euro. Publi-T (met als voorzitter van de Raad van Bestuur: Open Vld’er Geert Versnick) en Publigas (met als voorzitter N-VA’er Andries Gryffroy), die de aandelen van de gemeenten in Elia en Fluxys bezitten voor respectievelijk 44,87 en 77,5%, deden uiteraard ook gouden zaken. Hier liet men dus op amper 5 jaar niet alleen het eigen vermogen met enkele miljarden stijgen, maar ook de directie en politici ontvangen er hoge vergoedingen.

Afgelopen week werd de hitparade van de politieke graaicultuur gepubliceerd. Vlaams Parlementsvoorzitter Liesbeth Homans (N-VA) voert de hitlijst aan gevolgd door Guy Verhofstadt die al twee decennialang in de top drie van die hitgraaiparade staat. In 2020 kreeg die Open VLD-roeptoeter 317.0159 euro, waarvan een derde als bestuurslid van Sofina. Maar de meest gewiekste Open VLD’er is Geert Versnick. De Gentenaar factureert zijn vergoeding van 52.263,90 euro voor 11 vergaderingen van Elia en 11.815,70 euro als voorzitter van Publi-T via zijn vennootschap Flemco BVBA.

Na Reekmans’ boek kwam er federale wetgeving waardoor politici hun vergoedingen niet meer via vennootschappen konden factureren, maar Versnick heeft nu geen verkozen politiek mandaat meer, en valt dus buiten deze wetgeving. Het wordt dus hoog tijd dat ook de transmisse- en transportkosten in onze energiefactuur eens grondig onderzocht worden, want in tijden van energiecrisis kunnen we peperdure overheidsinstanties die gouden zaken blijven doen op kap van de modale burger missen als kiespijn.

Partner Content